De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE COMMISSIE VOOR HET DIENSTBOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE COMMISSIE VOOR HET DIENSTBOEK

7 minuten leestijd

Formulier voor de openbare belijdenis des geloofsIV. (Slot).

   We stappen van de vragen af. Op het ja der lidmaten volgt dan de opneming met deze woorden : „Uit kracht van uw Doop en ingevolge de belijdenis, door u uitgesproken, verklaren wij u, in de gemeenschap der Kerk van Christus, tot belijdende leden der Nederlandse Hervormde Kerk en nodigen u tot de tafel des Heeren. De God nu van alle genade, die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, bevestige, versterke en fundere u. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen".
   De tekst uit 1 Petrus 5 vs. 10 is goed, maar de zin die daaraan voorafgaat, begrijpen we niet. Wie zijn er in de gemeenschap der Kerk van Christus, de dominee met zijn Kerkeraad of de nieuwe lidmaten? En wat bedoelt men met de Kerk van Christus? Is dat een verzamelnaam voor alle kerken, waarin kaf en koren dooreen gemengd zijn, of is het de Kerk, waarvan alleen de ware Christgelovigen leden zijn?
   Het wil ons niet duidelijk worden. Soms vrees ik wel eens, dat men elkander niet verstaan kan, omdat we in zo'n verschillend klimaat van gedachten leven, dat hetzelfde woord bij ieder een andere betekenis heeft. In elk geval is dat nodigen tot de tafel des Heeren wel begrijpelijke taal, maar o.i. hier niet op z'n plaats. Dit is een plechtige verklaring van opneming en toelating. Zo staat het vet gedrukt naast de tekst van het formulier. En toch spreekt het formulier zelf van nodigen. Vanzelfsprekend moest hier het toegang verlenen tot het Heilig Avondmaal uitgesproken staan.
   Het formulier gaat vervolgens over in een vermaning.

   „Geliefde broeders en  zusters in de Heere, nu gij door uw belijdenis in alle voorrechten van het lidmaatschap van de Kerk van Christus delen moogt, bedenkt ten allen tijde, dat gij zijt medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op hun fundament der Apostelen en Profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is; op welken gij medegebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.
  
   Gemeente van Jezus Christus, nadat gij de belijdenis van deze broeders en zusters hebt gehoord (en getuige geweest zijt van de Doop van enige hunner) en hun toelating tot het Heilig Avondmaal hebt vernomen, bevelen wij hen aan in uw liefde en uw zorg, als leden, die met ons één zijn in de Heere. Gedenkt de woorden van onze Heere Jezus Christus : Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt. Hieraan zullen zij, allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander".
Het lijkt haast een notariële acte met een bijbeltekst er bij. De nieuwe lidmaten delen in de voorrechten van het lidmaatschap van de Kerk van Christus. Welke voorrechten dat zijn, wordt niet genoemd. Ik zou ook niet kunnen zeggen, wat er bedoeld wordt. Men zou in deze vermaning, een hartelijk ingaan op de betekenis van een waarachtige belijdenis verwachten en een waarschuwing voor afval. Niets daarvan, niets geestelijks. Men heeft voorrechten en men is toegelaten tot het Heilig Avondmaal, formeel.
   Opvallend is ook, dat men het gebed, waarmee het formulier begint, geheel schijnt vergeten. Daar is de gelijkenis van de zaaier of van de vierderlei grond in verwerkt, die de droefheid van de Heere Jezus uitklaagt over de weinige vrucht op Zijn prediking. Een mens, die de prediking van de Heere Jezus heeft gevolgd, gaat menigmaal toch verloren ; kan in ieder geval verloren gaan. Dat iemand, die belijdenis heeft gedaan, ook nog menigmaal verloren gaat en in ieder geval verloren kan gaan, schijnt uitgesloten. Het is nu alles in orde. Het zijn allemaal heiligen, allemaal zijn ze in Christus. Hebben de opstellers dan helemaal niets gevoeld van de ontroerende ernst van de gelijkenis die zij in het begin aanduidden? Gaat dat tegenwoordig allemaal zo glad, dat er geen afval meer is? Een wonderlijke blindheid voor de Schrift en voor de werkelijkheid. En als men dan leest, dat de nieuwe lidmaten zijn toegelaten tot het Heilig Avondmaal en dat nu alles goed is, als ze maar bedenken dat ze heiligen zijn, dus nooit meer verloren kunnen gaan, want er is immers een volharding der heiligen, dan krijg ik de indruk, dat we een toelatingsexamen voor de Universiteit hebben meegemaakt en de uitslag vernomen. Neen, dit is het evangelie niet, dit spanningloze, waarin alles even glad verloopt, is een soort practische wijsbegeerte, die met het geweldige evangelie van Jezus Christus, met zijn diepten der hel en hoogten des hemels, met zijn wening en knersing der tanden en vreugde des Heeren, weinig te maken heeft.
   Het is echter wel een stuk naar de geest van menige prediking in deze tijd. Men weet niet meer dat een mens verloren kan gajtn en dat het een groot wonder is als er één behouden wordt. Onder invloed van de nieuwere theologie geeft men nog wel eens een schreeuw door de kerk over toorn Gods, doch dat staat buiten het wezen van wat men preekt.
  
