De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JAARVERSLAG 1950 VAN DE CENTRALE KAS VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN IN DE NED. HERVORMDE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JAARVERSLAG 1950 VAN DE CENTRALE KAS VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN IN DE NED. HERVORMDE KERK

3 minuten leestijd

Uit het verslag blijkt, dat in 1950 de lasten der kas bedroegen ƒ 2.531.579.71 en de baten - 2.078.462.59 Er was dus over 1950 een tekort van ƒ 453.117.12
Dit tekort kon in 1950, evenals in de voorgaande jaren, nog gevonden worden uit het in vroegere jaren gekweekte kassaldo (met name uit de bedragen, die de achterstallige gemeenten achteraf moesten storten ter delging van de achterstand).

Over de jaren 1948/1950 waren de tekorten respectievelijk : 1948 ƒ 55.137.78 1949 - 263.325.27 1950 - 453.117.12 Totaal ƒ 771.580.17

In 1949 werd als toevallige en eenmalige bate ontvangen : van de Veren. „Aanpakken" ƒ 100.000.— en als restitutie van de Bouwen Restauratiecommissie - 156.258.43 ƒ 256.258.43 zodat in de jaren 1948/1950 werd ingeteerd een bedrag van ƒ 515.321.74.

Het jaarverslag deelt verder mee, dat het duidelijk is, dat op deze weg niet kan worden voortgegaan.

Waar dus de bron, waaruit de laatste jaren het kastekort en dus het kohiertekort, kon worden bijgepast, is opgedroogd, moest voor 1951 de al zolang mogelijk uitgestelde verhoging van de aanslagen plaats vinden. Op het aanslagbiljet 1951 is de noodzaak daarvan, aan de hand van de cijfers, breedvoerig uiteengezet.

Gaarne zou ik over deze financiële politiek iets zeggen. Ik wil echter mijn oordeel opschorten, totdat alle aanslagen bekend zijn. In een Kerk met zovele richtingen als onze Hervormde Keik, brengt een gemeenschappelijke kas vele moeilijkheden met zich. De moeilijkheden zouden uit de aard der zaak veel minder zijn, als de aanslagen werden opgelegd naar het aantal doopleden der gemeente. Dan konden de grotere gemeenten bijdragen voor de kleinere gemeenten. De vrijzinnigen zouden naar dezelfde maatstaf aangeslagen worden als de orthodoxen, n.l. naar het zielental. Nu is dit niet het geval.

Thans begint men te vragen naar de bruto opbrengst der kerkelijke bezittingen, b.v. over het jaar 1950. Daar mag van worden afgetrokken belasting, onderhoud en assurantie. Deze factor is even billijk voor vrijzinnigen als voor orthodoxen. Men kan zich op dit standpunt plaatsen, dat de gemeente, die goederen heeft, ook wat voor de andere gemeenschappelijke kerken moet over hebben.

Met de beide andere factoren staat het echter zeer onbillijk. Men vraagt in de tweede plaats naar de bijdragen van de leden in 1941 en naar de veronderstelde draagkracht van de leden. Van deze beide bedragen wordt het gemiddelde genomen. Dit bedrag wordt gevoegd bij de netto opbrengst der kerkelijke bezittingen. Na aftrek van rente en aflossing houdt men het eindbedrag over, wat met de vermenigvuldigingsfactor ƒ 0.50 wordt vermenigvuldigd.
U begrijpt, dat het in vele vrijzinnige gemeenten, waar slechts éénmaal kerkdienst wordt gehouden en enkele tientallen mensen de morgendienst bezoeken, met de opbrengst der leden niet best gesteld is.

Dientengevolge wordt de aanslag in zulke gemeenten veel lager, dan in gemeenten waar men trouw opgaat en rijkelijk offert. Uiteindelijk moeten dan ook de orthodoxen voor de vrijzinnigen betalen.

Dit is een onbillijkheid, waartegen ook de vrijzinnigen bezwaar moeten hebben. En welke groepering zou ten koste van een andere groepering willen leven?

Het is daarom wenselijk, dat deze zaak in de vergaderingen der Kerk worde aangebonden en op billijke wijze opgelost.

Dan vallen tal van bezwaren weg voor de mensen, die nu tot de Gereformeerde Bond behoren, omdat we dan tenminste een maatstaf hebben, die alle gemeenten even zwaar treffen zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JAARVERSLAG 1950 VAN DE CENTRALE KAS VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN IN DE NED. HERVORMDE KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's