NA DE ZONDAGAVONDPREEK
We kennen allen de gelijkenis van de zaaier en weten hoe Christus ons daarin voor ogen stelt dat een deel van het zaad door de vogelen des hemels werd opgegeten en daardoor geen vrucht voortbracht.
De prediking des Woords •— het is het uitstrooien van het zaad des Evangelies. En nu is het van zulk een grote betekenis, niet alleen waar het terecht komt, maar ook of het gepredikte Woord gelegenheid krijgt te bezinken, of men er mede tot zichzelf inkeert.
Onze Heidelberger Catechismus zegt het zo nadrukkelijk, dat God ons Zijn Dag gegeven heeft, opdat we op die Dag de Heere door Zijn Geest in ons werken laten en we alzo de eeuwige Sabbath in dit leven aanvangen.
Aan dit alles moesten we denken, toen we in het weekblad „De Hervormde Kerk" lazen:
„Zo zal men ook deze week willen luisteren naar de uitzending op Zondag- en Maandagavond (A. V. R. O.) van de opera „De Barbier van Sevilla".
Hier wordt dus verondersteld in een officieel blad onzer Kerk, dat haar leden na de Zondagavondpreek (men zal toch niet van de veronderstelling uitgaan dat de Zondagavonddienst niet bezocht wordt? ) naar een radiouitzending gaan luisteren. Ja, men maakt speciaal op deze uitzending attent. En dan nog wel op zulk een, waarvan de schrijver van het artikel zelf zegt dat „het verhaal van de Barbier in onze oren flauw is", maar dat „wij ons wederom op genoegelijke wijze zullen vermaken met de pogingen van dokter Bartelo om zijn pleegdochter Rosine te huwen". De uitzending zal „veel vrolijkheid" verschaffen.
Is 't niet diep-bedroevend dat onze Kerk, wier roeping het is het zuivere Woord Gods als een zaad uit te strooien, door middel van genoemd blad de vogels er als 't ware op afstuurt om het zaad zo snel mogelijk op te pikken en van de Zondagavond een avond te maken met „veel vrolijkheid"?
„Veel vrolijkheid". Welk een scherp contrast met de geestelijke blijdschap, die God om Christus' wil aan Zijn Kerk en kinderen wil schenken. Maar dit is dan ook een blijdschap, die in een geheel andere sfeer ligt dan de grote vrolijkheid van een komische opera, die de schrijver van het artikel in „De Hervormde Kerk" in het uitzicht stelt.
Het Christelijk leven, dat uit de wedergeboorte opkomt, heeft geen behoefte aan opera's en zeer zeker niet op de Dag des Heeren. Bovendien wil men dan geen vruchten genieten, die groeien aan de boom „Zondagsontheiliging". Want wie zal zeggen hoeveel Zondagsontheiliging met zulk een uitzending gepaard gaat?
Zou het niet méér op de weg van „De Hervormde Kerk" liggen haar lezers op te wekken 's Zondags de godsdienstoefeningen (ook die 's namiddags of 's avonds gehouden worden) te bezoeken, dan hun aandacht te vragen voor een uitzending van een komische opera?
Na de Zondagavondpreek.
Moge er inplaats van „veel vrolijkheid" maar meer gevonden worden die ware geestelijke blijdschap, die doet zingen : „Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort". Dan kan men opera-klanken wel missen.
Ware er na de preek ook maar veel droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. Niet aan bovenbedoelde vrolijkheid, doch aan deze droefheid heeft onze Kerk behoefte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's