ONDERWIJS
Een nieuw Onderwijsplan
Wij zijn gewoon aan de oude Onderwijsindeling, de verschillende namen en hun afkortingen hebben voor ons geen geheimen meer. Neem b.v. eerst de hoofdindeling Lager, Middelbaar en Hoger Onderwijs, (L. O., M. O., H. O.). En dan niet te vergeten de indeling van het L.O., n.l. : Voorbereidend Lager Onderwijs (V.L.O.), Gewoon, Voortgezet Gewoon, Uitgebreid, Buitengewoon Lager Onderwijs, alles bekend onder de afkortingen V.L.O., G.L.O., V.G.L.O., U.L.O., B.L.O. Dit gaat allemaal in de practijk verdwijnen, al zullen we toch de oude namen nog wel eens tegen komen; vooral de term „Middelbaar" De nieuwe Hoofdindeling geeft de Nota aldus aan:
1. Kleuteronderwijs. 2. Basisonderwijs. 3. Voortgezet Onderwijs. a. Eenvoudig Voortgezet Onderwijs (E. V. O.). b. Technisch Onderwijs. c. Huishoudonderwijs. d. Voortgezet Onderwijs voor eenvoudige administratieve werkkringen. e. Voortgezet Onderwijs voor algemene doeleinden. f. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs. g. Opleiding van onderwijskrachten en van maatschappelijke werkers. 4. Wetenschappelijk Onderwijs.
Uit de toelichting, die de Nota bij elk onderdeel geeft, zullen we het voornaamste aanstippen. Dan zal wel blijken, dat we misschien hier of daar een vraagteken zullen moeten zetten, maar toch óok, dat we hier hebben een technisch goed doordracht geheel. Alles grijpt precies ineen. Een en ander zal natuurlijk aan de practische uitvoerbaarheid getoetst dienen te worden. Vooral met het oog op de „Pacificatie" zullen we de ogen goed open moeten houden.
Het Kleuteronderwijs moet volgens de Minister aan kleuters de gelegenheid bieden, om met andere kinderen van hun leeftijd te spelen, op eenvoudige wijze hun geheugen te oefenen, hun smaak bij de uitdrukking van gevoelens en gedachten te ontwikkelen en te zuiveren en om goede gewoonten van netheid en orde, beleefdheid en fatsoen aan te kweken.
Het omvat : spel en lichaamsoefeningen (regelmatig en veel in de open lucht), werken met ontwikkelingsmateriaal, boetseren, tekenen, zingen, vertellen, oefenen in een goede uitspraak en leren van goede kinderversjes.
Als mensen van het Christelijk onderwijs gaan wij natuurlijk nog een beetje verder en zullen ook reeds bij het Kleuteronderwijs, evenals later over de gehele linie, als een inharent deel denken aan het Godsdienstig element, aan bidden en danken, aan eenvoudige verhalen uit de Bijbel, aan Psalmen en Chr. Liederen, om in en door dit alles het kind bekend te maken met hogere Waarden, dan die van het aardse leven. Ook reeds bij het Kleuteronderwijs is het eis en roeping, de kleinen bekend te maken met de Enige Naam, die onder de hemel tot zaligheid is gegeven.
De Nota wijst een „schoolse manier" om de kinderen iets bij te brengen, af. Het is erg moeilijk te zeggen, hoe het dan wèl moet. Hier zal bizonder veel afhangen van de tact der betrokken onderwijzeressen.
Dit Kleuteronderwijs omvat de leeftijd van 3 tot ongeveer 7 jaar, of — in bizondere gevallen — tot 8 jaar. Dit laatste alleen, indien volgens een schriftelijke verklaring van een deskundige het kind nog niet rijp is voor het volgen van het verdere onderwijs.
De Nota ziet ook de vraag onder het oog, of het niet wenselijk zou zijn, om het eerste en tweede leerjaar der Lagere School te verplaatsen naar de Kleuterschool. Dan zouden echter aan het speel- en werkplan enige vakken van het gewone onderwijs moeten ivorden toegevoegd. De Minister betwijfelt echter, of dit zou passen in het kader van het Kleuteronderwijs. Bovendien is er op tal van plaatsen een zodanig tekort aan bevoegde leerkrachten en aan lokalen, dat aan een dergelijke regeling in de naaste toekomst zeker niet gedacht kan worden. Misschien zou •—• maar dit wordt in de Nota wel vermeld, maar nog niet voorgesteld — aan het onderwijs in de eerste klasse der School voor Basisonderwijs meer het karakter van Kleuteronderwijs kunnen worden gegeven. We horen nogal eens klachten bij de overgang van de „Bewaarschool" naar het gewone onderwijs. Zou misschien hier een oplossing te vinden zijn?
De Minister beziet in deze Nota het gehele Plan alleen uit een Onderwijs-oogpunt en de financiële kant blijft rusten. Dit zouden wij dus ook moeten doen. Toch kunnen we niet nalaten even op te merken, dat op het ogenblik tal van Besturen van Bijz. Kleuterscholen in financiële moeilijkheden zitten. Reikhalzend zien ze uit naar een betere verhouding ten aanzien Van de Publieke Kassen. Dezelfde regeling of ongeveer dezelfde, zou er moeten komen als die, welke sinds 1920 geldt voor het Lager Onderwijs. In elk geval, als de betekenis van het Kleuteronderwijs wordt erkend en de Gemeente het van haar uitgaande Kleuteronderwijs geheel financiert, dan hebben ook onze Bijzondere Scholen hun rechten en mogen wij als norm stellen dat de „gelijkschakeling" ook tot het Kleuteronderwijs wordt doorgetrokken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's