De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

4 minuten leestijd

Ds. W. Tom, Paraphrase van het boek Numeri ; 162 pag., geb. ƒ 3.20.

Ds. J. Meester, Paraphrase van het boek Jozua ; 2e dr., 86 pag., prijs geb. ƒ 2.40. Ds. J. Meester en dr. J. Schelhaas. Paraphrase van het boek Richteren en van het boek Ruth; 188 pag., prijs geb. ƒ 3.40 Ds. W. Tom, Paraphrase van het boek II Koningen ; 200 pag., prijs geb. ƒ 3.40. Ds. H. Veldkamp, Paraphrase van het boek van de profeet Hosea en van het boek van de profeet Joel ; prijs geb. ƒ 2.40.

Ds. C. Vonk, Paraphrase van de brief aan de Romeinen ; 3e druk, prijs geb. ƒ 2.50.
 
   Met veel genoegen kondigen wij dit zestal boekjes, alle verschenen in de serie Paraphrase van de H. Schrift (uitgave T. Wever, Franeker) aan. Sommige deeltjes zagen reeds enige tijd geleden het licht, andere kwamen pasgeleden uit. De opzet is geheel gelijk aan die van de reeds in dezelfde serie verschenen werkjes. Het kan niet anders dan verblijden, dat er blijkbaar voldoende debiet is voor deze eenvoudige Schriftverklaringen, waardoor het mogelijk is, dat voortdurend nieuwe deeltjes uitkomen. Het werkje over Jozua is een herdruk, dat over Romeinen zelfs een 3de druk, en ik kan niet ontkennen, dat de paraphrase van ds. Vonk de 3de druk hartelijk verdient. Elk boek begint met een korte (soms al te korte, b.v. op Numeri) inleiding. Dan volgt de weergave van het Bijbelwoord met eigen woorden van de schrijver, hier en daar aangevuld met korte, zakelijke aantekeningen aan de voet van de pagina. Aan het slot van elk boek vindt men een inhoudsopgave, die een goed overzicht geeft van het Bijbelboek en een juiste indeling.
   De exegese loopt over het geheel parallel met die van de Korte Verklaring ; in Jozua wordt menigmaal het boek van prof. De Groot uit Tekst en Uitleg aangehaald.
   Het spreekt wel vanzelf, dat ïn de noten nauwelijks van discussie met de opvatting van anderen sprake kan zijn ; menige moeilijk te ontwarren knoop voor de uitlegging moet daarom zonder meer worden doorgehakt. Dat wij nogal eens een vraagteken gezet hebben, kan dan ook niet verwonderen. Het lijkt mij niet juist, dat het voorschrift bedoeld in Jozua, om stenen messen te gebruiken, rust op het motief, dat steen meer hygiënisch is dan metaal (Jozua 5 vs. 2). In 2 Kon. 4 vs. 26 zou de Suamietische in haar antwoord aan Gehazi reeds uiting geven aan het vertrouwen baars harten, dat het voor de Heere niet te wonderlijk zou zijn, haar het kind terug te geven. Is het juist, om de allerarmsten, die niet worden weggevoerd, met gepeupel gelijk te stellen? 2 Kon. 24 vs. 14 ; 25 vs. 3.
   Is het juist, dat de koning van Babel de naam Mattanja in Zedekia veranderde, om daardoor tot uitdrukking te brengen dat de koning van Babel, in de naam des Heeren, van de nationale God van Juda gerechtigheid geoefend heeft? Ten opzichte van Eljakim— Jojakim wordt de mogelijkheid verondersteld, dat Farao de indruk wilde wekken, dat hij als instrument des Heeren handelde. Waarschijnlijk is dit niet ; het ging Farao en Nebukadnezar bij de naamsverandering minder om de inhoud van de naam, als veel meer om de afhankelijkheid en de nieuwe verhouding, die Jn de naamsverandering uitkomt.
   In Hosea gaat ds. Veldkamp uit van de realistische opvatting ten aanzien van het huwelijk van Hozea ; ik geloof, dat moeilijk een andere opvatting te handhaven is. Maar daarmede zijn alle vragen niet opgelost. Ik denk b.v. aan 3 vs. 1. Ook handhaaft schrijver de naam Jareb, waar geerj eigennaam bedoeld wordt, maar „Grote Koning", zoals ook reeds uit het parallellisme waarschijnlijk wordt. Dat de uitdrukking „kinderen Israels" bij Hozea zou betekenen, dat niet Israël als volk weer zal worden aangenomen, maar dat kinderen Israels op enkelingen ziet, lijkt mij niet waarschijnlijk. Ik denk daarbij aan hfdst. 2 vs. 22 ; 11 vs. 8 V enz.
   Deze opmerkingen mogen een bewijs zijn, van de grote belangstelling, waarmede ik van deze deeltjes kennis nam. Gaarne beveel ik ze aan voor persoonlijke lezing en niet het minst ook voor onze verenigingen.
   De oude spelling is gehandhaafd, behalve op het titelblad van Hosea, blijkbaar om de eenheid van het geheel te handhaven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's