UIT HET HOOFDBESTUUR
WAT MOET ER IN NOVEMBER A.S. GEBEUREN?
WAT MOET ER IN NOVEMBER A.S. GEBEUREN?
Een- en andermaal is aan het Hoofdbestuur gevraagd vanuit de gemeenten : Wat moet er nu eigenlijk in November in onze gemeente gebeuren ?
Dat kunt ge lezen in Ordinantie 3, artikel 4. Daarboven staat: De zesjaarlijkste stemming.
1. De tot stemmen bevoegde lidmaten der (wijk) gemeente kunnen hun bevoegdheid tot verkiezing van ouderlingen en diakenen zichzelf voorbehouden of de kerkeraad machtigen namens hen deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk uit te oefenen.
2. In November 1951, daarna in November 1956 en vervolgens oin de zes jaren, in de maand November, roept de kerkeraad deze lidmaten op tot een stemming, waarbij zij voor de in het eerste lid van dit artikel gestelde mogelijkheden opnieuw een beslissing nemen met betrekking tot het op 1 Januari daaraanvolgend tijdvak van 6 kalenderjaren.
3. Deze stemming geschiedt, behalve waar de omstandigheden — zulks ter beoordeling van het breed moderamen der Classicale Vergadering — dit niet toelaten, in een vergadering van lidmaten, onder leiding van het moderamen van de kerkeraad, met gesloten stembiljetten, terwijl de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen beslist, en bij staking van stemmen de bestaande wijze van verkiezing gehandhaafd blijft.
Hier rusten wij even uit en vatten samen : In elke gemeente moet in November a.s. een stemming plaats vinden.
Deze stemming gaat nog niet over personen, maar over de vraag : Wie verkiest de ambtsdragers, de kerkeraad of de gemeenteleden?
Op deze vraag moet men plaatselijk een antwoord vinden. Een algemeen advies is hier niet te geven, omdat de plaatselijke situaties zo buitengewoon verscheiden zijn.
Nu gaan wij naar Ordinantie 3, art. 5. Daarboven staat : Verkiezing door de lidmaten.
1. Indien de lidmaten zich de bevoegdheid tot verkiezing van ouderlingen en diakenen hebben voorbehouden, worden zij, tenminste vier weken vóór het houden ener verkiezing. door middel van een schriftelijke mededeling aan ieder persoonlijk of door mededeling in het kerkblad en afkondiging in een kerkdienst, uitgenodigd binnen acht dagen na de gedane mededeling bij de kerkeraad, schriftelijk en ondertekend, voor elke vacature afzonderlijk, aanbevelingen in te dienen van lidmaten, van wie zij menen, dat zij voor verkiezing in aanmerking komen.
Hier wordt dus verondersteld, dat de lidmaten de bevoegdheid aan zich hebben gehouden. M.a.w. de leden kiezen ouderlingen en diakenen. Dan gaat men dus te werk als bovengenoemd.
In de leden 2 tot en met 12, vindt men dan nog allerlei bepalingen, die de nadere bizonderheden van deze verkiezingen regelen.
Ordinantie 3, artikel 6.
In dit artikel wordt de kerkeraad gemachtigd de gemeente in een aantal geografische onderdelen in te delen. Hier heeft men gemeenten op 't oog, die nog al uitgestrekt zijn en, behalve het centrum allerlei bijcentra hebben. De lidmaten van zulk een onderdeel kunnen dan — wanneer de kerkeraad daartoe besluit — ambtsdragers uit hun midden verkiezen. Natuurlijk zijn er grenzen bij 't aantal van deze ambtsdragers. Hun aantal moet ten naaste bij evenredig zijn aan het aantal lidmaten, dat verhoudingsgewijs in dit deel der gemeente woont.
Ordinantie 3, artikel 7.
Hier wordt gesproken over de mogelijkheid, dat de gemeente de bevoegdheid tot de verkiezing van de ambtsdragers aan de kerkeraad overlaat.
Dit kan een gemeente dus in November a.s. besluiten. Is dit besluit gevallen, dan volgt vóór 1 Januari 1952 een tweede stemming over de vraag : Laat men de verkiezing van ouderlingen en diakenen geheel over aan de kerkeraad óf ontvangt de kerkeraad het recht van voordracht ?
In het eerste geval heeft de kerkeraad het recht om zichzelf aan te vullen na raadpleging van aanbevelingen uit de gemeente.
In het tweede geval (Ord. 3, art. 8) hebben de gemeenteleden het recht aanbevelingen van lidmaten — schriftelijk en ondertekend — in te dienen. De kerkeraad stelt dan voor elke vacature een tweetal, waaruit de lidmaten kiezen.
Ziedaar in het kort de mogelijkheden. Deze zijn dus drieërlei :
a. de gemeenteleden kiezen de ouderlingen en diakenen.
6. de gemeenteleden laten de verkiezing geheel over aan de kerkeraad, zodat deze zich zelf kan aanvuUen.
c. de gemeenteleden kiezen uit dubbeltallen door de kerkeraad gesteld.
Laat men in iedere gemeente de noodzakelijke voorbereidingen nemen en de gemeente van voorlichting dienen door middel van gemeenteavonden en kerkboden of anderszins en bij deze hier en daar vrij ingrijpende veranderingen op een geestelijke wijze leiding geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's