ONDERWIJS
Een nieuw Onderwijs-plan
Na het voor de kinderen niet verplichte kleuteronderwijs, komt dan het Onderwijs, dat voor allen verplicht is. De Nota noemt dit : Basisonderwijs. Deze naam is duidelijk, als we weten dat het woord basis betekent : grondslag, fundament. Dit Basisonderwijs moet dus de grondslag leggen voor het leven en voor alle verder Onderwijs, het moet datgene bijbrengen, wat ieder in z'n latere leven nodig heeft en de basis van ontwikkeling verschaffen, die noodzakelijk is voor alle verdere vormen van Onderwijs.. Als ideaal stelt de Minister : Basisonderwijs gedurende 5 jaar; met het oog op verschillende omstandigheden, o.a. het gebrek aan gebouwen, wordt voorlopig de duur van 6 jaar, die voor het tegenwoordige G.L.O. geldt, gehandhaafd, d.i. van 7 tot en met 12 jaar.
De omvang van de leerstof zal voor alle kinderen ongeveer gelijk moeten zijn. Wel lopen de verstandelijke vermogens der leerlingen sterk uiteen, maar dit zou volgens de Nota op te vangen zijn door de leerlingen, zonder klassesplitsing tot groepen van niet al te zeer uiteenlopende begaafdheid samen te brengen. De wijze van uitvoering van opdrachten in groepsverband of ook individueel zal waardevolle gegevens kunnen verschaffen met betrekking tot de geschiktheid der leerlingen voor voortgezet Onderwijs. Het werken in groepsverband en het geven van bij het intelligentiepeil der groep aangepast Onderwijs, zou het aantal „zittenblijvers" wellicht sterk kunnen verminderen. Huiswerk worde in de lagere klassen uiterst zeldzaam gegeven en ook in de hogere leerjaren moet het over 't algemeen zeer beperkt blijven. Overwogen wordt, om het stelsel van de bevordering der leerlingen per klas te vervangen door bevordering per leervak. Dit wordt bestudeerd en aan de practijk getoetst.
Het Basisonderwijs zal dan omvatten:
a. het lezen, spreken en schrijven der Moedertaal,
b. rekenen (hoofdzakelijk het aanleren van vaardigheden),
c. lichamelijke oefening (het spel mag niet ontbreken),
d. enige oriëntatie in ruimte (aardrijkskunde),
e. enige oriëntatie in tijd (geschiedenis),
f. nuttige handwerken voor meisjes,
g. tekenen,
h. muziek en zang.
Deze vakken, n.l. tekenen, muziek en zang, dienen op niet te opzettelijke wijze voor de aesthetische vorming.
Tevens zal het kind op school moeten leren de juiste gedragswijze ten opzichte van anderen en de regels, die in de samenleving gelden.
Er zal ook nog plaats dienen over te blijven voor facultatieve vakken, zoals b.v. handenarbeid. De Minister meent, dat er in dit opzicht enige vrijheid moet zijn, ook in verband met de omgeving van het kind en de eisen van een bepaalde streek. Het behoeft nauwelijks vermeld, dat wij hierbij denken aan de speciale vakken van ons Protestants Christelijk Onderwijs, en ik kan me voorstellen, dat een Rooms Katholiek denkt aan zijn scholen.
De Minister heeft daar trouwens ook wel aan gedacht. In de Nota vinden we als tussenzin deze opmerking: „zonder veron- achtzaming van het karakter van het bijzonder Onderwijs". Dit klinkt wel erg negatief, maar positief mag ik er toch wel dit uit lezen: In bovenstaande neutrale opsomming van leervakken legge het bijzonder Onderwijs in grondslag, methode en doel, zijn eigen principe en geve bovendien — of zo ge wilt — in de eerste plaats dat Onderwijs, hetwelk voor het kind van de hoogste, dat is van eeuwige waardij wordt geacht.
Zo blijft het recht der ouders op het Onderwijs, gegrond op de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord des Heeren.
Nog een paar opmerkingen over het Basis-onderwijs. De Minister wil niet, dat de school voor Basisonderwijs een specifieke opleidings- school worde voor het voortgezet Onderwijs. Wel zal de onderwijzer tot op zekere hoogte rekening moeten houden met de bestemming van z'n leerlingen, maar het toelatingsexamen mag het onderwijs niet beheersen; hiermee vervalt dus eigenlijk de „opleidingsschool" als type. Dit zal nog wel eens moeilijkheid geven, al wordt, zoals we zullen zien, bij het voortgezet Onderwijs het stelsel van toelatingsexamens zeer beperkt.
Een tweede opmerking is, dat bij het Basisonderwijs, juist evenals thans bij het G. L. O., het stelsel van klasse-onderwijzers (essen), gehandhaafd blijft. Terwijl echter thans de bepaling geldt, dat het Onderwijs in de lagere klassen bij voorkeur aan onderwijzeressen wordt opgedragen, stelt de Minister voor, dat in de laagste twee leerjaren en bij tweemansscholen in de laagste drie leerjaren het onderwijs worde opgedragen aan onderwijskrachten, die bekend zijn met de methode van het Kleuteronderwijs. Bij de opleiding van personeel zal daarmee dan rekening moeten gehouden worden, met name bij de opleiding van onderwijzeressen. Het Buitengewone Basisonderwijs geeft dit Onderwijs op een speciale wijze aan kinderen voor wie het noodzakelijk is, buitengewone onderwijsmethoden toe te passen, wegens: a. geestelijke gebreken, b. lichamelijke gebreken, c. maatschappelijke oorzaak (woonwagen- bewoners, schippers), d. hun gedrag. R'dam. C. V
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's