De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

6 minuten leestijd

XII. DE PREEK

5. HUWELIJKSINZEGENING.

   De Heere heeft in Zijn Woord gezegd : „Verblijdt u met de blijden!" Dat ligt in de eerste plaats wel op de weg van de dienaar des Woords, niet slechts in dagen van smart mee te leven met de leden der Gemeente, maar ook in dagen van vreugde. Want vooral jonge mensen moeten van het Evangelie en van het christen-zijn geen verkeerde gedachten krijgen.
   Daar zijn er toch, die u een voorstelling van het christelijk leven geven, die ten enenmale met de werkelijkheid in strijd is. Een lach kan er bij hen niet overschieten. De genoegens dezer aarde schijnen verre beneden hen te liggen.
   De questie is, dat men zulke mensen zelden in hun ware gedaante aantreft, dat wil zeggen : in hun gewoon menselijk leven.
   Het gebeurt namelijk wel, dat gij hen buiten uw bedoeling, plotseling verrast, terwijl zij midden in het alledaagse leven staan. Groot is dan hun ontsteltenis, want zij stonden bekend als kinderen Gods, en nu werden zij daar openbaar in de doodgewone, ja, flauwe dingen des levens.
   Jaren geleden ging ik eens op bezoek bij een bekende zuster der Gemeente. Het was nog vroeg in de middag. Zoals dat daar de gewoonte was, liep ik maar achterom. Reeds in het gangetje tussen twee huizen hoorde ik al lachen en schertsen, totdat ik op eens midden in een vrolijk gezelschap stond.
   De zuster der Gemeente was aan het schertsen met jonge mensen, en al was zij zelf al vele jaren moeder, zij kon toch nog aardig meedoen.
   Ik hoorde niets slechts ; in genen dele ; alleen maar : voor haar leeftijd wel wat flauw en in de grond was het gehoorde vrij smakeloos, vooral voor een christin.
Plotseling klonk mijn groet : , Goede middag!" Wat een schrik één enkele groet kan geven! Het werd ineens doodstil. Eindelijk klonk het uit de mond van de zuster : „Komt u binnen, domine!"
   Om de waarheid te zeggen, was ik zelf enigszins ontnuchterd. Wanneer men jong is, kan men vaak zo hoog opzien tegen hen, die als kinderen Gods bekend staan en haast denken, dat zij ook van ander vleselijk maaksel zijn, dan hun medemensen.
   Hier was ik nu bij een vrouw, die altijd, wanneer ik haar bezocht, of wanneer zij aan de pastorie kwam, „in de put" scheen te zitten. Maar nu zat zij daar toch zeker niet in, maar was zich nogal werelds aan het verpozen op de rand er van. In haar verlegenheid hierover vond zij eerst geen woorden, maar tenslotte kwam het er uit : „dat domine mij daar zó moest aantreffen!"
   Ik heb daarop maar geen antwoord gegeven, maar ik herinner mij nog wel, dat het gesprek over en weer die middag niet vlotten wilde.
   Intussen had ik ook hierdoor wat meer kijk op het leven gekregen.
   Blijdschap is toch geen zonde, wanneer zij althans niet ontaardt in wereldse pret. De Heere roept zelf Zijn volk tot blijdschap op. En zo heeft Gods Kerk mee te leven met haar leden ook in de blijdschap in aardse aangelegenheden en in gewichtige gebeurtenissen des levens.
   Het huwelijk is een inzetting, die God behaagt. Daar is op zichzelf toch zeker niets zondigs in een bruiloft. De Heere Jezus zelf was eenmaal öp de bruiloft te Kana. Sommige mensen kunnen daar zo gewichtig over doen en zeggen : „Ja, maar dat was daar een heel andere bruiloft". Bedoelt gij : omdat de Heere Jezus daar was? Dat is zo, maar verder was het op zichzelf een doodgewone Oosterse bruiloft met en zonder wijn.
   Wij lezen ook wel in Gods Woord : „het is beter te gaan in het klaaghuis, dan in het huis des maaltijds". Niet, dat een huwelijksmaaltijd op zichzelf verboden is, maar in een klaaghuis wordt de Heere eerder aangeroepen, dan in een huis des maaltijds. Bijna overal, waar het vrolijk toegaat, is het vaak een vrolijkheid zonder God. Men heeft de Heere er niet bij nodig.
   Dat is wel jammer, want de Heere wil ook in onze vreugde gekend wezen. De Kerk heeft ook mee te leven in de christelijke blijdschap harer leden, al wil dit nu weer niet zeggen, dat een domine alle vrolijke aangelegenheden meemaken moet. Dat hij zich kan gedragen, als leefde hij nog in zijn studentenjaren en als moest hij op alle bruiloften als ceremoniemeester fungeren.
   Het ambt brengt zeker niets gemaakts mee, maar toph wel de ernst, die een Evangeliedienaar past. Laten de predikanten daar toch aan denken, dat zij nooit zichzelf wegwerpen, want zij verlagen daarmee het ambt.
   Meeleven met blijde mensen kan toch wel op andere wijze geschieden, zo inzake de Huwelijkssluiting. Het spreekt van zelf, dat twee jonge mensen, die met elkander in het huwelijk wensen verbonden te worden, de kerkelijke bevestiging vragen. Dat is tenminste de normale toestand. (Wij twisten nu niet over de woorden : „Bevestiging" of „Inzegening". De eerste benaming is eigenlijk juister, maar de laatste heeft door veelvuldig gebruik een zeker burgerrecht verkregen).
   Als leden der christelijke Kerk is het ons niet voldoende, dat met de gebeurtenis op het Gemeentehuis nu alles afgelopen zou zijn, hetgeen altijd min of meer aan een contract doet denken, al willen wij daarmee niet te na komen de waarlijk christelijke toespraken, die op sommige plaatsen nog wel door de Burgemeester of Ambtenaar van de Burgerlijke Stand worden gehouden. Hoezeer wij dus ook de burgerlijke huwelijkssluiting als ordonnantie Gods erkennen, de kerkelijke bevestiging blijft nodig, zelfs ingeval het huwelijk gedwongen was.
   Hebben die laatste echtparen geen Woord Gods nodig op hun reis door het leven? En moeten zij nu zó 't leven maar in, zonder dat?
   Hier moet zeer zeker eerst schuld beleden, maar de Kerk make van dit schuld belijden toch vooral niet iets ostentatiefs, want op die wijze zou het tot een bespotting worden.
   Mij zijn voorbeelden bekend van Gemeenten, waar dergelijke echtparen eerst schuldbelijdenis moeten doen voor de Kerkeraad, alvorens hun Huwelijk kan worden bevestigd. Nu, goed, daar is niets tegen.
   Maar wel is er alles tegen, dat dergelijke echtparen later bij de aangifte van hun kind voor de H. Doop, eerst nog weer eens apart voor de Kerkeraad moeten verschijnen, met de bedoeling zeker, om nog weer eens schuld te bekennen. Waarvoor anders dat aparte?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's