De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN VERANTWOORDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN VERANTWOORDING

6 minuten leestijd

   „Waar het in het proces tegen de Ned. Herv. Kerk om gaat", door ds. L. J. Bloemsma, ds. J. van Dijk, dr. H. O. R. Baron van Tuijll van Serooskerken. Drukkerij en Uitgeverij v/h Kemink & Zoon N.V., Utrecht '51.
   De drie genoemde heren geven in deze belangrijke brochure verantwoording van het feit, dat een proces tegen de Ned. Hervormde Kerk werd begonnen. Het is n.l. van groot belang, dat velen, bij wie verkeerde voorstellingen zijn opgeroepen en die eigenlijk niet weten, waarom het gaat, hier in de gelegenheid worden gesteld o'm zich te laten inlichten.
   Dit verheugt mij temeer, omdat dezerzijds over het proces zelf niet geschreven werd, aangezien ik van oordeel ben, dat men als mede betrokkene niet schrijft over een zaak, die bij de rechter is. De andere partij heeft dat zo niet gevoeld. Het is volkomen terecht, wat de schrijvers in hun voorwoord zeggen : „De ruchtbaarheid en het rumoer kwamen niet van onze zijde"
   Voorts wordt mij hier een ongezochte gelegenheid geboden om enige opmerkingen te maken naar aanleiding van een courantenverslag omtrent de rechtszitting in hoger beroep. Klaarblijkelijk heeft de synodale pleiter mijn naam genoemd, als behorende tot de minderheid der ondertekenaars, die niet in hoger beroep zijn gegaan. Om misverstand te voorkomen wijs ik, ook voor wat mij persoonlijk aangaat, nog eens op het bericht in De Waarheidsvriend d.d. 10 Mei j.l. *)
   Ik wil daaraan nog toevoegen, dat niemand van degenen, die tegen deze zaak, hetzij in het openbaar of particulier, geschreven hebben, heeft kunnen aantonen, dat het een ongeoorloofde houding zou zijn een beroep op de overheid te doen inzake het recht.
   Men kan, wat zijn persoonlijke zaken en belangen aangaat, het standpunt innemen, dat een Christen niet procedeert. Ik kan voor zulk een standpunt begrip en waardering hebben en hoop, dat degenen, die zo haastelijk bereid waren met hun afkeuring, in zuiver persoonlijke aangelegenheden dienovereenkomstig handelen.
   Het geldt hier echter geen persoonlijk belang of persoonlijke aangelegenheid, maar het gaat om de rechten der plaatselijke gemeenten en om het zelfstandig beheer harer goederen en tegen onchristelijke bepalingen en sancties, die de geestelijke belangen van de gemeente opofferen aan financiële eisen (niet rakende het voorzien in een behoorlijk levensonderhoud van de predikant).
   Eerlijk gezegd, acht ik het minder gelukkig, dat men ook de belijdenis in het pleit betrokken heeft. Ik bedoel niet, dat de aanklacht op dit punt onjuist zou zijn, maar hier liggen naar mijn gevoelen toch bezwaren.
   De Synode is inzake de belijdenis kerkrechtelijk beoordeeld, ongetwijfeld op een verkeerde weg. Het is toch de kerk, die over haar belijdenis behoort te waken en ook weer de kerk, welke haar in overeenstemming brengt met de Heilige Schrift, indien haar gebleken mocht zijn, dat de belijdenis op enig punt de toets der Schrift niet kan verdragen.
   De belijdenis, neergelegd in de Drie Formulieren van Enigheid, bleef ook onder de organisatie van 1816 de belijdenis der kerk. En nu van tweeën één. Deze belijdenis wordt door de kerk gedesavoueerd en als belijdenis der kerk afgeschaft, omdat men b.v. haar getuigenis aangaande het goddelijk gezag der Heilige Schrift niet meer aanvaardt, als in strijd zijnde met de resultaten van het modern Schriftonderzoek en de moderne Schriftcritiek, of zij wordt gewijzigd naar de regel des geloofs, óf ongewijzigd gehandhaafd.
   Mogelijk is het voor sommigen een onbegrijpelijke consequentie, maar dat getuigenis omtrent het gezag der Schrift en heel de belijdenis komen zozeer uit de werking van èèn Geest, dat het één met het ander moet vallen, zodat een kerk, die een besluit tot opheffing van haar belijdenis zou nemen, tegelijk zou ophouden een kerk te zijn en zich zelf als zodanig zou liquideren.
   Dat heeft de Synode niet gedaan, maar zij heeft geweigerd de belijdenis uitdrukkelijk als de hare te erkennen, om nog te zwijgen van haar afwijzing van het voorstel tot bindend verklaring. Wij hebben reeds vele malen daarop gewezen, en in deze brochure kan men een en ander nogmaals aan de hand van de „Handelingen" der Synode aangetoond vinden.
   De Synode heeft zich opzettelijk onthouden van directe uitspraken inzake de belijdenis, doch bood de kerk een hernieuwd belijden in „Fundamenten en Perspectieven", hetwelk zich op onderscheidene punten distantieert van de belijdenis, daarmede in strijd is en nieuwigheden presenteert.
In casu komt het er op neer, dat de belijdenis met de stille trom op non-actief is gesteld, hetwelk, kerkrechtelijk beoordeeld, ten enenmale en zonder tegenspraak ongeoorloofd moet worden genoemd.
   Er zijn er, die zeggen, dat zij nochtans de belijdenis voor de „wettige" belijdenis der kerk houden en de betreffende uitdrukkingen en bepalingen ook in die richting interpreteren. Dat zij zo, maar dat neemt de zo even genoemde feiten niet weg.
   Er is dus wel reden om zich te beklagen, al zagen wij dit gedeelte liever niet bij de rechter. Overigens ware over de verhouding Kerk en Staat ook in dit verband nog wel een en ander te zeggen.
  
