De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKNIEUWS

14 minuten leestijd

BEROEPEN te: .

Purmerland-Den Ilp P. A. L. Brinkman, cand, te Leiden — 's Grevelduin-Capelle P. J. F. Lamens te Elspeet — Westbroek J. Batelaan te Utrecht, pred. in algem. dienst als director van de Geref. Kendingsbond in de Ned. Hervormde Kerk — Garderen W. Vroegindewey te Huizen (N. H.) — Kropswolde (toez.) J. W. Coenraad, vlootpred. te Overveen — Stad aan het Haringvliet A. Baars te Sluipwijk — Terwispel-Tijnje H. Strikwerda, cand. te Marum — voor de arbeid der Evang. Broedergemeente in Suriname (met binding van zijn standplaats aan de Kerk in haar geheel) G. J. Graafland, cand. te Zeist.

AANGENOMEN naar:

Aalsmeer (3e pred. pi.) M. Heymans, cand. te Amsterdam — Tietjerk O. A. Zijlstra, cand. te. Moercapelle — Edam (Evang.) G. A. Barger te Zeist — Oostwold—Den Horn P. van der Veer, cand. en hulppred. te Wijnjeterp — Purmerland—Den lip (toez.) P. A. L. Brinkman, cand. te Leiden.

BEDANKT voor :

De Meern J. A. Tammens te Varsseveld.

Bevestiging en intrede van ds. N. Kleermaker op Zondag 26 Augustus 1951 in de Pieterskerk te Leiden.

   Zondag 26 Augustus j.l. was voor de Ned. Hervormde gemeente te Leiden een heuglijke dag, daar ds. Kleermaker zijn intrede deed, waardoor aan de 2 1/2-jarige vacature, ontstaan door het vertrek van ds. Van Apeldoorn, een einde werd gemaakt en het Ministerie van predikanten hierdoor weer volltallig is.
   De bevestiger, ds. Jonker, van Amsterdam, memoreerde in enkele korte bewoordingen het voorrecht, dat de Heere Leiden heeft willen schenken, door weer een predikant aan het Ministerie toe te voegen en het blijkt hieruit — aldus spreker — dat de Heere ook nog bemoeienis met deze gemeente wil hebben.
   Als tekst voor deze morgen koos de bevestiger Openbaringen 1 en daarvan nader het 3de vers: „Zalig is hij, die leest en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren hetgeen daarin geschreven is ; want de tijd is nabij".
   Spreker wees er op, dat in de loop der eeuwen geen bijbelboek meer misbruikt en verkeerd, uitgelegd is dan de Openbaring - van-Johannes en dat Calvijn, die op elk bijbelboek een commentaar schreef, zich uit vrees voor verkeerde interpretatie van enig commentaar heeft afgezien en dit boek dan ook heeft laten rusten. Uit dit wonderlijke boek wil de Heere nu Zijn gemeente onderwijzen. „Zalig is hij die leest", zo gold zowel voor de lector der kleine Aziatische huisgemeenten, als voor de bedienaar des Goddelijken Woords, die geroepen wordt in één van Leiden's grote kathedralen het Evangelie te brengen. Preken is echter niets anders dan voorlezen uit de openbaring Gods en terwille van de verstaanbaarheid voor de gemeente, met enige verduidelijking. Maar ach, hoe zullen wij, mensen, dit doen. Immers, ons verstand is van nature geheel verduisterd en wij zijn tot niets goeds in staat, doch geneigd tot alle kwaad. De mens heeft nog wel enig besef van 't bestaan van een God, heeft wel religieuze gevoelens, doch dit alles ligt door elkander, is gans en al verdorven en de Heilige Geest is het, die dit alles weer recht kan buigen.
   Zeer zeker — aldus ds. Jonker — er zal altijd een verschil van accent in de prediking vallen te constateren, omdat geen twee predikanten het zelfde zijn. Vergelijk de bladeren eens aan een boom, geen twee zijn hetzelfde, en toch vormen zij in hun verscheidenheid één booin. Helaas valt er vaak een ernstig verschil in de inhoud der prediking te bespeuren, omdat de basis niet gelijk is. Het Woord wordt zo verduisterd door menselijke inzichten en stellingen en het lijkt, dat de mens heerst over het Woord. Als het echter goed is, zal het Woord over ons moeten heersen en zal de prediker slechts zijn de lector, de voorlezer van het Woord en meer niet.
De predikant kan ook niet alleen op de preekstoel staan, doch naast de bediening van de Heilige Geest heeft hij ook van node, dat de gemeente hem in het gebed gedenkt. Lector en gemeente zullen moeten worstelen om 't rechte verstaan van de tekst. En dan zal er een zegen van de prediking worden meegedragen. En een zegen betekent niet alleen troost in verdriet en bekommernis der ziel, doch het kan ook een zegen zijn als de gemeente onder de prediking vandaan komt met de uitroep van Luther : „Mijn schuld, mijn schuld, mijn zeer grote schuld!" .
   Tenslotte wees de bevestiger zijn zwager, ds. Kleermaker, op het feit, dat wij thans 19 eeuwen dichter bij de ondergang der wereld zijn dan Johannes en dat de tijd zeer duister is. Thans, mijn broeder, doet gij uw intrede ongehinderd in Leiden, doch hoe zal de voortgang zijn? Dat alles ligt echter in het verborgene, doch één ding weten wij zeker : het Woord van God blijft tot in der eeuwigheid, hetzij het in de kleine verdrukte huisgemeenten in Azië werd' gepredikt, hetzij door onze vaderen ten tijde van de hagepreken of in een bunker. Dat zij leraar en gemeente tot troost.
 
