De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

5 minuten leestijd

XII De preek
   Intussen geloof ik niet, dat ik ook heden nog in een moderne Gemeente de dingen aldus zou aanvatten. Een en ander heeft mij in de loop der jaren toch wel te denken gegeven. Voelen wij orthodoxen ons niet menigmaal zo zuiver orthodox tegenover andersdenkenden en verwijderen wij door dat gevoel, dat zich in woorden en in houding uitspreekt, die mensen niet meer en meer van ons?
   Is dat gevoel niet dikwijls Farizeïsme? Of zo het dat niet is, vergissen wij ons dan althans niet in hetgeen naar onze gedachten het verschil is tussen een moderne Gemeente en een orthodoxe Gemeente?
   Dit is mij tenminste nu wel duidelijk geworden : Door onze daverende preken bekeren wij de mensen ook al niet, noch van het modernisme, noch van wat anders. Wanneer de Heere mij roept, in de een of andere Gemeente voor te gaan in de Dienst des Woords, dan heb ik te gaan en Gods Woord te verkondigen. Zo het dan valt, zo valt het. Ik heb geen veronderstellingen te maken : „dio Gemeente is dit of dat!" Ik zou haast zeg- .gen : „daar heb ik niet mee nodig".
   Bovendien : mijn veronderstellingen falen dikwijls. Ik kan menen, dat ik ergens geen gehoor en gevoel voor de Waarheid vind, en als het de Heere behaagt, zal ik het er toch vinden.
   Ik kan ook menen, dat ik ergens een kerk vol belangstellende mensen zal aantreffen en helaas : de doodheid komt mij tegemoet.
   De antithese i s er en l i g t er overal, maar wij moeten ons toch wel hoeden, er nog verscheidene bij te maken.
   Is het niet beter, zijn overtuiging rustig uiteen te zetten en aldus de Waarheid des Evangelies te verkondigen?
   En die ook te beleven in handel en wandel? Niet door ónze kracht of door óns geweld, maar door 's Heeren Geest zal het geschieden.
   Ook wanneer een christen zich rekenschap geeft van de hope, die in hem is, voelt de tegenstander zich in zijn stellingen toch wel aangevallen.
   Onwillekeurig denk ik hier terug aan die grote Kerkvergadering in Den Haag, gehouden in het jaar 1912. Dat was toch ook wel een geweldig moment in de geschiedenis onzer Kerk. Eigenlijk een soort protestvergadering, bijeengeroepen naar aanleiding van dat boekje van dr Louis Bahler : „Het christelijk barbarendom in Europa", waarin het Buddhisme boven het christendom werd aangeprezen. Dit had de maat doen overlopen.
   Meer dan 2000 predikanten en ouderlingen begaven zich naar Den Haag. Bijna niemand van de predikanten was thuis gebleven.
   Een indrukwekkend schouwspel, zoveel ambtsdragers bijeen te zien in de grootste kerk der residentiestad! Het werd een ontzaggelijk kerkelijk gesprek!
   Door vooraanstaande vertegenwoordigers van alle richtingen werd daar vanaf de kansel het woord gevoerd.
   En daar kwam het nu uit, in dat machtige kerkgebouw, wat al leringen in de Nederlands Hervormde Kerk werden verkondigd. Daar stonden of zaten wij nu plotseling voor de naakte feiten.
   Nog voel ik iets van de grote ontroering, die mij aangreep, toen daar onze dierbare Belijdenis, vervat in de drie Formulieren van Enigheid, beleden en verdedigd werd en aangewezen als de Belijdenis der Kerk.
   Ook andersdenkenden voelden iets van het magistrale van dat Stuk en kwamen onder de indruk.
   En de vrijzinnigen? Ik herinner mij nog, dat er één was, die het zo profaan-brutaal er over had „of Jezus van Nazareth een historisch persoon was".
   't Was mij of ik door de grond heenging, toen ik dat hoorde. Zeker, ik had zoiets wel eens gelezen, maar het trof mij als een donderslag, dit vanaf de kerkelijke kansel brutaal te horen weerklinken. Zó diep was de Kerk dus gezonken, moest ik met ingehouden droefheid constateren.
   Ook wat een ander, meer bekend vrijzinnig predikant toen sprak, is mij bijgebleven. Hij zeide onder meer : „het heeft er alle schijn van alsof wij, vrijzinnigen, hier heden als aangeklaagden zijn gedaagd voor de rechtbank der rechtzinnigen".
   Daartegen ging eerst zijn protest. Dit protest was er evenwel naast. De zaak stond eenvoudig zó, dat de modernen zich daar gedaagden voelden. Niet slechts tengevolge van de referaten, die de puntjes op de i zetten, maar ook vanwege de hevig bewogen sympathie en het medeleven van verreweg de meeste aanwezigen.
   De loop en de gang der dingen heeft zich daarna in de Kerk weer gewoon voortgezet. Velen zeiden dan ook : „Wat heeft het uitgewerkt? "
   Toch, afgaande naar mij zelf, moet daarvan wel iets achtergebleven zijn. Ik had het nu zelf duidelijk gehoord, wat dit modernisme van de kansel eigenlijk in had. Onze dure verantwoordelijkheid daartegenover was ons door de Heere weer op het hart gebonden, om des te krachtiger te getuigen van die éne Naam, onder de hemel tot zaligheid gegeven. Om dat overal te verkondigen en ons dat Evangelie niet te schamen.
   Om ieder te waarschuwen, zich tegen de Zoon niet langer te verzetten.
   Om de gevaren in de Kerk te zien, waar zij lagen, hetzij in een brutaal modernisme, hetzij in een dode orthodoxie.
   En daarbij de Heere telkens weer te vragen om wijsheid en tact en vooral om ootmoed, opdat ik mij nooit zette op de plaats, waar ik niet staan mag, maar de boog spannend in eenvoudigheid, de uitkomst vrijelijk late in 's Heeren handen.
   De boog te spannen in eenvoudigheid Wordt niet door elk verstaan.
   Wij zien weleens de een of andre koning gaan En leggen op hem aan.
   Maar 't schot ging, o, zover, er naast; voorbij Wij hadden 't doel gemist.
   Ons in de opzet van het plan vergist. Mislukt was onze list.
   Breng gij dan toch in eenvoud steeds 't Woord
   Wat ook wordt afgevuurd, Het is de Heere, Die de gang van 't schot bestuurt.
   Geen koning dat verduurt.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's