OPBOUWENDE OF AFBREKENDE CRITIEK!
De lezers van De Waarheidsvriend zullen allen wel enigermate verstaan, dat er een groot verschil bestaat tussen opbouwende en afbrekende critiek.
Bij afbrekende critiek is het er eigenlijk alleen maar om te doen om afbreuk te doen. Ik zou zeggen, dat bij een dergelijke critiek de liefde tot de persoon of de zaak, die men onder handen neemt, ontbreekt. Er is meer lust om het kwade, dan het goede naar voren te brengen.
Bij opbouwende critiek is het andersom. De liefde zou gaarne menigte van tekortkomingen bedekken. En als al eens het mes in de wonde moet worden gezet, dan geschiedt dit tot heil van de patiënt.
Voor mij ligt de Kerkbode van de Herv. gemeente te Hillegersberg, van 6 Juli 1951, waarin ds. Beens, Ned. Herv. pred. aldaar, een en ander schrijft over mijn kanttekeningen bij het artikel „Gevaren" van ds. Anker te Heusden.
Ds. Beens beklaagt er zich over, dat ds. Timmer ook nu weer op een weinig sympathieke manier over deze zaak geschreven heeft".
Hoewel ds. Beens erkent, dat ik mijn artikel beter beëindigd heb dan het begin deed vrezen, merkt hij toch tenslotte op:
„Maar de toon van ds. Anker, lid van de Geref. Bond, die bij de eindstemming over de kerkorde op 7 December neen heeft gezegd, was toch veel meer dan de zijne, die van de opbouwende critiek dan van de afbrekende. En alleen met opbouwende critiek is onze Kerk gediend".
Het is niet de eerste maal, dat men mijn artikelen in De Waarheidsvriend in de hoek zet van de afbrekende critiek. Dat is intussen een ernstige beschuldiging. Het zij mij daarom vergund om in dit artikel op dergelijke beschuldigingen een antwoord te geven. Het mag blijkbaar niet meer gezegd worden, dat binding aan onze Gereformeerde Belijdenis onmisbaar is voor het welzijn van onze Kerk. De Rooms Katholieke Kerk weet, wat ze wil. Wanneer er vandaag een pastoor is, die van die leer afwijkt, dan wordt hij binnen enkele dagen afgezet.
Wanneer in de Gereformeerde Kerk of in de Chr. Gereformeerde Kerk iemand een leer verkondigt, die in strijd is met Schrift en Belijdenis, dan moet die predikant er uit.
Alleen in onze Hervormde Kerk weet men helaas nog niet, waar men aan toe is. Al beweren allerlei richtingen, in gemeenschap met de belijdenis te leven, men gaat voort, allerlei ketterijen te prediken, die lijnrecht in strijd zijn met Gods Woord en met die belijdenis. Zelfs worden er velen gevonden, die zich nog tooien met de naam van confessioneel, doch op allerlei punten afwijken van de oude confessie.
Zo kan elk blijven doen, wat goed is ini zijn ogen.
Als er sprake is over de heilige drieëenheid, over de eeuwige verkiezing, over het Schriftgezag, — om maar enkele punten te noemen — dan blijkt het helemaal niet vast te staan, wat onze Kerk daarover leert.
Men laat de belijdenis rustig liggen. En men spreekt het uit, dat het noodzakelijk is om het richtingsgesprek weer eens op gang te brengen om samen de Waarheid te gaan zoeken.
En inplaats dat de Kerk een pilaar en vastigheid der Waarheid is, schijnt die Kerk zelf de Waarheid nog te moeten zoeken.
Het smart mij, dit te moeten zeggen, hoewel die Kerk mij zo lief is. Deze dingen moeten echter in het licht gesteld worden.
Het is afbrekende critiek, als men over deze dingen zwijgt en meezingt in het koor van allerlei richtingen, die eigenlijk van de belijdenis niet meer willen weten.
Dat is juist de zwakheid van onze Kerk, dat zij een krachtig eenstemmig belijden mist. Wal is het droevig, als men tot de wereld komt met de boodschap des heils, en men moet dan zeggen, dat men nog bezig is om met Pilatus te vragen : Wat is waarheid?
En nu mag ds. Beens er zich over beklagen dat ik achterdochtwekkende dingen zou schrijven, achterdocht niet alleen tegen de vrijzinnigheid, maar óok achterdocht tegen onze Synode en dus ook achterdocht tegen onze eigen Hervormde Kerk in haar geheel — laat ds. Beens dan eens mijn hoofdbezwaar op grond van Schrift en Belijdenis weerleggen. Laat hij mij dan eens aantonen, dat binding aan de belijdenis uit de boze is!
Bewijzen doet ds. Beens niet.
Hij maakt alleen enkele „goedkope" opmerkingen, om eens de term te gebruiken, die hij zelf in dat artikel gebruikt.
Zo schrijft hij o.a. : „Dat het probleem „de vrijzinnigheid" als onderdeel van het richtingsvraagstuk een van de vele moeilijkheden onzer Kerk vormt, zal bekend zijn".
Zeker, ds. Beens, dat is bekend.
„Ds. Timmer" — zo schrijft hij verder — „kent schijnbaar maar èèn oplossing, die van korte metten maken en er uit!" „Eerst alle vrijzinnigen er uit en dan verder praten of iets dergelijks".
„Maar deze „goedkope" oplossing (stel, dat ze uitvoerbaar was), wijst de Hervormde Kerk in haar geheel ten enenmale af. Die lijkt haar niet de weg van Christus".
Welke oplossing wil ds. Beens dan? Laat hij ons een duidelijk maken wat de weg van Christus dan wèl is!
Hij heeft mij werkelijk benieuwd gemaakt. Ik verwacht toch geen ogenblik, dat hij zal durven beweren, dat 't wèl de weg van Christus is, als richtingen, die elkaar zelfs op fundamentele stukken bestrijden, een compromis met elkaar aangaan om samen Kerk te blijven. Ik weet wel, dat men onmiddellijk op de vingers wordt getikt, als men van richtingen durft te spreken. Men heeft er daarom een ander woord voor verzonnen. Men spreekt tegenwoordig van modaliteiten. Dat is een ander woord, maar de zaak is precies dezelfde. Ik meen, dat het dure roeping is, om tegen de gang van zaken in onze Kerk ernstig te getuigen. In de toekomst zal blijken, wie de Kerk wèl, en wie de Kerk niet hebben afgebroken. Er zijn nu al verscheidene gemeenten in ons vaderland, waar van de Kerk niet veel meer over is. Dat proces gaat voort. Zal het nog ooit worden gestuit? Maar dan zullen eerst de ogen moeten open gaan voor de huidige droeve toestand. Dan zullen we moeten beginnen om onze zonden, ook' de zonden van onze Kerk, met smart te belijden. Dan moeten we weer terug naar Schrift en Belijdenis.
Het is smartvol, om aan de Kerk haar zonden bekend te maken. Dit is echter geen afbrekende, maar juist opbouwende critiek. Immers dat zal haar leiden naar de Heere, om Hem te smeken, dat Hij Zijn Kerk opnieuw moge reformeren.
Met alle ernst wijs ik dan ook de beschuldiging van afbrekende critiek af.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's