   Het gaat, zoals men enkele tientallen jaren geleden wel enkele predikers had, die eens een gereformeerde schreeuw door hun preek heen gaven, doch in wezen waren ze remonstrant.
  
   Het formulier besluit met een gebed. De toon daarvan is warmer dan van dit voorafgaande stuk. Toch is het dezelfde geest. Alles is nu goed. De nieuwe lidmaten zijn allemaal schapen, welke niemand uit de hand van Christus kan rukken, volgens Joh. 10 vs. 28. Wanneer Bunyan zijn Christen op de liefelijke bergen heeft doen aankomen, vinden we daar vier herders : Kennis, Ervaring, Waakzaamheid en Oprechtheid. Het zijn de vier eigenschappen van een voorganger en herder. Die herders laten dan zien welk gevaar de dwaling is en welk gevaar het kiezen van de makkelijke weg er toe een zijweg is vanaf deze Bergen naar de hel.
   Dat men in geestelijke zaken door dwaling kan omkomen is een gedachte, die ook het gebed vermijdt uit te spreken. Zou dat een goed teken zijn, dat de opstellers dit gevaar niet eens aanduiden? Afdwaling wil men nog wel erkennen, dwaling niet. Moet ieder in onze Kerk op zijn eigen manier zalig kunnen worden? En is dat een uitspraak van het evangelie, of van Frederik, de Duitser?

Het gebed luidt als volgt;

   „Almachtige en getrouwe God, die beloofd hebt Uw Kerk op aarde in stand te zullen houden en die in Uw liefde ook deze broeders en zusters hebt geroepen, U te belijden en te dienen, wij bidden U : vermeerder in hen de genade des Heiligen Geestes, opdat zij mógen toenemen in het geloof en trouw mogen blijven in de liefde tot U, onze God. Wil, Heere Jezus, grote Herder, ook deze schapen van Uw kudde veilig leiden en, als zij ooit verschrikt mochten worden door verzoekingen of vervolgingen, hunne zwakke krachten sterken en hen bewaren, dat zij niet afdwalen. Behoedt hen en ons allen, opdat wij eenmaal na volbrachte strijd mogen ingaan in de vreugde Uws Koninkrijks, om met allen, die Uw Naam belijden, U te loven en te dienen in heerlijkheid. Amen".
   Op dit gebed volgen de voorbeden, die bij ons aan het begin van de dienst plegen gedaan te worden. Zij vormen dus niet een deel van het belijdenisformulier als zodanig. Wij menen dat de voorbeden aan het begin behoren, vanwege de vermoeidheid der hoorders aan het einde van de dienst. Heeft men het vroeger anders gedaan, dan is men daar wijselijk op terug gekomen. Oudheid is voor ons niet een bewijs van waarheid, al wil men dat wel eens zo doen voorkomen. Maar dat zou een nieuw onderwerp zijn. Wij hebben ons best gedaan, gehoord de besprekingen in onze commissie, bovengenoemd formulier op een eerlijke wijze te ontleden en met Schrift en Belijdenis te vergelijken. Het is nog — menen we — voor grote verbetering vatbaar, evenals deze bespreking ervan. Misschien is het beter, in deze tijd geen nieuwe formulieren te ontwerpen. Het is de tijd uit Genesis. De vette koeien zijn opgegeten, en sommigen kennen Calvijn uit het hoofd, doch er is nitets dan een grote magerheid te constateren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE COMMISSIE VOOR HET DIENSTBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's