   De schone Pieterskerk was ook 's middags geheel bezet, toen ds. Kleermaker zich als herder en leraar aan de Leidse gemeente verbond.
   In een korte toespraak wees de nieuwe leraar er op, dat hij altijd had beweerd nooit in een, grote stad werkzaam te willen zijn. En ziet nu het wonder, de Heere wil hem nog gebruiken, dwars tegen zijn wil in, om het Evangelie in Leiden te verkondigen. Spreker wees er op, dat hij wel moeilijke ogenblikken heeft doorgemaakt toen hij voor het beroep naar Leiden moest beslissen. Het is een hele overgang, van een trouw en meelevend dorp als Genemuiden, geplaatst te worden in een grote stad, waar men vrijwel onverschillig staat tegenover alle traditie en gebruiken. Eén ding is echter zoo wel in Genemuiden als in Leiden hetzelfde, n.l. de prediking, en met Gods hulp — aldus spreker — zal ik geen ander Evangelie kunnen en mogen brengen dan : „Een rijke Jezus voor een arme zondaar".
   Ds. Kleermaker bepaalde de gemeente bij Handelingen 4 vs. 12 : „En de zaligheid is in geen andere ; want er is ook onderde hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden".
   Wij zijn — aldus spreker — naar deze plaats gezonden om redding en behoud te prediken. Immers, wij leven in een geteisterd gebied en de nood is zeer groot. Van de geboorte af aan zijn wij kreupel voor God, ja, zijn wij naar lichaam en, ziel misvormd door duizend zonden. Van de mens, eens het pronkjuweel der schepping, is een wangestalte overgebleven, die voor God niet zal kunnen bestaan. 'Wij hebben geen bruiloftskleed aan en zullen daarom niet kunnen aanzitten aan het feestmaal. De eerste taak nu van de prediker is, de gemeente te vertellen wie zij zijn en behoren te zijn. Dat is geen gemakkelijke taak. De mens krijgt liever een pluim. Zondaar zijn, zondaar worden, moeten wij leren door de Heilige Geest. Velen belijden het zo gemakkelijk met de lippen een zondaar te zijn, doch weten zij dit met hun godsdienstig ontwikkeld verstand, of belijden zij dat uit de grond van het hart? Doch wie door de werking des Heiligen Geestes mag komen tot kennis van zonde en ellende, gaat noodsignalen uitzenden : „Heere Jezus, erbarm U onzer !"
   De tweede taak van de prediker is, de mens s in de nood der zonde toe te roepen: „Houdt 't moed, de redding is nabij gekomen". Petrus heeft tot de kreupelgeborene niet alleen gezegd, dat hij er naar aan toe was, doch heeft hem in de Naam van Jezus Christus toegeroepen: : „Sta op en wandel". Misschien zegt ge wel — aldus ds. Kleermaker — ge hebt nog al een dunk van uzelf. Daarmede werden ook de apostelen Petrus en Johannes aangevallen door de Hoge Raad, als zij vroeg: „Door wat kracht of naam hebt gijlieden dit gedaan? " Ach, de pre­dikers kunnen niets in eigen kracht, want wie zijn zij? Zij kunnen alleen getuigen in de Naam  van Jezus Christus, de Gekruisigde. In die Naam, heeft Petrus de kreupele man gezond gemaakt en in die Naam komen wij tot u en zeggen : „Het bloed van Jezus Christus zal u tot heil en redding zijn, want hét bloed van Hem reinigt van alle zonden!"
   Er zijn al heel wat mensen geweest, die getracht hebben en nog trachten deze Naam vast t te leggen aan de banden van filosophische begrippen en stelsels, doch nimmer gelukte hen dat. In de toekomst hopen wij met vele mensen in aanraking te komen door middel van de predikdienst, huisbezoek, catechisaties, etc. Het interesseert mij niet zo heel erg, wat u alzo van mij verwacht, doch één ding kunt gij zeker van mij verwachten, dat ik alléén die éne Naam zal verkondigen. Niet de naam van de een of andere tijdgeest, niet de naam van deze of gene theoloog, niet die van een groep of richting, ; ook niet van de vrome Christen, doch alleen die éne Naam. Misschien zullen er zijn, die hierop zullen zeggen: gelukkig. Doch hebt u ; deze uitlating wel eens goed overdacht? Die ene Naam, die gaat zo lijnrecht tegen de natuurlijke mens in. Er is niets eenvoudiger, doch ook niets moeilijker, om uit genade alléén zalig te wor­den. In die Naam ligt de volle zekerheid. "Wij hebben hier te maken met de begrensdheid van het Evangelie, maar naast die omgrenzing ontdekken we ook een onmetelijke ruimte. Die Naam is niet maar gegeven voor deze of gene, maar voor ons allen. De Heere roept ons steeds weer tot het geloof. Hij eist van ons, dat wij die Naam zullen aanroepen. En wie die Naam aanroept in zijn gans ellendige staat, zal verhoord worden, zalig worden. Ja, zij zullen in der eeuwigheid niet beschaamd worden !
   Na het gebed sprak ds. Kleermaker enige personen en colleges toe, o.a. Burgemeester en Wethouders van de stad Leiden, vertegenwoordigers van andere kerkgenootschappen, de consulent ds. Van Achterberg en de trouwe hulpprediker van Wijkgemeente "Centrum" ds. Ver­met. Ds. Kleermaker sprak zijn voldoening uit over het feit, dat ook velen van de Hervormde gemeenten van Veen (N.Br.) en Genemuiden van hun belangstelling blijk gaven door hun aanwezigheid.
   Deze indrukwekkende dienst werd besloten met het zingen van Psalm 89 vs. 1 en 8, waarna de gemeente de nieuwe leraar toezong: „Dat 's Heeren zegen op U daal".
   Zo heeft de Hervormde gemeente van Leiden een ware feestdag gehad. In het bijzonder was het voor Herv. Geref. Leiden een grote dag, omdat met de intrede van ds. Kleermaker de tweede Geref. Bondsplaats is vervuld.
   Mocht de Heere hem nog tot rijke zegen stellen, hem schragen in het ambt, en mochten er maar vele arme zondaars gevonden worden, die heilbegerig zijn naar die rijke Jezus.

