EEN DOMINE VERTELT
XII. DE PREEK
Ook is de catechisatie zulk een schone gelegenheid, althans voor de oudere leerlingen, dat zij met hun vragen komen. Dat zij hun moeilijkheden, van welke aard die ook mogen wezen, de leermeester voorleggen ; zo nodig, onder vier ogen.
De leerlingen moeten weten, dat er, behalve de ouders, nog een ander is, en wel de dienaar der Kerk; voor wie zij hun hart kunnen uitstorten.
Zo kan er juist door de catechisatie een vertrouwensband groeien tussen leermeester en discipel.
En dat is het nu juist, wat de jongeren der Gemeente nodig hebben : betrouwbare geestelijke leiding. Overal, waar die gevonden wordt, daar behoeft men niet te vragen : „Wat doet de Kerk voor de jeugd? " Daar weet de leraar waarlijk wel, wat hij te doen heeft.
Is er evenwel nog tijd beschikbaar, dan is er niets tegen, dat hij zich ook aan andere jeugdarbeid geeft.
Zelf ben ik in kleinere Gemeenten jarenlang voorzitter geweest van Jongelingsverenigingen (men sprak toen nog niet van Jongemannenvereniging), omdat ik de noodzakelijkheid gevoelde, dat een oudere de leiding had en omdat ook de jongelingen het zelf wensten.
Zonder toezicht en leiding van ouderen, plachten en plegen de dingen wel eens een verkeerde kant uit te gaan. Wat kon men al niet een spitsvondigheden uit sommige bijbelplaatsen halen.
Wat was er in het hardop voorgaan van jonge mensen somtijds een brutale vrijmoedigheid, onder andere in het spelen met de Vadernaam.
Toezicht van ouderen bleef gewenst, al mocht dat dan ook weer geen remmende invloed hebben op de vrije uiting der gedachte en moest een ambtsdrager hier toch vooral de domine niet uithangen. Immers hier spraken de jonge mensen zelf ook mee.
Over het algemeen is in de grote stad onder jongeren een sterk zelfstandigheidsgevoel. Men nodigt u zeer zeker wel eens uit, maar men kan het ook wel zonder u, en komt gij ter vergadering, dan gevoelt gij wel eens, hoe men vanuit de een of andere richtingenhoek er genoegen in heeft, uw gevoelens en uitingen „curieuselijk" te onderzoeken.
Er blijft ook thans alles voor te zeggen, dat de Kerk met belangstelling let op het gezonde Verenigingsleven der jongeren en daartoe meewerkt. En niet het minst, opdat dit leven vooral op de Kerk aan en niet van de Kerk afwerkt.
Het bezoeken der catechisatie sta echter voorop en sta bovenaan.
Men bedenke bovendien, dat het Verenigingsleven niet voor allen geschikt is. Ik bedoel niet, dat iemand zich aan zijn verplichtingen zou mogen onttrekken, die hij op maatschappelijk en politiek terrein heeft en ongetwijfeld ook op kerkelijk terrein. Wij moeten het ons evenwel kunnen indenken, dat er onder de toekomstige lidmaten der Kerk toch ook rustige, meer stille mensen zijn, die wel behoefte hebben aan het Woord Gods en zich ook het kruis en het Evangelie van Christus niet schamen, maar die geen behoefte gevoelen om in de Gemeente op stap te gaan of avond aan avond op vergaderingen door te brengen. Zijn zij daarom minder dan anderen? Neen!
Ik ben mij wel bewust, mij hiermee te vergrijpen aan de lievelingsidee van velen in de Kerk : „Men moet alles mobiel maken!"
Alsof er geen leden zijn, die ook nodig bij het gereedschap moeten blijven ; dat wil zeggen : thuis. Dat kan ook levenstaak en roeping wezen.
De catechisatie kan ons ook nog wel leren, tvat kerkelijke rustigheid is. Dat behoeft nog niet te betekenen : dodigheid.
Die zich het hardst roeren op vergaderingen, verzetten daarom altijd nog niet het meeste werk.
Hoevelen zullen het zich te laat beklagen, dat zij, door overal ire te zitten, zelf zoveel moesten presteren en aldus geen tijd overhielden, om degelijke kennis op te doen. Afgezien nog daarvan, dat het eigen huisgezin straks leed onder vader's gedurige afwezigheid.
Het heeft iets vóór, gemakkelijk te kunnen oreren en samenkomsten te kunnen leiden, maar men moet er toch ook wat voor in zijn mars hebben, anders komt er een bedenkelijke gaping tussen de eloquentia en de sciënlia?
Men speldt zijn gehoor misschien voor eenmaal wat op de mouw, maar toch zeker niet de jaren door.
Even zouden wij nog kunnen vragen of er naast of na het catechisatie- en Verenigingswerk ook ander arbeidsterrein ligt voor de Kerk?
Bedoelt gij misschien het kampeerwerk, dat voor vele dominees van deze tijd een soort hobby geworden is?
Nu, ik zal er geen kwaad van zeggen, wanneer men maar weer niet aan het idealizeren slaat inzake christelijke leiding en christelijke sfeer. Ik ben bang, dat velen dit te hoog taxeren en kan nu eenmaal niet wennen aan dominees, die in sportcostuum mee over het voetbalveld draven, als gold het hun leven. En de gedachte komt in mij op, dat ook dit briesend paard eindelijk moet sneven, hoe snel het ook drave.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's