De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER

FEUILLETON

12 minuten leestijd

   — Vrienden, vangt Janus aan, is het u niet opgevallen, hoe de profeet Jesaja dit merkwaardigste en rijkste hoofdstuk uit heel zijn boek begint aan te vangen met die wonderlijke vraag : Wie heeft onze prediking geloofd?
   Hier is een overeenkomst waar te nemen met Johannes 1, waar we lezen : Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Jesaja heeft rijke en grote dingen geprofeteerd ; maar waar goddelijke zaken worden verkondigd, moeten ontdekte ogen en geopende oren zijn, want anders wordt de inhoud niet begrepen.
   Wie oren heeft om te horen, die hore! Indien ons hart een geestelijke boodschap ontvangt, zal het eerst geestelijk ontwaakt moeten zijn, want van nature liggen wij midden in de dood en kunnen niet ontvankelijk zijn voor het Woord Gods.
   De voorganger der Apostolischen schudt meewarig het hoofd.
   Nu is er in de wereld niets vreemder dan de boodschap van het Evangelie. Niets staat onze natuur meer tegen, dan het kruis van Christus, want wij zijn uit de aarde aards.
   Daarom wordt Christus door de religieuze wereld als een groot en voortreffelijk niens geschilderd en tot een voorbeeld aan ieder aanbevolen.
   Zo was het ook bij de Joden. Als Jesaja gesproken heeft over die Knecht, die verstandiglijk zal handelen, die verhoogd zal worden en verheven, nadat velen zich over Hem ontzet hebben, zo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand en zo verwond was Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen ; dus het rijke Evangelie van de Man van Smarten, Die de last van de zonden der wereld dragen zal, verkondigd heeft, dan roept hij vertwijfeld uit : Maar wie heeft onze prediking geloofd? En daarmee wordt dit 53ste hoofdstuk aangevangen. Daar begint hij mee. En dan volgt de beschrijving van het lijden van Christus. Hiermede betoont hij de tegenstelling te kennen tussen de weg, welke de mens wil gaan, en de weg, welke God voorstelt als de volkomen weg, waardoor een zondaar gaan moet, zal hij ten leven ingaan.
   Jesaja weet, dat de zaligheid alleen in die beloofde Messias is. En hij staat midden onder het volk. Dat hardnekkige volk, waarmee Mozes het zo te stellen had op de woestijnreis naar het beloofde land.
   Jesaja heeft God gevreesd en gediend van der jeugd aan. Hij heeft geweend bij de gebroken bakken, die het volk der Joden zich hadden uitgehouwen.      Gebroken bakken, die geen water houden. Het had een eigenwillige godsdienst, waar de Heere een walg van had. Een godsdienst, vol liefdeloosheid. Het was: raak niet en smaak niet en roer niet aan.. Het puik van Israels godsdienstige gezindte, het Farizeïsme, vol eigengerechtigheid. Hierop moest wel de boodschap van zijn vrije genade afstuiten. Hier paste geen Middelaar Die tussenbeide trad om een zondaarsziel te troosten met de genade van het kruis.
God Zelf baant een weg door de wereld, waar Hij Zijn Kerk langs voert. Nooit werd een christen, hoe rechtschapen ook, door de wereld geacht. De oerstrijd zit er tussen. Wie van genade leven mag, moet weten dat de wereld hem ongenadig zal zijn. De wereld, die in absolute strijd met God leeft, zal deze strijd nooit opgeven. En daar de kerk der Joden veel eigenschappen van de wereld had overgenomen en werelds leefde, daarom ervoer Jesaja dat er geen plaats was voor de Man, waar reeds Eva van jubelde, de van God beloofde Messias.
   Maar Jesaja kende de vreemde, onbegrijpelijke paradox ; het roepen Gods, het nodigen van Zijn Woord ; en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. De Heere heeft recht op allen en dat deze allen Hem verheerlijken, maar het zijn er weinigen, die Hem liefhebben met die bovennatuurlijke liefde. Zij hebben Hem lief, omdat Hij hen het eerst heeft liefgehad.
   Eva meende dat haar eerstgeborene de Man was, die de slang de kop zou vermorzelen, maar het werd een broedermoordenaar. Welk een ongetemde smart zal Eva doorfolterd hebben, welk een zwaard zal er door haar ziel gegaan zijn. O, dat bloed van haar lieveling Abel, de Godvrezende, zachte jongeling, in de bloei zijner jaren, wat zal dat haar ziel getroffen hebben. Zij zal gedacht hebben over die Man, die zij van de Heere meende verkregen te hebben. Zij heeft gezien, dat het die Man niet was, welke de Heere God haar had beloofd, die de gevallenen uit hun val zou oprichten.
   Jesaja heeft de rollen des hoeks van Mozes doorleefd in de donkere uren van zijn zielesmart. Hij heeft de souvereine daden Gods beschouwd. Hij, Die de geschiedenis der volken schrijft, is zijn Leermeester geweest. Jesaja kreeg onderwijs van de academie des hemels.
   Nu opent hem de Heere de schatkamer der gezegende toekomst. Het licht valt op Immanuël, de eeuwige Zone Gods, die Zijn gezegende voeten zetten zal in de poorten van Jeruzalem. Jesaja ziet Hem in Zijn overgave, als Hij de last des toorns Gods over de zonde draagt. Hij schouwt Hem als de lijdende Knecht des Heeren. Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
