De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEBBEN WIJ NU EEN ECHTE SYNODE?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEBBEN WIJ NU EEN ECHTE SYNODE?

5 minuten leestijd

   Voor velen zal dit wellicht geen vraag zijn, omdat zij over het echt of niet echt zijn van een Synode nooit hebben gedacht en zo op het eerste gezicht het belang van zulk een vraag niet inzien. Voor sommigen zal het alweer een reden zijn om boos te worden, aangezien zij zulke vragen ongeoorloofd achten!
   Wat een geest! Deze Synode niet echt! En wat een vrijmoedigheid, om de echtheid van deze Synode discutabel te stellen!
   Toch is het zo, dat een Synode ook echt of niet echt kan zijn.
   Ook zij, die de vraag niet onder de ogen willen zien en maar niet kunnen begrijpen, dat er mensen zijn, die er heel anders over denken dan zij, hebben b.v. de Synode onder de organisatie van 1816 niet echt gevonden. Dat was een bestuurscollege en geen echte Synode.
   Wat de interim-Synode aangaat. De mannen, die aan de werkorde hebben gearbeid, hebben geen van allen de interim-Synode voor een echte gehouden.  
   Rechtens was dat geen echte Synode, maar velen, die in de interim-Synode hebben medegewerkt aan de voorbereiding van een nieuwe kerkorde, hebben gehandeld alsof het een echte was. De interim-Synode heeft onderscheidene malen de grenzen van haar bevoegdheid overschreden en zich zelfs vrijheden gepermitteerd, welke een echte Synode in moeite zouden kunnen brengen.
   Nochtans zal niemand kunnen volhouden, dat de interim-Synode een echte Synode was.
   En deze nieuwe Synode dan? De Synode van de nieuwe kerkorde? Is die echt?
   Ik hoor al van allen kant, van vrijzinnig en confessioneel, de nieuwe kerkorde is toch met meerderheid van stemmen aangenomen!
   Dank zij de samenstemming van confessionele en vrijzinnige leden der Synode, ja!
   Opzettelijk gebruiken wij het woord: leden, want gedelegeerden, in de ware, kerkelijke zin, waren zij niet.
   Het gaat alles nog door op de toestand, door het algemeen reglement van 1816 teweeggebracht. De Hervormde Kerk is geen verband van plaatselijke kerken, zoals voorheen, maar een eenheidsinstituut.
   Het is niet zo, dat wij lidmaten zijn van de Nederduits-Hervormde gemeente ter plaatse van onze inwoning — en dat onze plaatselijke kerk met onze genabuurde kerken in classicaal en synodaal verband treedt op de grondslag van ons gemeenschappelijk geloof.
   Zo was het heel vroeger, toen het gereformeerde geloof de overhand kreeg over de leer van het pausdom.
  
   In 1816 werd het anders. Men sprak nog wel van de gemeenten, maar de zelfstandigheid der plaatselijke kerk werd geknot. De kerkeraad werd bestuur van de plaatselijke afdeling van het genootschap Hervormde Kerk. De leden werden leden van het genootschap. Een en ander vindt zijn evenbeeld in een grote vereniging, welker leden over de plaatselijke afdelingen verspreid zijn.
   Principieel gezien, raakt dit ook de gezagskwestie. Zo is b.v. in 1816 ook het karakter van de classicale vergadering veranderd.
   Deze behoort te zijn en was voorheen een vergadering der plaatselijke kerken. Voor gewichtige zaken konden de kerkeraden in hun geheel worden saamgeroepen. Overigens was het gewoonte, afgevaardigden van de kerkeraad ter vergadering te zenden.
   De kerken spraken en handelden dus in de classicale vergadering met elkander. De afgevaardigden hadden dan ook mandaat. Be­ sluiten waren dus besluiten van de kerken. Zij ontleenden hun gezag aan het gezag der vergaderende kerken, niet aan de personen en hun persoonlijke opiniën.
   De meerdere vergadering deed ook niet af, wat de mindere doen kon. Zo deed de provinciale synode niet af, wat de classicale vergadering doen kon. Zij verkreeg daardoor een bepaalde taak van meer algemeen belang. De classes vaardigden af naar de provinciale (generale) synode, om bepaalde zaken te behandelen, d. w. z. de kerken van de classes zonden haar afgevaardigden naar de synode met het oordeel en de stem, zoals de kerken in de classes waren overeengekomen. (Mandaat) .
Altijd weer ging het gezag terug op het gezag der plaatselijke kerken.
Maar wat hebben wij nu?
   Het is wel duidelijk, dat ook de inrichtingskwestie hier een woordje meespreekt, maar principieel gezien is het zó, dat al spreekt men nog van afgevaardigden van de kerkeraden en al is het mogelijk, dat deze zich houden aan de beslissingen van de kerkeraad, de miskenning van de zelfstandigheid der plaatselijke kerken de meerdere vergadering tevens in haar karakter aantast en van een vergadering van kerken maakt tot een vergadering van lidmaten, die een ambt bekleden.
   Daardoor wordt de classicale vergadering zo iets van een parlement in het klein, en gelet op de reglementen, een soort bestuurscollege.
   Dat was zo onder de organisatie van 1816 en dat is nog zo onder de nieuwe kerkorde, omdat het eenheidsinstituut van 1816 ten ge­rieve van hoogkerkelijke tegenstanders van de erkenning van de zelfstandigheid der plaatselijke kerken bleef.
   In de kerkelijke vergaderingen onder de nieuwe kerkorde komen de afgevaardigden tezaam als individuele lidmaten, verdedigende hun persoonlijke meningen en beslissende naar hun persoonlijk inzicht, zonder mandaat. Daarom zal de generale synode de trekken van een parlement blijven vertonen.   
   Het bestuurlijke zal haar ook nog altijd aankleven en in niet mindere mate dan dit bij de voormalige het geval was.
   Men heeft van verburgelijking van het kerkelijk leven gesproken, maar de nieuwe kerkorde heeft de oorzaak der kwaal niet weggenomen en de verburgelijking nog bevorderd. Coalitie-allures ontbreken zelfs niet, zoals wij gezien hebben, en de bezetting der hoogste plaatsen, door confessionele mannen — wij zouden haast zeggen : in het kerkelijk regeerkasteel — ontlokte onlangs het orgaan van de Confessionele Vereniging, een overigens ongeoorloofde sectarische uitdrukking in die kringen, toen het zijn vreugde daarover te kennen gaf en gewaagde van „onze" mensen.
   Intussen is dit alles voldoende om aan te tonen, dat van het presbyteriaal karakter in de nieuwe kerkorde weinig is terecht gekomen. En dan nog al die raden en commissies! Maar nu nog wat anders.
   Wat is er van het gereformeerd karakter in deze kerkorde terecht gekomen. En wat kon er van terecht komen, als men niet alleen de grondslagen van gereformeerd en presbyteriaal kerkrecht weigert tot gelding te brengen, maar ook de binding aan de gereformeerde belijdenis afwijst?
Wij vragen nogmaals : Hebben wij nu een echte Synode?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEBBEN WIJ NU EEN ECHTE SYNODE?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's