ONDERWIJS
Een nieuw OnderwijsplanV.
De leerlingen, die het Basisonderwijs hebben doorlopen, kunnen verschillende kanten uit. In dat opzicht is er weinig verschil met het bestaande stelsel. Genoemd worden:
a. Eenvoudig voortgez Onderwijs (E.V.O.),
b. Lager technisch Onderwijs,
c. Huishoudonderwijs,
d. School voor eenvoudige administratieve werkkringen,
e. Voortgezet Onderwijs voor algemene doeleinden,
f. Voorbereidend wetenschappelijk Onderwijs.
Het E.V.O. is bedoeld als directe voorbereiding voor het maatschappelijk leven of als voorbereiding voor verder gespecialiseerd Onderwijs. Het duurt 2 jaar en wordt gegeven in een tweejarige school voor E.V.O. en in een tweejarige voorbereidende afdeling van een lagere technische school, een lagere huishoudschool en aan een school voor eenvoudige administratieve werkkringen. In de grotere bevolkingscentra zal, wat het aantal beschikbare leerlingen betreft, de moeilijkheid niet zo groot zijn, al moet wel met de mogelijkheid rekening worden gehouden, dat bij velen de E.V.O.-afdeling van het technisch en huishoudonderwijs de voorkeur zal krijgen boven de E.V.O.-school ; ook met de school voor eenvoudige administratieve werkkringen kon dit wel het geval zijn. Door van het begin af aan op dezelfde school te gaan, zal men, en o.i. terecht, menen van een betere aansluiting verzekerd te zijn. Toch zal de E.V.O.school in de grotere plaatsen nog wel bevolkt worden door leerlingen, die na het Basisonderwijs nog niet goed weten, welke kant ze uit willen, alsook door hen, die niet van plan zijn na het E.V.O. nog verder te leren.
Enigszins anders staat het op het platteland, vooral in streken met overwegend kleine dorpen en ook overigens zeer verspreide bevolking. De Minister heeft dit bezwaar gevoeld en zoekt de oplossing in „Streekscholen". Twee of meer plaatsen, al naar de behoefte, zullen dan samen moeten werken, om een E.V.O.-school te stichten. Hier zullen we even uit moeten kijken, want voor het Bijzonder Onderwijs zal dan ook een dergelijke oplossing gevonden moeten worden, immers aan de „Pacificatie" wordt niet getornd. Bij het stichten van Chr. Ambachtsscholen hebben we wel wat geleerd. Indien dit Onderwijs ooit tot uitvoering komt, zal veel afhangen van de formulering der wettelijke bepalingen, maar ook van de bereidheid der Schoolbesturen om in deze samen te werken.
Met het oog op leerlingen, voor wie geen zelfstandige E.V.O.-school en ook geen E.V.O.afdeling bereikbaar is, zullen er ook een aantal scholen moeten zijn voor Basisonderwijs, waaraan een 7de en 8ste leerjaar is toegevoegd ; dit zal echter moeten zijn, bij wijze van uitzondering. Het leerplan van zulk een 7de en 8ste leerjaar moet dan echter zo na mogelijk hetzelfde omvatten als de E. V. 0.school.
Zoals gezegd, omvat het E.V.O. 2 jaar ; aan het eind van het eerste jaar kan aan de ouders geadviseerd worden, welke richting de leerling verder het best zal kunnen inslaan met het oog op z'n aanleg en ontwikkeling. In het 2de leerjaar kan daarmee rekening worden gehouden. Voor de meisjes meent de Minister, dat de E. V. O.-school gaandeweg meer overeenkomst zal moeten gaan vertonen met de tegenwoordige primaire opleiding van het Nijverheidsonderwijs voor meisjes.
Als we de toelichting in de Nota bestuderen, blijkt wel, dat de Minister het E.V.O. van zeer groot belang acht. Het moet gericht zijn
1. op het aanleren van algemene omgangsvormen, uitdrukkingsmiddelen en vaardigheden, als onmisbaar voor het gemeenschapsleven en het beroepsleven,
2. op de ontwikkeling van burger- en gemeenschapszin,
3. op het vormen van jonge mensen, met een gezonde kijk op het dagelijks leven met zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsbesef en bereidheid om met anderen samen te werken.
Bij dit Onderwijs behoeft niet zo scherp in jaarklassen onderscheiden te worden; van meer belang is het clubwerk, terwijl ook rekening mag worden gehouden met bepaalde plaats- en streekbehoeften.
Misschien acht de een of ander, die de jeugd van 12—14 jaar enigermate kent, de bovengenoemde punten 1—3 wel wat hoog gemikt, en zo iemand kon gelijk hebben. Welnu, laten we het dan als ideaal beschouwen en in elk geval een poging in die richtisg wagen. Er ontbreekt nogal wat aan omgangsvormen, gemeenschapszin en verantwoordelijkheidsbesef, om alleen deze maar te noemen. Proberen om daarin verandering te brengen is daarom alleszins nodig en ook de tegenwoordige school werkt reeds in deze richting.
Het Leerplan omvat Nederlandse taal, rekenen, kennis van maten en munten, aardrijkskunde, geschiedenis, kennis der natuur, handenarbeid en voor meisjes nuttige en vrouwelijke handwerken en huishoudkunde. Verder als niet verplicht vak een moderne taal, terwijl bovendien in verband met emigratie aan bepaalde landen bijzondere aandacht wordt besteed.
Voor de E.V.O.-afdelingen geldt hetzelfde leerplan, echter met dien verstande, dat in het 2de leerjaar rekening gehouden wordt met de speciale eisen van het verder onderwijs aan deze scholen. Zo wordt in de E.V.O.-afdeling der school voor eenvoudige administratieve werkkringen, handelskennis en boekhouden aan het leerplan toegevoegd en een tweede vreemde taal.
Bij dit onderwijs worde het klassikale stelsel in dier voege gehandhaafd, dat elke groep één klasseonderwijzer heeft. Is deze voor de speciale E. V. O.-vakken niet bevoegd, dan worden deze vakken door vakonderwijzers gegeven. Dit geldt ook voor de lichamelijke oefening. Uitgegaan wordt van leerstoftermen en belangstellingscentra.
Echter mag de vorming voor een bepaalde gespecialiseerde practijk niet voorop staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's