De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FUNDAMENTEN EN PERSPECTIEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FUNDAMENTEN EN PERSPECTIEVEN

6 minuten leestijd

   „De verkiezende liefde Gods, die in Christus door de Geest tot ons komt, bedient zich van aardse middelen om het geloof in ons te wekken, te onderhouden en te versterken. Hoewel God zich van alle middelen kan bedienen en aan geen enkel gebonden is, bindt Hij ons aan de heilsmiddelen van prediking, doop en avondm'aal, waarmede bijzonderlijk de belofte Zijner werkzame tegenwoordigheid verbonden is. In deze heilsmiddelen wordt ons het Woord Gods gepredikt en worden Zijn beloften en geboden aan onze harten verzegeld. Slechts in de dienst aan dit Woord, dat in het profetisch-apostolisch getuigenis der Heilige Schrift tot ons komt, worden deze aardse middelen tot werktuigen van de Heilige Geest".
  
   Wie dit rustig naleest zal ontdekken, dat het er om begonnen is om prediking, doop en avondmaal als de drie heilsmiddelen aan te dienen. Vandaar het bijvoeglijk naamwoord aardse ; in aardse middelen om het geloof te wekken. Volgens, de toelichting op blz. 48 noemt men de prediking in één adem met de sacramenten doop en avondmaal, om een zekere aanvulling of verduidelijking in de belijdenis en dogmatiek aan te brengen ten aanzien van de prediking. De reformatie zou n.l. het sacramentisch karakter der prediking ontdekt hebben en tot eer gebracht. Men verwijdt dan naar 2 Cor. 2 vs. 16 en 2 Cor. 5 vs. 20. Eerlijk gezegd, zijn wij een beetje huiverig voor deze verduidelijking.
   Nu de prediking sacramenteel, zo straks de liturgische formule en nog een schrede verder de kerk heilsinstituut. Als men maar in de kerk komt, als men maar onder de prediking zit, wordt men deelgenoot van het heil.

   Alle drie (prediking, doop en avondmaal) representeren het Woord, dat in de Schrift tot ons komt, zo luidt de toelichting (blz. 48). Dat wil dus zeggen, dat het Woord op zekere wijze preseijit, tegenwoordig, is in de prediking en de sacramenten. Nu kan men dat niet zonder meer ontkennen, maar deze uitdrukking vraagt toch wel enige restrictie om niet te vervallen in een onreformatorisch sacramentalisme.
   Klaarblijkelijk heeft de commissie dat ook gevoeld. Men kan immers, zo wordt opgemerkt, de Heilige Schrift naar een zijde heilsmiddel noemen, maar dan representeert zij de Openbaring, in diepst waarvan drie heilsmiddelen staan.
   Intussen komt in, deze spreekwijze óók weer aan de dag, dat men onderscheid maakt tussen Openbaring en Heilige Schrift.
   De H. Schrift representeert de Openbaring zegt men, terwijl prediking, doop en avondmaal het Woord representeren. In welke betrekking wil men nu weer Woord en Openbaring gezet hebben ?
   Men kan toch niemand kwalijk nemen, als hij dit verwarring noemt.

Het gaat nog verder. Aan de drie heilsmiddelen is voor ons een belofte verbonden, maar God kan zich ook van andere middelen bedienen (gesprek, boek, Christelijk leven, enz.) die dan op hun beurt weer door de heilsmiddelen zijn gevormd en gevoed.
   Men is geneigd zich af te vragen, of deze andere middelen dan op hun beurt ook weer sacramenteel zijn geworden.
   De apostel Paulus spreekt van een levende brief, en zo kan een Christelijk leven een levende brief zijn. Wij spreken dan ook niet tegen, dat een gesprek, een boek. Christelijk leven getuigenissen kunnen zijn, maar dan is daarin een vrucht van geloof door de werking van Woord en Geest. Dan is het ook een prediking.
   Doch hoe het ook zij, wij geloven, dat de kracht der prediking altijd het Woord is, dat alles zal doen, waartoe God het zendt.
   Intussen zijn wij reeds tot de tweede alinea gekomen, die ; wij eerst overnemen :

   De Heilige Geest bedient zich van het aardse middel der prediking, waardoor ons het Woord van Evangelie en Wet als j© de Waarheid voor het heden wordt uitgelegd en toegepast. De prediking is het gezaghebbende en tot beslissing dringende Woord van God zelf, waar en in zoverre zij in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift geschiedt.
  
