De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

5 minuten leestijd

XII DE PREEK

   Wat de gelegenheidsstoffen aangaat, denken wij in het bijzonder aan de Bid- en dankstonden voor het gewas. De teksten zijn vaak spoedig gevonden ; maar nu de wijze van bewerking.
   Zullen wij over het gewas spreken, dan dienen wij dat toch ook te noemen. Wij hebben het dan niet over het geestelijk gewas, zoals sommigen doen, die uit willen laten komen, dat het geestelijke boven het stoffelijke gaat.
   Wij spreken dan voornamelijk over de vruchten in het rijk der natuur en speciaal over datgene, wat God in de streken, waar wij wonen, doet groeien. Dat is toch ook wel een preek en de aandacht waard. Immers, dat spreekt het meest tot ons.
   In de landbouwstreken hebben wij onwillekeurig meer het graan en de aardappelen ; in de kleistreken het groenende gras en het vee rondom ons.
   Welnu, waarom zouden wij ons samen daarin niet verlustigen? Waarom er niet op wijzen, hoe wij ook hier afhankelijk zijn van God, Die de wasdom geeft?
   Iets anders wordt het wel in de grote steden. Altijd heb ik weer de bezwaren gevoeld, wanneer mij daar ook gevraagd werd, Bid- en Dankstond voor het gewas te houden.
Hoe nu? zegt gij, is men dan in de steden niet afhankelijk van hetgeen de Heere bp het land doet groeien?
   Ja, dat zijn zij, en de ware christen beseft dat ook wel. Maar ik zou mijn hoorders in een preek over het gewas zo gaarne mee willen nemen naar Gods vruchtbare velden. Ik zou zo zeer wensen, dat zij met mij kenden het suizen van de wind in het rijpe koren, om met mij verrukt te zijn over de grootheid Gods, ook in het rijk der natuur. Om met mij te voelen het Woord, dat Christus eens sprak : „Want de aarde brengt van zelf vrucht voort ; eerst het kruid ; daarna de aar ; dan het volle koren in de aar".
   Om mee te beleven Gods wonderen, die Hij bij dag en nacht verricht, ook ten behoeve van ons, onwaardige mensen. ,
   Maar in de steden ziet men deze dingen niet voor de ogen. Daar voelt men niet de voorjaarswind zachtkens over de landouwen strijken, waarbij de bladerknoppen zwellen en de bloemen worden gezien over veld en beemd.
   Daar staart men al maar weer op keien en stenen, op fabriekscomplexen en reusachtige gebouwen. Zij missen daar het aanschouwelijk onderwijs inzake het gewas.
   Ik zal daarom niet zeggen : Houdt deze Bid- en Dankstonden in de gróte steden dus maar niet. Als ze tenminste niet in wat anders overgaan of verlopen, waarmee vooral dominee het zó druk heeft, dat er voor de preek geen tijd overblijft. Wel wil ik in overweging geven of het geen aanbeveling verdient, in de grote steden ook andere bidstonden te houden.
   In de vissersplaatsen worden Bid- en Dankstonden gehouden voor de visserij.
   Zo zou men het ook kunnen doen voor de zeevaart.
   In de fabrieksplaatsen voor de industrie. Het werken gaat daar toch al zo machinaal. De mensen moeten aangegrepen worden in hun dagelijkse arbeid, om op hun terrein hen er bij te bepalen, dat zij zonder de Heere niets vermogen. Dat de Heere alleen behoeden kan op de grote wateren. Dat Hij het is. Die nog altijd de vissen voor het net brengt. Dat ook in de industrieën God gekend en erkend moet worden door werkgever en werknemer.
   Dat niet het menselijk genie overheerst, maar dat het ook hier Gods Almacht is, die in de raderen grijpt. Want daar vooral zou een mens dat meer en meer vergeten. Het machinewerk maakt de mens vaak fataal machinaal.
   Zeer kort geleden werd mij verteld van een grote en bekende Firma in ons land, die elke Maandagmorgen haar werk met gebed en een korte dienst begon. In vroeger jaren was dit geschied, terwijl het gehele personeel aanwezig was. Dit was echter op de duur niet meer mogelijk, met het oog op het aangroeien van het getal andersdenkenden onder de arbeiders ; de Directie- bleef echter bij dat ingestelde gebruik.
   Ach ! vond dit exempel meer waarachtige navolging. Er zouden heel wat minder sociale problemen zijn.
   Overigens zij ten opzichte van sommige Bidstonden, een ieder in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. Er kunnen bijzondere tijden zijn, waarin de nood dringt of waarin de zegeningen Gods aansporen om te danken.
   Vanwege de nood der tijden zijn er in deze dagen nogal eens Bidstonden uitgeschreven. Alles best ; wanneer wij maar niet vergeten dat elke Zondag, ja, zelfs elke dag een bidstond moet zijn.
   Deze dingen mogen niet het karakter aannemen, dat men God als het ware zou willen dwingen, aan de rampen een einde te maken. Want anders zouden deze bidstonden in wezen niets verschillen van die processies in Roomse landen, waar men door het meevoeren van „het heilig Sacrament" of van heiligenbeelden in de optocht, de lava uit een vuurspuwende berg zou willen noodzaken, niet verder te stromen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's