De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT MOET MIJN KIND WORDEN?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT MOET MIJN KIND WORDEN?

5 minuten leestijd

   Deze vraag is voor vele ouders gemakkelijk, maar voor andere ouders zeer moeilijk te beantwoorden. Er zou wellicht een boek over te schrijven zijn. Dit is echter mijn doel niet. Ik wens mij dan ook te beperken en zal zeer zeker niet volledig zijn.
   Vooreerst wil ik mij beperken tot die leerlingen der lagere school, die volgens hun onderwijzers „goed" kunnen leren. Deze kunnen een mulo-school, een h.b.s. of een gymnasium bezoeken. Dit hangt af van de vermogens der leerlingen ep van de aanwezigheid van scholen in de naatste omgeving. De grote stad is bevoorrecht : alle soorten scholen zijn er aanwezig ; op het platteland heeft men soms weinig te kiezen en kan een h.b.s. slechts met grote moeite bezocht worden. Of een leerling naar de mulo-school moet of naar de h.b.s., hangt af van de capaciteiten van de leerling ; men doet verstandig daaromtrent het hoofd der lagere school raad te vragen.
   Wie in staat is om de eerste drie jaren der h.b.s. te doorlopen, kan vele kanten uit. De zeevaartscholen staan open, men kan naar een middelbare technische school, of wel naar een kweekschool. De vooruitzichten voor de afgestudeerden van de m.t.s. zijn gunstig. Door de voorgenomen industrialisatie van ons land zijn er veel leidinggevende personen in de techniek nodig, die hun opleiding op de m.t.s. kunnen verkrijgen. Voor hen, die goed kunnen leren en enige technische aanleg, hebben, biedt dit een goede toekomst. Voor hen, die lust hebben het lager onderwijs te dienen, is de kweekschool de aangewezen weg. Er is voorshands nog gebrek aan onderwijzers, in 't bijzonder is er gebrek aan onderwijzers van de geref. bondsrichting, terwijl hervormde onderwijzers in 't algemeen nog vrij snel geplaatst kunnen worden.
   Bezit een leerling de capaciteiten om de 5-jarige h.b.s. af te lopen, dan zijn er veel meer perspectieven. Prof. Polak heeft een vorig jaar voor de Vereniging van Directeuren van H. B.  scholen met 5-jarige cursus, hierover een lezing gehouden, waaraan in het volgende een en ander ontleend wordt.
   We kunnen hier twee groepen onderscheiden. In de eerste plaats zij, die onmiddellijk in het arbeidsproces treden. Het merendeel komt terecht in functies op een handelskantoor of wordt winkelbediende. Hier moet echter de raad worden gegeven : kies niet een administratief beroep, want er is een te groot aanbod. Waar wèl plaats voor is, zijn de gespecialiseerde administratieve functies : accountancy, mechanische boekhouding, technische administratie, diverse richtingen van overheidsadministratie.
   De tweede groep zijn zij, die afstuderen aan een universiteit. We zullen enkele faculteiten bezien. Dan beginnen we met de theologen. Bij voorkeur dient men een gymnasiumopleiding gevolgd te hebben. In 1936 meende de commissie-Limburg, dat er na ongeveer 10 jaren geen enkele vacature meer over zou zijn. Dit is echter geheel onjuist gebleken, doordat de kerkelijke arbeid zich zeer heeft uitgebreid. Thans heb ik de indruk, dat het in de middensector der kerk even kan duren, voor men een plaats gevonden heeft ; in de geref. bondsrichting is er nog een groot gebrek aan predikanten.
   Ten aanzien van de juristen moet opgemerkt worden, dat op dit terrein een overcompleet aanwezig is, zodat het beter is iemand niet deze kant uit te sturen. De jurist wordt langzamerhand verdrongen door nieuwe specialisten : economen, sociografen, sociologen e.d. Nu komen de artsen aan de beurt. De huidige toeloop is enorm groot. De commissie-Limburg was zeer pessimistisch ten aanzien van artsen en tandartsen. De practijk heeft uitgewezen, dat het aantal artsen voortdurend is toegenomen. In 1920 was er 1 arts op 1961 inwoners, in 1930 was er een op 1732 inwoners, en in 1939 een op 1333 inwoners. In 1947 was er een op 1386 inwoners. In Zwitserland is er een arts op 785 inwoners.
   Door de uitbreiding van het verzekeringswezen en maatregelen voor de volksgezondheid, als doorlichting, zuigelingenzorg, moederzorg enz., zullen artsen nodig zijn in overheidsdienst. Ook ten aanzien van de tandartsen blijkt de maatschappij aan een steeds groter wordend aantal plaats te bieden.
   Het onderwijs vraagt veel krachten. Het L.O. zal in 1952 waarschijnlijk 7000 vacatures hebben. Het middelbaar onderwijs heeft ongeveer 1000 vacatures, terwijl het nijverheidsonderwijs er in 1947 al 1300 had. Bij het onderwijs is dus voorlopig nog wel plaats.
   Bij het M.O. zal het wel zaak zijn op de studierichting te letten ; bij sommige richtingen als b. V. Nederlands, wis- en natuurkunde, biologie, is het tekort zeer groot en dringend. Ook de sociale richting belooft veel. Het sociale onderzoek heeft zich in sterke mate ontwikkeld. Er is grote behoefte aan betere opleiding van personeelsleiders, b. v. en ieder, die liefde en belangstelling heeft voor het menselijke, voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van zijn medemensen, kan hier een arbeidsveld vinden.
   We hebben hier slechts enige richtlijnen kunnen aangeven ; wie grondiger ingelicht wil worden, doet verstandig zich tot een bureau voor beroepskeuze te wenden. Deze bureaux hebben vele gegevens en zijn speciaal voor dit doel ingesteld. Zij kunnen zich in de regel ook enig oordeel vormen over de capaciteiten van de betrokkene.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAT MOET MIJN KIND WORDEN?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's