   De profeet tekent Jezus in Zijn lijden. Welk een goddelijk gezicht heeft hij in dit borgtochtelijk lijden van Christus gehad. Want niemand begreep zijn profetie, dan de weinige eenvoudigen in den lande, die door Gods Geest verlicht werden. De Joden hebben deze Immanuël, Die Jesaja hier predikt, geslagen en gehoond en tenslotte Hem aan het vloekhout des kruises genageld, als een schandvlek Hem gehangen tussen aarde en hemel. De zuiverste vertegenwoordigers van de Joodse godsdienst waren de felste vijanden van de Heere Jezus.
   Maar, mijn vrienden, is deze Jezus u geworden een Heere des Levens? Zijt gij gekomen tot Zijn kruis, waar de droppelen bloeds uit Zijn wonden zijn gedropen? Zonder bloedstorting is er geen vergeving, dat leraarde de Joodse godsdienst in al de ceremoniën en offers, elke dag. Is Jezus u tot heil geworden? Zonder Hem kunt gij niet zalig worden.
   Wij allen zullen eens geopenbaard worden voor de Rechterstoel van Christus. En hoe zal het dan zijn? Er is maar één schrede tussen ons en tussen de dood. Hoe noodzakelijk is het, dat wij intijds met God verzoend worden.
   Uit het middel, dat ter redding is aangewend om met God verzoend te worden, is het duidelijk hoe noodzakelijk het is dat wij ons van harte bekeren van de weg des doods, met belijdenis- van onze zonden. Zó kunnen wij niet voor God verschijnen. Wij moeten een Borg kennen voor onze ziel. Een schuldovernemende Borg! Nóg is het niet te laat., Nog is het 't heden, het lieflijkheden der genade. Dit heden is de rechte tijd om ons voor God te verootmoedigen en onze reinigmaking buiten onszelf te zoeken.
   Wij hebben gehoord, hoe Jesaja het lijden van Christus geprofeteerd heeft. Hoe hij de lijdensgang schetst van de Middelaar, Die als een lam is ter slachting geleid. Het gepeupel der hel heeft Hem omringd in de nachtelijke uren, als Hij in den gebede was en in strijd, om Sion te behouden door de weg van het heilig recht.
   Gij weet dat de gehele wereld voor God verdoemelijk ligt, maar dat er een volk is, verstrooid tussen allen, welke de Heere verkoren heeft tot Zijn kinderen en erfgenamen. Gij weet de keuze van Jakob boven Ezau en de verzoening, welke Paulus deelachtig werd, terwijl Demas de tegenwoordige wereld weder lief kreeg.
   Wij moeten hier blijven staan, de voeten ontschoeien en de handen vouwen in diep ontzag, want ons verstand staat hier stil.
   Doch het vermaan van de profeet geldt ons allen : De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Heere, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk
   Aldert van Janna luistert. Hij luistert zó gespannen, dat hij totaal zijn omgeving vergeet.
   Als Janus uitweidt over de lijdensgang van de Heere Jezus, Die goeddoende het land doorging en als de koninklijke Hogepriester de zonden der diepst gezonkenen vergaf, dan rollen de tranen hem over de wangen. En deze Jezus, deze zuivere, vlekkeloze, moest als een schandvlek sterven. ''
   Nooit hoorde hij zó de Heere Jezus prediken.
   Dit alles moest volbracht worden, opdat vervuld werd het woord van de profeet : Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld ; de straf, die ons de vrede aanbrengt, - -was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
   Met een hartelijke opwekking de Heere te zoeken en in Zijn wegen te wandelen, beëindigde Janus zijn stichtelijke toespraak.
   Hij zet zich op een gereed staande stoel en zegt : Nu, vrienden, wat zal dat groot zijn, als wij deze Koning in de hemel mogen ontmoeten en ons voor Hèm nederbuigen. Dat zal zijn zoals we 't lezen in het Woord, (daaruit moeten we toch allee'hebben) : Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart'is opgeklommen. Wat God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.
   Er wordt toegestemd.
   Dan breekt langzaam de spanning en de stemmen vermenigvuldigen zich.
   De meisjes gaan nog eenmaal rond met een broodje én koffie.
   Janus Veldstroo is alleen gebleven en toch is er wat gaande. Daar is een woord gevallen in het hart van een joiïge vrouw. Hij heeft er iets van gevoeld, maar heeft er verder geen duidelijkheid over. Dan staat hij op en gaat de kring rond. Eerst in de huiskamer, dan in de keuken.
   De jonge vrouw is verstild. Janus voelt haar gloeiende hand in de zijne. Zij drukt die lang.
 — Gods zegen, meid. Houd moed, fluistert Janus geroerd.
   Vrouw Gieson doet Janus uitgeleide.
   Zij dankt hem oprecht voor zijn goede woorden en de leiding, deze middag.
•— Buurman, ik heb een zware gang gemaakt. Komt u nog eens een keertje weerom?
— Ik zal wel zien, vrouw Gieson, antwoordt Janus en pakt de fiets uit de karloods.
Het is hem wonderlijk te moede. Hij leeft als in een droom nu. Is dat de vrucht van Hent Gieson's streven? ; Van zijn uitgieting van haat, van zijn lasteren en kwalijk spreken?
   Het juk werd van de schouders der vrouw genomen, maar zij mist het juk waaraan zij gewend en verbonden was.
Janus is vervuld met, een lofzegging Gods. De Heere is wonderlijk van Raad en machtig van Daad.
Een begrafenis van een vriend zou hem niet zoveel heilige ijver geschonken hebben als nu. Het was het heilige werk, dat God hem vergunde te doen. De Heere heeft hem een goede dag gegeven. Hier was geen triumph over een vijand, maar hier was een verlustiging in Gods wil, in Gods daden.
   Janus had zich vermaakt in het heilige werk, zijn leven over te geven agRi God. Hij ervoer de vrede, die volgt op het respecteren van het doen Gods. Hoe goed is het, in dit heilige werk te leven, waarop de wijding der eeuwigheid rust.