   „Het Woord van Evangelie en Wet". Deze omzetting achten wij ten enenmale willekeurig. De gang der openbaring is Wet en Evangelie. Door de Wet tot het Evangelie. Die weg heeft God met Israël genomen. Hoe zullen wij trouwens de nood van ons leven leren kennen zonder de Wet en, hoe zullen wij onze Rechter om genade bidden en het Evangelie omhelzen, als wij niet aan de zonde ontdekt zijn ?
   Wij geloven, dat de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift dit medebrengt, die getuigt, dat de kennis der zonde door de Wet is.
   Ook de uitdrukking „de Waarheid voor het heden" vraagt om een opmerking. Wat was de Waarheid voor het heden, waarin de reformatoren leefden ?   
Men zou kunnen zeggen, de bestrijding van de onschriftuurlijke leer of andersom de prediking, die naar de Schriften is. Er kan dus in de valse leringen, die zich in een tijdsgewricht voordoen, aanleiding zijn voor een prediking, welke daartegen protesteert, zodat de prediking daardoor een bepaald accent verkrijgt in zulk een heden.
   Er kunnen zich ook nieuwe vragen voordoen in een zeker tijdsgewricht, waardoor de aandacht der prediking wordt gespannen om het antwoord te vinden bij het licht der Schrift.
   Op die wijze kan de prediking in verschillende tijden en omstandigheden tot op zekere hoogte getypeerd worden, zodat van een verband met het „heden", waarin de prediking valt, kan worden gesproken. In zoverre kan ook de rijkdom van het Evangelie aan de dag treden in de loop der jaren.
   Dit alles neemt echter niet weg, dat het eigéöiijkë karakter des Evangelies : een kracht Gods tot zaligheid altijd en door alle tijden heen hetzelfde blijft, gelijk ook de mens dezelfde zondaar blijft, waar en in welke tijd hij lééft.
   Daarom zal ook altijd het geloofsleven, het leven van Gods kerk, zich gelijk blijven in de uitnemende kennis van de genadegifte Gods in Christus Jezus. Hoe vind ik een genadige God in de hemel? Dat is — men moge dat erkennen of niet — toch de grote levensvraag niet alleen voor Luther, die daarin de behoefte van zo menig hart vertolkte in zijn tijd, maar die vraag is aan geen bepaalde tijd verbonden.
   Daarom ook blijft de roep tot bekering eis van de prediking in alle tijden en ook de zending wordt bewogen door het bevel van de Christus, die is gekomen om te zoeken en zalig te maken, wat verloren is.
   Het is toch die pastorale zorg en de tucht des Woords, welke de prediking moet uitdrijven, waarom de prediker ook een herder wordt genoemd, die de kudde des Heeren leidt.
   Zeker ook die herderlijke zorg zal acht geven op de tijden en omstandigheden. Wie zou dat ontkennen, maar de Waarheid Gods zal voor het heden toch geen andere zijn dan voor het verleden.
   Overigens kunnen wij-wat het gezag der prediking aangaat er mede instemmen, dat Gods Woord het gezag der prediking is, gelijk ons dat naar de belijdenis in de Heilige Schrift is gegeven en dat die prediking gezaghebbend is, welke wordt gebracht in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift.
   Een ander Evangelie dan ons door de Heilige Schrift wordt voorgesteld kan op gezag geen aanspraak maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FUNDAMENTEN EN PERSPECTIEVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's