Afscheid ds. Vermaas van Dirksland.

   Zondag 26 Augustus nam ds. Vermaas na een verblijf van 4 1/2 jaar, afscheid van de gemeente Dirksland. Ds. Vermaas sprak zijn afscheidswoord naar aanleiding van Openb. 22 vers 12.
   Na de gebruikelijke toespraken werd ds. Vermaas op hartelijke wijze toegesproken door ds. Klootwijk. Hij dankte hem als mede-redacteur van „De Zaaier". Ds. Koele dankte hem als prseses van de classis Brielle, mede ook namens de kerkeraad en het ziekenhuis Bethesda.
   De gemeente zong hem tenslotte toe Psalm 121 vers 4.

Bevestiging Candidaat G. J. Jansen te Daarle.

   Zondag 26 Augustus was voor de gemeente Daarle wel een ware feestdag, na een korte vacature van drie maanden, ontstaan dóór vertrek van ds. C. van der Wal naar Polsbroek, werd de vacature heden weer vervuld door cand. G. J. Jansen uit Wezep.
   In de morgendienst werd cand. G. J. Jansen bevestigd door ds. J. C. Stelwagen uit Wezep. Bij de aanvang van de dienst werd gezongen Psalm 97 vers 1 en 6. Na de zegenbede werd gelezen 2 Tim. 2 vers 1—15. Na gebed en voorrede, koos ds. Stelwagen als tekst Handel. 21 vers 13b : „Want ik ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem, voor de Naam van de Heere Jezus". Na het zingen van Psalm 91 vers 7 en 8, schetste ds. Stelwagen Paulus als dienstknecht van Jezus Christus ; de getrouwe dienstknecht, die in gevaren van de dood, gevangenis of zwaard, in alerlei ellende, bleef Paulus zijn Heiland als de getrouwe dienstknecht, die met alle liefde Jezus diende. Ds. Stelwagen wees de te bevestigen candidaat G. J. Jansen op deze liefde en trouw van Paulus tot zijn Heiland, Jezus Christus, met de woorden van 2 Tim. 2 vers 15 : „Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der Waarheid recht snijdt".
   Na de prediking werd gezongen Psalm 72 vs. 7 en ging ds. Stelwagen voor in gebed. Vervolgens las de bevestiger voor het formulier voor de bevestiging van dienaren des Woords. Aan de handoplegging namen deel ds. H. A. Labrie, Den Ham, consulent; ds. C. van der Wal, Polsbroek ; ds. H. A. de Geus, Utrecht (de Bilt) ; ds. Smit, Genderen.
   Na een korte toespraak van de bevestiger, werd de dienst besloten met het zingen van Psalm 119 vers 22.
   Bij de handoplegging werd nog gezongen de zegenbede uit Psalm 134 vers 2 en na de zegen Psalm 134 vers 3.

