De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER

FEUILLETON

6 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

   — Hoe meer we met Hem gemeenschap maggen oefenen, hoe meer we onze eigen ellendigheid gevoelen en onze onwaardigheid. Want God is Licht en wij zijn duisternis. Als we van Hem licht ontvangen dan zien wij het Licht. Wij blijven in onszelf enkel duisternis. Daarom zullen we nooit de man er mee kunnen worden. En als jij me nu op komt zoeken heb ik geen andere woorden, dan die de lof des Heeren bezingen, want Hij heeft 't gedaan. Ik zal het wonder hier nooit bevatten kunnen. Als kind was ik gedoopt in de naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes, maar ik verloochende mijn doop in mijn leven, tot mijn drie en tachtigste jaar. Het is zulk een verandering geweest, dat kan ik nooit zeggen. Daar zal de eeuwigheid voor nodig zijn en een volmaakte tong om dat uit te galmen. Maar Jezus zij lof en prijs. Voor Hem was het niet te wonderlijk. Ik versmaadde de aangeboden beloften in de doop en maakte ze onvruchtbaar. Ik kon met Jezus Christus bekleed en met Zijn Geest begiftigd worden, maar ik weigerde. Mijns was de schuld van alles. Ik heb nu van achteren gezien, dat de hand mijns Gods mij gedragen heeft van der jeugd aan. Menigmaal heb ik in gevaren des doods verkeerd, maar 't was mijn tijd niet. Wonderbaar door de wereld geholpen, maar ik merkte niet op, dat het de hand des Heeren was, die mij leidde.
   Eens ben ik met mijn schuit op de Zuiderzee, als door een wonder gered. De schuit sloeg, door een zware golf in een draaiwind om, en ik slingerde in de golven. Hopeloos scheen het er verloren, maar ik kon na een paar slagen de touwen van de schuit vastgrijpen en zo trok ik er mij op. Daar zwalkte ik op een ondersteboven schuit pver de onstuimige zee. Ieder ogenblik moest ik een prooi der golven worden. Ik werd mij niet recht de verschrikkelijke positie bewust en leefde in een donkere spanning, totdat ik opgepikt werd door een beurtschipper. En zo kwam ik in de Lemmer.
   Maar denk je, dat ik mij tot God bekeerde. Die mij als door een wonder behouden had. O neen. De gril der toevalligheid had mijn leven gered. En zo heb ik gereild en gezeild.
   Cornelis Vliet gaat langzaam zijn geschiedenis vertellen en telkens stokt zijn stem. Dat de Heere naar zulk één heeft willen omzien en de betekende zaak van. de doop aan hem bevestigen.
Zo vaak de wonderlijke hulp Gods ervaren, zonder de Heere daarvoor te erkennen.
   — Nu weet ik, dat ik van eeuwigheid gekend ben. De Heere heeft mij nooit uit 't oog verloren. Nu zie ik overal waar Zijn hand kennelijk in was, maar toen zag ik het niet. Hoe diep heb ik het betreurd in de ure mijner smart, toen God mij de ogen opende, dat ik al mijn levenskracht in de wereld en aan de satan heb verbeuzeld, levende in mijn vijandschap tegen God en Zijn heilige dienst.
   Drie wonderen zullen er ook voor mij zijn in de hemel, het eerste wonder zal zijn, dat ik er zien zal, die ik er niet verwachtte. Het tweede wonder zal zijn, dat ik er niet zien zal, die ik er verwachtte, en het derde en grootste wonder zal zijn dat ik er zelf mag wezen. Dat zal wat zijn !!
Christus Jezus alles en in allen.
   Eén ding is er ook, waarover ik mij hogelijk verblijden wil. Dat is; dat het maar héél zeiden gebeurt, dat de Heere een zondaar op zulk een hoge leeftijd roept uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
   Want wat zit mij dat nu dagelijks verkeerd dat ik zolang mij tegen de Heere gesteld heb. Dat nu die afgekloven botten van de duivel, voor de Heere zijn. Maar nu, Hij heeft alle mijne zonden geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid. Krachtig ervoer ik deze morgen, dat Hij niet meer op mij toornen, noch op mij schelden zal.
   O hoe groot is het goed, dat Hij weggelegd heeft voor degenen die Hem vrezen en in Zijne wegen wandelen.
   Cornelis Vliet spreekt met zulk een ruimte en gemakkelijkheid, dat Janus er jaloers op wordt. De oude visser zou op de preekstoel kunnen worden gezet en hij zou niet verlegen zijn.
   Janus ervaart de goedheid Gods. God is groot en wij begrijpen Hem niet. Hij is wonderlijk van Raad en machtig van Daad.
   Hier is de zonde meerder geweest, opdat de genade meer overvloedig zou zijn. Hoe duidelijk is dat hier bewaarheid.
   Janus drinkt de lofzeggingen van de oude man op zijn Koning in. Waar is het beter voor domino's en leken, boeren en polderjongens dan in de huizen waar men geen goed woord over de oude mens en zijne werken meer heeft, maar alle roem en ére geeft aan de Heere, Die in Zijn eeuwige Raad een volk verkiest en hen doet spreken van Zijn goedertierenheid.
   Als Janus naar huis fietst, denkt hij er over dat het mode is, de gemeente die in de kerk zit als Gods gemeente te beschouwen. Maar hij heeft 't anders ervaren. Hij heeft gezien, hoe de mensen, die het zwaarst in de leer waren, voor wie geen dominee orthodox genoeg was, het meest hardvochtig waren in tijden van nood tegen de behoeftigen en ellendigen. Dat zij het meest rondcirkelden om hun eigen ik. Dat geld hun alles was en dit bij hen in de practijk ver boven God en Zijn dienst stond.
   Hij heeft de mensen leren kennen in hun afzonderlijkheid, in een isolement, zonder apostolaat. Ze waren vervuld van hun kerk en kenden hun naaste niet. Practisch-Christendom in die zin, dat er uit Christus geleefd wordt door het geloof, dat betekent dus dat een mens innerlijk God liefheeft boven alles en daarom ook de naaste als zichzelf. Waar dit in zwakke trekken gezien mag worden, daar is iets van de flonkering van het hemelleven, waar zelfs geen spoor van egoïsme of grofheid wezen zal.
   Janus denkt er aan, dat er weinig slechte mensen zijn. En er zijn dus ook weinig bekeerden. En van die er zijn, is hij de kleinste, de minste! Wat een zwakke schaduw is hij bij Cornelis Vliet vergeleken. Wat een kreupele wandelaar op de weg, vergeleken bij vrouw Aartse, Matje Bathoorn, de broeders in de kerkeraad. Ouderling Verhoeve is overal bekend. Hij is gezien als een priester in het huis Gods.

No. 101 (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's