   Volgens meergenoemd dagbladverslag heeft de advocaat der Synode, hoewel in geen enkel opzicht terzake dienende, melding gemaakt van het feit, dat ik zitting heb gehad in de Commissie voor de Kerkorde.
   Bij het openbaar maken van het proces is dr. B. in de Haagse Kerkbode daarmede begonnen, alsof het de meest ongerijmde zaak ware, dat iemand indertijd het ontwerp en thans de aanklacht ondertekende.
   Dr. B. is klaarblijkelijk minder goed geïnformeerd geweest, hoewel reeds de toelichting hem had kunnen leren, dat er leden waren, bij wie zeer ernstige reserves ondertekening niet gemakkelijk maakten, maar, dat de overweging om het ontwerp in de kerk te brengen, doorslag heeft gegeven.
   Sedert wanneer kan dat betekenen, dat men in zulk een geval zijn bezwaren moet opgeven? Niet alleen echter had ik onoverkomelijk bezwaar o.a. tegen de voorgestelde financiële paragrafen van het ontwerp, doch dit bezwaar is niet weinig verscherpt door de bepalingen aangaande autorisatie en approbatie, welke daaraan later zijn toegevoegd. Men kan een en ander in deze brochure lezen.
   Het moderamen der Synode had haar advocaat wel wat beter omtrent deze aangelegenheid mogen inlichten, dan zou het hem bekend geweest zijn, dat wij altijd hebben gepleit voor de rechten der gemeente en tegen on-christelijke sancties als de „stok achter de deur", ook reeds in de twintiger jaren bij de voorbereiding en invoering van het reglement op de predikantstractementen. En thans gaat men nog enige stappen verder.
   Telkens weer blijkt, dat velen nog niet beseffen, welke ernstige belangen in het geding zijn. Daarom wordt deze brochure, die een duidelijk inzicht geeft in de zaak, door mij hartelijk ter lezing aanbevolen.
   *) „Naar wij vernemen, heeft het vonnis van de Haagse Rechtbank van 18 April 1951 over de vraag of de kerkorde in de Ned. Hervormde Kerk op geldige wijze was vastgesteld bij de in het ongelijk gestelde eisers teleurstelling gewekt door de onvolledige wijze, waarop de Rechtbank de aangevoerde argumenten heeft behandeld. Het grootste deel der eisers heeft hieruit de conclusie getrokken, dat tegen dit vonnis hoger beroep moet worden ingesteld. Een ander deel der eisers vreest, dat de daaraan bestede moeite niet evenredig beloond zal worden en heeft daarom zijn rechten aan het grootste deel der eisers overgedragen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN VERANTWOORDING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's