FLITSEN UIT DE GESCHIEDENlS DER KERK
IV. Voortgaande wasdom
Een kenteken van waarachtig geestelijk leven is, dat er wasdom gevonden wordt. Een wasdom die Johannes de Dooper vertolkte in de woorden : „Hij moet wassen, doch ik moet minder worden.
Een wasdom die zich openbaart in de trits : kinderkens, jongelingen, vaders. |
Het was het gebrek aan, geestelijke wasdom, welke Paulus depd neerschrijven : „Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege de tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods ; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben en niet vaste spijze. Want een iegelijk die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid, want hij is een kind. Maar den volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads."
In deze flits willen we even stilstaan bij een indertijd opkomend figuur, die in de geschiedenis der kerk tot op de dag van vandaag zulk een rijk begenadigd en invloedrijk instrument in de Hand des Heeren is geweest. Die de kerk Gods niet alleen heeft onderwezen in de eerste beginselen der woorden Gods, maar naast deze melk ook, de vaste spijze van het woord der gerechtighpid aan de kerk heeft uitgedeeld, waarop ze thans, in dagen van diep verval, nog kan teren en onderwijs ontvangen op de weg des levens.
Voortgaande wasdom.
Die was er door Gods genade te zien in de dagen der hervorming.
Hadden op 1 November; 1517, de dag van Allerheiligen, in Wittenberg; de 95 stellingen van Luther de harten en hoofden der kerkgangers beroerd, het was niet bij een oppervlakkige beroering gebleven. Want Gods Geest werkte onwederstandelijk door. De reformatie was geboren. Luther had gezegd : „Als mijn werk niet in Gods Naam is begonnen, zal het wel gauw weer te niet gaan ; maar als het in Zijn Naam is begonnen, laat dan de zorg daarover ook maar aan Hem over.
En God zorgde voor het werk der reformatie. Overal was voortgaande wasdom te aanschouwen. Ver over de grenzen van Duitsland heen.
Voortgaande wasdom. We bemerken er iets van in de stad Parijs. Weer is het Allerheiligen, 1 November 1533. Op deze dag zal zich iets herhalen van hetgeen er 16 jaren geleden in Wittenberg voorviel, al is het op andere wijze.
De kerk der Mathurijnen is gevuld met een grote menigte. De nieuwe, jonge rector-magnificus der Parijse Universiteit, Nicolaas Cop, zal zijn intree-rede houden.
Professoren zijn aanwezig, het hof is tegenwoordig en ook vele Franciscanen zijn opgekomen om te luisteren.
In Parijs zijn ook aanhangers van de nieuwe leer. In het geheim vergaderen deze telkens, onder leiding van een 24-jarige geestelijke leidsman. Het opmerkelijke is nu dat deze nog jonge man met verschillende van zijn geestverwanten zich, 'bnigszins achteraf, tussen de schare gevoegd hebben.
Eigenaardig, Franciscanen en aanhangers van de nieuwe leer onder eenzelfde gehoor. Daar moet toch wel een bijzondere reden toe zijn. Die is er ook inderdaad. Onze jonge geestelijke leidsman zou u daar meer over kunnen vertellen.
Wilt u iets méér over hem weten ? Hier volgt een enkele trek uit zijn nog betrekkelijk korte levensgeschiedenis.
Op 19-jarige leeftijd verwierf hij reeds de Doctorstitel.
Er is een tijd in zijn leven geweest dat hij zich geroepen gevoelde, met al de kracht en vurigheid die in hem was, de alleen-zaligmakende kerk te verdedigen tegen de verderfelijke leer van Luther.
En toch.... God zou hem uit die „alleenzaligmakende kerk" komen los te rukken. De geschriften van Luther laten hem, ondanks zijn aanvankelijke strijd er tegen, niet los. Ernstig gaat hij de Bijbel lezen. Hij gaat geheime vergaderingen bijwonen, waar de reformatorische prediking wordt uitgedragen.
Zo nadert het ogenblik dat Gods Geest hem te machtig wordt en hij de keuze doet tegen Rome en vóór de reformatie. En zonder het zelf gezocht te hebben, wordt hij de geestelijke leidsman der geheime bijeenkomsten.
Eens stond hij bij een brandstapel op een der pleinen van Parijs. Een zekere dokter Pointet, die vanwege zijn geloof gevangen genomen en gepijnigd was, had volhard bij zijn belijdenis God te willen dienen uitsluitend overeenkomstig de Heilige Schrift. Hij werd tot de brandstapel veroordeeld en de beul kreeg bovendien nog opdracht hem vooraf de tong uit te snijden.
Onze jonge geestelijke, die tussen de massa stond, kon bij het zien van deze vreselijke marteling, terwijl de beul nog trachtte deze te rekken, zich niet langer beheersen. Toestormen wilde hij op de brandstapel en de beul te lijf gaan. Enkele vrienden, die bij hem stonden, weerhielden hem. Het zou zijn eigen leven kosten en bovendien zou de gemeente, die telkens in het geheim vergaderde, haar beminde voorganger missen.
Het is deze jonge geestelijke, die thans op Allerheiligen van het jaar 1533 in Parijs met verschillende zijner geestverwanten in de kerk der Mathurijnen aanwezig is. Het is de jonge Calvijn.
En wat de Franciscanen niet weten, wat de professoren en het hof niet weten, dat weet Calvijn. Straks zal de nieuwe rector-magnificus zijn intreerede houden over het onderwerp „Zalig zijn de armen van geest". Geen woord zal hij op deze Allerheiligendag spreken over verering van heiligen, doch zijn rede zal vol zijn van reformatorische klanken. Hij zal spreken over de genade Gods, die alleen de zonde uitdelgt.
Calvijn weet dit alles, want hij zelf heeft deze rede opgesteld, samen met de rectormagnificus, die, wat in Parijs toen nog niet bekend was, ook de nieuwe leer was toegedaan.
Grote ontsteltenis verwekte deze rede in het roomse kamp. Ze was immers een bewijs van de doorbrekende reformatie?
De vijandschap, kon het anders, vlamde op. Ternauwernood kon Cop, de rector-magnificus, de brandstapel, door plotseling vertrek uit de stad, ontkomen.
En gerechtsdienaars begeven zich naar de woning van Calvijn. Doch terwijl deze aan de deur staan, wordt hij door vrienden aan een beddelaken uit het venster neergelaten. Wie denkt hierbij niet aan de vlucht van Paulusuit Damascus?
Als wijngaardenier verkleed, verlaat hij de stad. Hij, die in de volgende jaren openbaar zal worden ale een rijk begenadigde geestelijke wijngaardenier in Gods wereldwijde Wijngaard
De reformatie brak door, bleek voortgaande wasdom te bezitten, al zou het gaan langs paden van vervolging en martelaarschap.
De Heere wrocht mede, want het was Zijn werk.
Calvijn. Alle lauwheid en laksheid was hem vreemd, want de Geest des Heeren drong hem.
Moge diezelfde Geest ook onder ons alle lauwheid en laksheid verdrijven, opdat we, in alle ootmoed, onze gaven en krachten mogen besteden, een ieder op de plaats door God hem gegeven, in de dienst van Zijn Koninkrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's