XII. TUSSEN VADER EN MOEDER.
   De kleine Berend groeit als kool. Zijn vader kan lang op hem zitten staren als Mia hem voedt aan haar borst. Onwillekeurig denkt Janus aan sommige moeders, die hun kind reeds in hun jeugd aan de Heere hebben afgestaan. Hoe menigmaal gebeurt het echter ook dat de kinderen van gelovige ouders niet in hun voetstappen wensen te wandelen. Als daar waren de zonen van Samuel. Terwijl Samuel zelf reeds vóór zijn geboorte was verordineerd tot de dienst van God in bizondere zin, zo weken zijn zonen af. Doet de opvoeding alles niet, haar invloed is van het grootste belang. Eli heeft zijn zonen niet eens zuur aangezien. Dit is in de Bijbel vermeld tot een waarschuwing voor allen, die vader en moeder zijn. Het is een grote post, mens te zijn, nog groter post man en vrouw te zijn, en een post van drievoudige ernst, vader en moeder te zijn. Mia brengt de jongen naar zijn bedje. Het kleine kereltje is uiterst voldaan en lacht tegen zijn vader, die hem krabbelt onder de kin. Het is stil in de keuken. De grote petroleumlamp wordt opgedraaid. — Janus, zegt Moeder, zou je nog eens lezen uit Mac. Cheine? — Best, Moeder, 't staot me wel an. Hij pakt het boek van de schoorsteenmantel en begint bij de bladlegger te lezen : Daar iedere geestelijke gave aan de hand van Jezus is toebetrouwd, werd hij, als hij Mozes en Paulus in het bezit van heerlijke gaven zag, daardoor aanstonds bewogen om hen te volgen in de tegenwoordigheid van die Heere, Die hun al die genade had toebedeeld. Er is een hemelsbreed verschil tussen het prediken der leer of het verkondigen van Christus. Mr. Mac. Cheine predikte de volkomene leer der Schrift, ioals die door onze Geloofsbelijdenis daaruit verklaard wordt, stilstaande bij het bederf door de val des mensen, de wederaanneming door de Middelaar. „De dingen van het menselijke hart en de dingen, die des Geestes Gods zijn", maakten in de grond altijd het onderwerp van zijn prediking uit. Uit de eigen bevinding van zware verzoeking wist hij de geheimen des harten te ontvouwen, zodat hij eens zeide : Hij veronderstelde, dat de eigenlijke reden, waarom velen der grootste zondaren uit Dundee hem waren komen horen, daarin bestond, dat zijn hart zoveel overeenkomst met het hunne aan de dag legde. Echter predikte hij geen geloofsleer alleen, maar Christus, van Wien alle leer uitgaat, gelijk de stralen uit één brandpunt voortkomen. Hij trachtte ieder vat en iedere fles aan Hem te doen hangen, „'t Is vreemd", schreef hij na over Openb. 6 vs. 15 gepredikt te hebben, „hoe lieflijk en heerlijk het is, onmiddellijk over Christus te prediken, vergeleken bij alle andere stoffen van prediking " — Dat is heel anders, as dat ik ut wel us gelezen het, zegt Janus, in een nieuw-modisch gereformeerd blad, waar een dominee schreef, of het niet beter was te breken met de gewoonte, zoveel adventsweken te preken over hetzelfde onderwerp. Wat verklaort daormee zo'n dominee zien geesteluk onvurmoge nie alleen, mer ók z'n geaordheid. 

(Wordt vervolgd)
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PURITEIN VAN DE HERTENPOLDER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's