De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDERWIJS

4 minuten leestijd

Een nieuw Onderwijsplan 

   Onder dagtekening van 19 Juli 1951 heeft de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen een „Nota van Onderwijsvoorzieningen" bij de Tweede Kamer der Staten- Generaal ingediend. Reeds in de vergadering der Tweede Kamer van 2 December 1949 was een motie van orde aangenomen ; in deze motie werd een sluitend geheel van onderwijsvoorzieningen noodzakelijk geacht en werd de Regering uitgenodigd, met inachtneming van de vrijheid van Onderwijs, te geraken tot een wetenschappelijk verantwoord plan van onderwijsvoorzieningen. In de troonrede van September 1950 werd zulk een plan toegezegd en thans is het verschenen en bij de Tweede Kamer ingediend.
   Reeds eerder is er aan een dergelijk plan gewerkt. De Ineenschakelingscommissie is van 1903 tot 1910 bezig geweest aan een nieuwe Onder wijsregeling en heeft het resultaat van haar arbeid in een zeer lijvig rapport neergelegd. Practisch is er echter zeer weinig van terechtgekomen. Hetzelfde kan gezegd worden van de plannen, die Minister Marchand in 1934 en die dr. Bolkestein in 1946 heeft gemaakt. We weten natuurlijk niet, hoe 't met de in deze Nota aangegeven voorziening van Minister Rutten zal gaan. Reeds nu io door sommige Kamerleden waardering uitgesproken over deze Nota, terwijl het anderzijds ongetwijfeld niet aan critiek zal ontbreken. Het is trouwens ook de bedoeling, dat de nu gepubliceerde plannen van de Minister door de Volksvertegenwoordiging, door de Onderwijsinstaiities, door het Bedrijfsleven enz. grondig zullen worden bestudeerd. Uit de beoordelingen, schriftelijk en mondeling, kunnen dan conclusies worden getrokken en tenslotte kunnen dan definitieve regelingen worden gemaakt, die in Wetsvoorstellen zullen worden belichaamd. Want deze Nota is geen Wetsvoorstel era bevat er ook geen. 't Is meer een leiddraad, een richtsnoer, dat de hoofdlijnen aangeeft, waarlangs de Minister denkt, tot een betere regeling van het Onderwijs ir z'n geheel te kunnen geraken. De bedoeling is, op deze. wijze; té komen tot een geleidelijke reorganisatie van het Onderwijs in z'n geheel ; alleen het Hoger Onderwijs en het land- en-Tuinbouwonderwijs zijn er niet bij betrokken. Dan is toch het terrein der voorzieningen uitgestrekt genoeg, vooral ook, waar heel wat ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld, al zal men onder een nieuwe naam nog veel van het thans bestaande terug vinden. Deze nota betekent trouwens niet, dat heel het bestaande-Onderwijsgebouw wordt afgebroken, maar niiet behoud van het goede worden die wijzigingen aangebracht, die met het oog op de veranderde omstandigheden gewenst zijn.
   Er worden enkele redenen aangegeven, waarom wijziging nodig is ; we willen er een paar noemen :

1. De algemene veranderingen in het maatschappelijk leven der laatste jaren, zoals de ontwikkeling van techniek en verkeer, internationale samenwerking, emigratie enz.
2. Er is te weinig aansluiting van de verschillende schooltypes
3. De overgang naar hef voortgezet Onderwijs vormt een te grote en te plotselinge overgang.
4. Door 't huidige Schoolstelsel komt niet elk leerling op de voor hem of haar meest geschikte school : onvoldoende selectie.
5. Het Onderwijs is te eenvormig, waardoor het verschil in begaafdheid der leerlingen onvoldoende tot z'n recht komt.
6. De school is te weinig op het leven gericht.
7. Er wordt te veel uitsluitend gedacht aan het aanbrengen van kennis, terwijl de opvoeding in de knel komt.
8. Voor sommige takken van Onderwijs is de opleiding van leerkrachten te weinig berekend op hun toekomstige taak.

   Alvorens we in een volgend nummer op de voorgestelde voorzieningen ingaan, willen we eerst een paar opmerkingen maken. In de eerste plaats, dat hiermee geen verandering komt in de financiële „gelijkstelling". In de tweede plaats, dat de leerplicht gehandhaafd blijft op 8 jaar (van 7—14 jaar), terwijl de vraag onder het oog wordt gezien of voor hen, die na hun 14de jaar geen verder onderwijs genieten, niet een aanvullende leerplichtregeling behoort te worden getroffen.
   Voorlopig wordt dit echter door de Minister ontraden.
   In de derde plaats willen we nu reeds wijzen op het belangrijke feit, dat, in het geheel der in de nota aangegeven Onderwijsvoorzieningen, geen plaats meer is voor het Uitgebreid Lager Onderwijs (U.L.O.). Deze tak van Onderwijs heeft zich in de laatste jaren zodanig ontwikkeld, en wordt ook door het Bedrijfsleven zo zeer gewaardeerd, dat óp dit punt, naar het mij voorkomt, ongetwijfeld heel wat en ook heel ernstige critiek zal geleverd worden. En waar deze Nota nog geen Wet is van Meden en Perzen, kan er toch nog wel door opbouwende critiek en door overleg iets goeds uit geboren worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's