PINKSTEREN
I.
o, heilig wonder, dat Zijn liefde wrocht
Nu breken heem'len in een lichtvloed open
en gaat God Zijn verloren zonen dopen
met vlammen heilig vuur. En elk die zocht
met een waarachtig hart naar d' eeuw'ge waarheid,
wordt nu geleid tot aller lichten Bron.
Hem overstraalt alreê de zuiv're Zon,
die uit de neev'len voert tot gulden klaarheid.
Want 't Kruis, op aard geplant, heft zich naar Boven.
En, in Uw groot meedogen, breidt Ge Uw armen,
om heel een kille wereld te verwarmen...........
Tot — van Uw godd'lijk vuur geheel doorgloeid,
weer d' aarde met de hemel samenvloeit,
om eeuwig de Volzalige te loven.
II.
Nu breekt de brede Godsrivier zich baan,
en laat zich door geen dammen meer betomen.
Want alle vloek hebt Gij op U genomen,
en daarmee alle scheiding weggedaan.
Nu neemt God ons weer als Zijn kind'ren aan
en staam'len wij — verrukt — het Abba-Vader.
Nu liggen wij Gods liefdeharte nader,
dan toen geen zonde ooit nog was gedaan.
Want, eeuwig-onverbreek'lijk zijn de banden,
waarmee we aan U, o Heil'ge, zijn verbonden ;
Viel d' eerste mens door eigen gruwb're zonden,
ons heil ligt vast in Uw doorboorde handen.
Neen, niets scheidt ons van Uwe liefde meer ;
0 Zone Gods, al 't schepsel geve U eer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's