Intrede ds. G. J. Jansen te Daarle.

   Na het zingen van Psalm 108 vers 1 en 2, en het uitspreken van de zegen, werd gelezen 1 Petrus 3 vers 13—22. Na gebed werd gezongen Psalm 119 vers 17 en 18.
   Als tekst had de nieuw bevestigde predikant Hebr. 12 vers Ib en 2a : „En laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is, ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus".
   Ds. Jansen stelde in zijn prediking voorop, de loopbaan, die wij met lijdzaamheid lopen, die ons voorgesteld is door Jezus Christus. In zijn prediking wees ds. Jansen op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus. De loopbaan is voor ons allen verschillend, maar wordt ons voorgesteld door Hem, die wij met liefde hebben te volgen, in alles allen bereid, op alle terreinen des levens. De liefde van Christus moet ons dringen tot dit alles. Trouw moeten wij blijven aan onze Heiland, door Hem met liefde te dienen.
   Na het zingen van Psalm 89 vers 7, ging ds. Jansen voor in dankgebed. Hierna richtte ds, Jansen zich tot diverse personen en instellingen en tot zijn familie met een woord van dank voor hun aanwezigheid.
   De slotzang was Psalm 75 vers 1.
   Hierna werd ds. Jansen toegesproken door ds. Labrie als consulent; door ds. Van Veen, Vroomshoop, namens ring en classis : door ds. C. van der Wal uit Polsbroek, als vorig predikant van Daarle ; door ds. H. A. de Geus, van De Bilt, als oud-herder en leraar van Wezep, die ook nog had meegemaakt dat vader Jansen de nu pas nieuwe predikant ds. Jansen, door hem (ds. De Geus) gedoopt was.
   De voorzitter van de Studenten Vereniging Voetius sprak een kort woord; burgemeester C. F. Crommelin uit Hellendoorn sprak een kort woord van medewerking en medeleven. De heer C. J. van der Giessen, hoofd der Herv. School, sprak een kort woord en hoopte op volle samenwerking tussen Kerk en School. Ouderling Bos sprak als laatste en dankte de gemeente voor de trouwe opkomst in de vacaturetijd en sprak ds. Jansen toe namens de kerkeraad.
   Op verzoek werd de nieuwe herder en leraar toegezongen Psalm 121 vers 4.
   In beide diensten was het kerkgebouw tjokvol, waaronder veel belangstellenden van familie en bekenden uit Wezep, de geboorteplaats van ds. Jansen.

Geertekerk toegewezen aan Ned. Herv. Gem.

   De Raad voor het Rechtsherstel te Utrecht, heeft dezer dagen uitspraak gedaan in de kwestie van het gebouw der Geertekerk. Deze raad achtte zich weliswaar onbevoegd tot het nietig verklaren van het vonnis van de Arrondissemenstsrechtbank te Utrecht, waarbij de onteigening der Geertekerk namens de gemeente Utrecht is uitgesproken, doch verklaarde wel niet de rechtsbetrekkingen, voortvloeiende uit het vonnis tot onteigening. Voorts verklaarde de raad voor recht, dat de Geertekerk in eigendom toebehoort aan de Nederduits Hervormde gemeente Utrecht en veroordeelde de gemeente Utrecht om binnen 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis het gebouw onbelast en met overgave van de sleutels te stellen ter vrije en algehele beschikking van de Ned. Herv. gemeente. Verder veroordeelde de raad de Ned. Hervormde gemeente om aan de gemeente Utrecht terug te betalen een bedrag van ƒ 18.729.05 met 5 % rente over dit bedrag, en voorts tot vergoeding van de door de gemeente Utrecht sedert de overschrijving van het vonnis betaalde hulpmaterialen en onderhoud van het kerkgebouw. De gemeente Utrecht moet de kosten van het geding ter grootte van ƒ 500.— betalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's