De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Of vaccinatie op één lijn kan worden geplaatst met de voorzorg, welke in ons antwoord werd genoemd met een beroep op de Heilige Schrift?

Antwoord :
De vrager meent van niet. Hij ziet de vaccinatie als het inbrengen van- een „giftige stof" om het gezonde lichaam met opzet ziek te maken, om het onvatbaar te maken voor de pokziekte. Wat meer zegt : vaccineren is niet altijd onschuldig.
   Wij gaan op de medische kwestie niet in, omdat wij geen deskundige zijn. De ervaring leert echter inderdaad, dat vaccineren niet zonder gevaar is.
   Daarom zijn wij zonder beding tegen vaccinatiedwang, welke trouwens is opgeheven. Wij zijn ook van oordeel, dat die ten onrechte aan militairen wordt opgelegd. Met name op latere leeftijd blijkt, dat er gevaar is, zodat men het ene gevaar zou ontlopen, om in het andere te vallen. Dat is op zich zelf reden genoeg om afwijzend te staan tegenover de vaccinatie.
   Het wordt een keuze tussen een mogelijk gevaar van besmetting en een mogelijk gevaar van een andere ziekte.
   Het is dan ook volkomen begrijpelijk, als iemand zich in dit opzicht onthoudt en zijn toevlucht neemt tot „gewone" voorzorgsmaatregelen. Persoonlijk zijn wij dit standpunt trouwens toegedaan.
   Als onze vrager „onwillekeurig" denkt aan het 6de gebod en het antwoord van de Catechismus : „ook mijzelve niet kwetse of moedwillig in enig gevaar begeve", wordt het verband duidelijk met het gevaar, dat de vaccinatie aankleeft.
   Nu blijkt echter tevens, dat het geval niet zo eenvoudig is. Nu gaat het over enig gevaar! Welnu, wij worden de ganse dag door vele gevaren bedreigd en telkens staan wij voor de beslissing, „zich niet moedwillig in enig gevaar begeven". Ik denk aan het moderne verkeer, b.v. het luchtverkeer. En dan zijn wij het eens, dat het 6de gebod ons telkens tegenkomt.
   Maar onderstel nu eens, dat de vaccinatie onschuldig ware en zonder gevaar bij dreigende besmetting kon worden aangewend, dan ging het beroep op het 6de gebod niet door, maar dan bleef de vraag, of men de voorzorg mag uitstrekken tot dergelijke middelen.
   Ik spreek dus niet over algemene maatregelen, nog veel minder over dwang, omdat daarmede weer andere geestelijke en zedelijke kanten naar voren zouden komen en de zaak nog weer ingewikkelder zou worden. Want het gaat om een aangelegenheid, die in geestelijk en zedelijk licht moet worden bekeken : de zorg voor het lichaam en de levenshou­ ding naar de regel des geloofs.
   Wat die zorg ook voor de bestrijding van ziekten en bepaaldelijk besmetting aangaat, is de Heilige Schrift duidelijk. Denk aan de medicijnmeester en aan de maatregelen tegen b.v. melaatsheid, welke zeer beslist worden geboden. (Leviticus 14). Afzondering en controle , zijn voorgeschreven maatregelen.
   Zo komen wij tot de concrete vraag : of daarbij ook dergelijke middelen als vaccinatie (mits zonder gevaar) mogen worden gebruikt. Medische hulp en voorzorg grijpen hier in elkander. En die concrete vraag moet dan gesteld worden in concrete omstandigheden, waarin het gevaar van besmetting aanwezig is.
   De vrager denkt ook aan Psalm 139, waar over de wonderlijke schoonheid en organisatie van het lichaam wordt gesproken.
   Niet tevergeefs wordt daarop gewezen en men kan weten, dat de huishouding in ons lichaam inderdaad op een wonderbaarlijke en spontane wijze wordt gericht op de bestrijding van schadelijke invloeden.
   Daarom nu is het niet zo eenvoudig. Immers naarmate de wetenschap dieper vermag in te dringen in de geheimenissen en aan inzicht wint in de strijd, welke daar in het lichaam wordt gevoerd, tracht zij daarin krachtiger te hulp te komen.
   Als wij nu niet bij de vaccinatie blijven staan, omdat de ervaring leert, dat deze niet zonder gevaar wordt toegepast, maar als het nu gaat over de aard der voorzorg door bestrijding van het besmettingsgevaar met middelen, die niet slechts uitwendig worden aangewend, maar de strijd in het lichaam aangrijpen, terwijl daarvan overigens geen schadelijke gevolgen mogen worden verwacht. Wat dan?
   Zal men dan zonder meer kunnen zeggen, dat is ongeoorloofd?
   ­ Die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden.
   En nu weer op de vaccinatie terugkomende. Er kan gevaar zijn, maar het blijkt niet altijd en schijnt ook niet in alle gevallen aanwezig. Men kan de vaccinatie dus niet in het algemeen aanbevelen, moet dwang afwijzen, maar er kunnen persoonlijke omstandigheden zijn.
   Vandaar, dat wij op de gezindheid hebben gewezen. De zaak heeft een geestelijk-zedelijke achtergrond.
   Alle voorzorg, die wordt toegepast uit een gevoelen van menselijke macht en hoogmoed, zoiets als : „mij kan niets gebeuren", is als zodanig reeds in strijd met de vreze Gods en het geloof in Zijn voorzienigheid en macht.
   Ook de omstandigheden, waarin men verkeert of geroepen wordt, en niet het minst het persoonlijk geloof, spreken in deze dingen mede. Men mag zich niet moedwillig in gevaar begeven! Gij hebt gelijk, maar dit mes snijdt van twee kanten!
   Onder dit gezichtspunt hebben wij gezegd : Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed verze­kerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's