De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDERWIJS

4 minuten leestijd

Een nieuw Onderwijs-planVI.

   Ook het technisch Onderwijs wordt ingepast in het nieuwe plan van Onderwijsvoorzieningen. In de eerste plaats wordt dan genoemd het Lager Technisch Onderwijs. Dit zal, naar de bedoeling van de Minister, omvatten een twee-jarige E.V.O.-afd., waarin op de leerlingen reeds de nodige selectie kan worden toegepast, voor zover uit verkregen ontwikkeling en uit gebleken aanleg en ambitie tot een bepaalde verdere studierichting kan worden besloten. Na deze voorbereidende afdeling, volgt het eigenlijke technisch Ondewijs gedurende een cursus, eveneens van twee jaar. Deze cursus zal dan niet veel verschillen wat de leerstof betreft, van het tegenwoordige Onderwijs op de Ambachtsschool. Zo duurt het gehele Onderwijs aan een lagere technische school vier jaar en dat is toch wel een aanmerkelijk verschil met de bestaande toestand. Tegenwoordig gaan de jongens regelrecht uit het zesde leerjaar naar het technisch onderwijs. Ze zijn dan 12 jaar en 8 maanden. Bij een normaal verloop kunnen ze na twee jaar de Ambachtsschool verlaten en zijn dan ongeveer 15 jaar oud, als ze in het bedrijfsleven worden opgenomen ; we houden hierbij alleen rekening met de normale gevallen. Bij de in het plan voorgestelde nieuwe regeling wordt de Lagere Technische School gedurende 4 jaar bezocht en zal de gemiddelde leerling zeker op z'n vroegst op 16-jarige leeftijd de fabriek of werkplaats ingaan. We mogen veronderstellen dat de Minister voldoende technisch geadviseerd is, om deze leeftijdsverschuiving te kunnen verantwoorden. Daarover willen wij dan ook geen oordeel vellen ; we achten er ons niet bevoegd toe. Trouwens, ook wij zijn er geen bewonderaars van, dat onze jonge mensen al te vroeg in het fabriekswerk opgaan. Alleen zal bij vele ouders het feit, dat hun jongens nu ook twee jaar later pas wat gaan verdienen, nogal wat bedenking ontmoeten. Hierbij moeten we ook niet vergeten, dat na 't doorlopen van de Lagere Technische School de jongens nog lang geen volleerde vaklui zijn en dat ook nog niet kunnen zijn. Hoe het zijn moge, indien deze regeling in een wetsontwerp belichaamd wordt, zal er bij de behandeling nog wel een woordje over gesproken worden.
   Tot dit Lager Technisch Onderwijs rekent de Nota: de lagere technische school (tegenwoordige Ambachtsscholen), lagere textielscholen, scholen voor banketbakkers, kleermakers, schoenmakers, vissers, matrozen en schippers.
   Naast en boven het Lager Technisch Onderwijs volgt in het plan van de Minister het uitgebreid technisch onderwijs. Dit is bedoeld als opleiding van zeer goede vaklui als ook van krachten voor semi-technische functies. De cursusduur zal 4 jaar zijn en het Onderwijs zal op dezelfde hoogte moeten staan als de algemene middelbare school ; de eerste leerjaren van beide schooltypen zullen veel overeenkomst vertonen ; het verschil komt bij het derde leerjaar.
   Tot dit uitgebreid technisch Onderwijs kunnen worden toegelaten leerlingen, die met vrucht het Basisonderwijs hebben doorlopen. Maar zij moeten bezitten: een behoorlijke theoretisch aanleg en een goed werktuigelijke intelligentie. Wanneer daarover geoordeeld moet worden en door wie, is niet duidelijk. Voor het Hoofd ener Basisschool lijkt ons die taak wel een beetje zwaar. Vermoedelijk zal wel bedoeld worden dat daartoe de eerste 2 leerjaren het best geschikt zijn, die ook hier, evenals bij het E. V. O. en bij de algemene middelbare school, een algemeen en voorbereidend karakter dragen.
   Het leerplan dezer scholen zal — en dit lijkt ons een reuze-idee — vastgesteld worden in overleg met het bedrijfsleven.
   Er zijn heel wat vak-richtingen, waarmee bij het inrichten van deze scholen rekening zal gehouden moeten worden en daarom zal, naar het oordeel van de Minister, de spreiding van dit soort scholen zeer beperkt zijn. Daarom zal mogelijk dienen te zijn, dergelijke scholen te stichten als „kopschool" met een twee-jarige cursus. Hierop kunnen dan toegelaten worden leerlingen met einddiploma van een Lagere technische school of die enige jaren een algemene middelbare school hebben gevolgd. Natuurlijk moet bij deze candidaten behoorlijke technische aanleg aanwezig zijn.
   Als de leerling de uitgebreid Technische School heeft doorlopen, doet hij eindexamen; slaagt hij, dan geeft z'n einddiploma hem recht van toegang tot de Middelbare technische school. Deze school dient hoofdzakelijk ter opleiding van hen, die in industrie, in bedrijven of bij de uitvoering van technische werken de schakel vormen tussen de hoofdleiding en de uitvoerders, of van hen, die hoofd zullen worden van een kleiner bedrijf.
   Ook nog langs andere weg dan het lager technisch onderwijs zal men de M.T.S. kunnen bereiken, n.l. via een voorbereidend middelbare technische cursus (V. M.T.C.), een H.B.S.-B of Gymnasium-B.
   Het einddiploma der M.T.S. diene recht te geven tot het afleggen van examens aan de Technische Hoge School.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's