DE HOFNAR VAN GELRE
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET BEGIN DER ZESTIENDE EEUW
Die woorden hebben op Bernardus' ontvankelijk gemoed diepe indruk gemaakt. Telkens en telkens weer ziet hij in de geest de martelares van Monnikendam voor zich staan met haar bezield geloof en hoge moed ; en in diepe verslagenheid heeft hij zich eens op de verzuchting betrapt, liever dan aldoor onrustig, zo'n ketter te zijn.
Ook nu heeft hij weer over alles nagedacht en onwillekeurig de ganzepen opgenomen, die voor hem lag. Als vanzelf heeft hij de pen in de inkt gedoopt en op het perkament gebracht, en kijk — in weinige ogenblikken heeft hij zijn rhytmische zielsberoering in maat en rijm neergeschreven.
Dan vervolgt hij zijn luid gemijmer.
„Ja, zij hebben moed en geloofsvertrouwen, die mannen en vrouwen, al werpt de Kerk hen ook uit! — O, 'k wenste wel evenveel vertrouwen te bezitten! Maar wie mag hun wel die moed schenken? De Boze? Maar dat kan toch niet ; daarvoor is hun einde te zalig! Wie dan? God zelf? Maar dan is hun dood Hem niet welgevallig, al leren do voorgangers der Kerk het tegendeel; dan is hun dood dierbaar in Zijn ogen; dan moeten hun martelingen de heilige Drievuldigheid vertoornen en de Heiligen bedroe ven; dan zou de Kerk — want alle inquisitie geschiedt toch in haar ^naam —- onschuldig bloed vergieten, ja, zelf Heiligen doden!! "
Hij legt de ganzepen geer en neemt het perkament op.
„Wat schreef ik daar neer? Och, enkele onbeduidende verskens rnaar; doch bij nadere beschouwing, ja, zij rieken naar de mutsaard. Als de prior het te weten kwam, er volgde wis een zware penitentie, of Maar laat ik het gerijmei nog eens overlezen.
OP WEYNTJEN CLAES.
De Heere moet zijn gepresen
Van zijn goedertierenheyt.
Dat hij altijt wil wesen
Bij die nieu zijn verresen.
En hebben 't quaet afgeleyt.
Dit mag men claerlich sporen
Aan de vrouwe Weynken Claes,
Uit God zijnde geboren.
Wiens woort sy had vercoren.
Tot haerder troost en solaes.
Gevaen liet men haer bringen
In den Haech voer de Overheyt,
Met vragen sy haer aenghingen.
Oft sy bleef bij de dingen.
Die sy voorheen had geseyt.
't Geen, dat ick heb gesproken,
Blyf ick vast by, heeft sy verclaert;
Sy mochten 't vuyr wel stoocken.
Om branden ende roocken,
Sy was daer niet voer vervaert.
Men seyde : , ghij moet sterven
1st saek dat ghy hierby blyft,
Maer om 't ryck Gods te erven
En de croon te verwerven.
Was sy door Gods cracht gestijft.
Dus is oordeel gegeven.
Dat sy sou worden verbrant,
Maer, door Gods geest gedreven.
Gaf sy willich haer leven
Over des Heeren hant.
Sy holp den pulver steken
Selfs tot haren bosem in;
Siet wat daer is gebleken.
Van selfs is sy gestreken
Tot den pael, als een heldin.
Sprack : sal ick niet afvallen.
En staet de banck oock vast?
— Daer ginck de monnick rallen.
En had, met syn loos callen.
De vrouwe noch geern verrast.
De beul trad aen om worgen,
Doen sloot sij haer oogen fyn.
Hebbende in 't hert verborgen.
Een trooster, niet om sorghen,
Verlanghende thuys te zijn.
Dus lieffelick ontslapen
Is Wendelmoey in den Heer;
Plotseling — een hevige bons op de deur. Verschrikt laat hij 't perkament uit zijn hand vallen. Doch begrijpend, hoe dit geschrift hem kan aanklagen, raapt hij het met een vlugge handbeweging op en bergt het in zijn pij.
Ogenschijnlijk bedaard, wacht hij af of er iemand zal binnenkomen, want de deur is ontsloten.
Niemand; — dus weer een flauwe grap van een der kloosterbroeders, denkt hij. En hierin wordt hij versterkt door het horen van een onderdrukt gelach en een zich verwijderende voetstap.
„Ook in m'n cel laat men mij niet met rust", klinkt het zuchtend. „Ook hier vervolgt mij de spot van die".
En knielend voor het Madonna-beeldje, steekt hij zijn gevouwen handen smekend omhoog.
„Eilacy! mij " heilige Moedermaagd, help
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's