De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN HEINDE EN VER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN HEINDE EN VER

10 minuten leestijd

Laatste indrukken uit China

   Een zendeling, die tot voor kort in dienst was van de Easier Mission in China, is kort geleden teruggekeerd. In het Evang. Missions Zeitschrift geeft hij thans indrukken weer van de laatste tijd, die hij in China doorbracht.
   „Wanneer men 18 jaar als mede-arbeider in dienst van een van de Chinese kerken heeft gestaan en de verschillende ontwikkelingsstadia heeft meegemaakt, kan men de huidige positie van de kerk des te beter begrijpen. Kerken, zoals die, welke door de zending zijn opgebouwd, zullen er in de toekomst wel niet meer bestaan. Dat was tenminste de eerste indruk, die ik kreeg nadat ik gesproken had met jonge predikanten, die met de propaganda-afdeling van het bevrijdingsleger het land doortrokken en die met de leuzen, dat de kerk „zelfbestuur wenst, in eigen onderhoud wil voorzien en zich wil „uitbreiden", de predikanten en Christenen van voorlichting dienden. In een dergelijk stadium zijn de buitenlandse zendingsgenootschappen en zendelingen in zekere zin een hinderpaal, juist omdat zij niet Chinees zijn en gebonden aan tradities, die niet zó maar door de Chinezen kunnen worden overgenomen. De afhankelijkheid van het „stinkende geld van de zending" hebben de jonge, zelfbewuste en nationaal voelende leiders der kerk als onwaardig beschouwd. Van Noord tot Zuid is nu langzamerhand de propaganda doorgedrongen. De nieuwe denkbeelden vonden, juist omdat ze nieuw en nog niet de toets der practijk hadden doorstaan, spoedig ingang.
   Reeds in September 1950 werden door de leiding van de kerk, waaraan de genoemde zendeling verbonden was, besluiten genomen ten aanzien van de nieuwe situatie. Hierbij werd bepaald, dat alle Europeanen zich zouden terugtrekken uit leidende posities in de kerk en in de hospitalen.
   Tengevolge van de anti-Amerikaanse propaganda verslechterde de toestand in kerk en zending voortdurend. De zendelingen werden gehinderd in het uitoefenen van hun arbeid. Alles, wat met het buitenland verband hield. werd verdacht gemaakt. Daarom hielden wij het voor raadzaam, ons zo weinig mogelijk in het openbaar te vertonen. Wij brachten zelfs geen bezoeken aan Christenen, omdat wij onze Chinese broeders en zusters niet in moeilijkheden wilden brengen. Tot eind 1950 konden wij de gemeente nog met het Woord dienen; van toen af aan moesten wij ook dat opgeven. Zelfs bij de bediening van het H. Avondmaal was onze medewerking niet meer gewenst. De stroom van bezoekers, die in vroegere tijden vaak niet scheen op te houden, behoorde nu vrijwel geheel tot het verleden.
   Tegen het einde van het vorig jaar kwam het dan ook in ons gebied tot een nieuwe verdeling van het bezit. In de kranten werden verordeningen gepubliceerd, dat er in deze tijd geen bijeenkomsten, van welke aard ook, mochten plaats vinden. Dit gold ook voor godsdienstige bijeenkomsten. Deze gehele ontwikkeling maakte het nodig, dat de leiding van de kerk haar houding bepaalde. Een aantal leiding gevende mensen in de kerk werd gevraagd om schriftelijk hun mening te geven over dé situatie. Het resultaat hiervan was ongeveer het volgende: Alle parochies en gemeenten moeten volledige zelfstandigheid krijgen. Er moeten 35 kleine parochies komen, ieder van 4 of 5 gemeenten. Deze parochies moeten zelf de predikanten, evangelisten en „Bijbelvrouwen" kiezen en bezoldigen. De grotere en krachtiger gemeenten moeten zorgen voor de kleine en zwakke gemeenten. De sacramenten moeten, zo mogelijk door predikanten en evangelisten, die daartoe bevoegd zijn, bediend worden. Door deze maatregelen, die eind Juni moeten zijn volvoerd, zal ongeveer een derde van de medearbeiders in dienst van de kerk, brodeloos worden. ' Omdat de kerk voorlopig nog uitkeringen moet geven aan de.ontslagenen, heeft zij aan de zending verzocht haar nog éénmaal een subsidie te verlenen.
   Dat het doorvoeren van al deze nieuwe maatregelen niet zonder veel moeite zal gaan, zal een ieder, die de verhoudingen kent, niet verwonderen.
   Toch is mijn laatste indruk met betrekking tot de toekomst van de kerk, zeer hoopvol. De kerk staat wel voor het dubbele gevaar, dat zij zich teveel aan de uiterlijke omstandigheden zal aanpassen en daardoor innerlijk dreigt te vervlakken en datgene, wat zij door de tijden verworven heeft, zal verliezen. Maar de toekomst hangt niet zo zeer daarvan af, welke weg de leiding van de kerk neemt, als wel hoe de afzonderlijke gemeenten en parochies zich zullen houden. De kerk zal een zware weg hebben te gaan, doch deze is niet zonder hoop.

Opruiend geschrift tegen de Protestanten in Spanje 
   In Spanje is weer, aldus een bericht van de Schweiz. Evang. Pressedienst een opruiend geschrift tegen de Protestanten verschenen met toestemming van de bisschop van Barcelona.
   Naar beweerd wordt, was de eerste oplaag van 3000 exemplaren reeds in tien dagen uitverkocht. Op de titelpagina ziet men een knorrige man een grote Bijbel verscheuren. In het voorwoord wordt gezegd, dat slechts van de „edelste wapens" moet worden gebruik gemaakt, „nimmer vaii overdrijving en noch minder van verdraaiing of laster, zoals onze tegenstanders zo vaak doen in hun geschriften tegen de Katholieke Kerk".
   Het volgende illustreert wel hoe de schrijver zich hieraan zelf heeft gehouden :
   
   „Het Protestantisme is uit luiheid geboren. Het was uitsluitend het product van de laagste hartstochten, van wellust, hoogmoed en gierigheid " „Luther verkondigde de z.g.n. Christelijke vrijheid, welke aan een ieder persoonlijk toestond datgene te geloven en te doen, wat hem het beste voorkwam "
   „Wij kunnen Luther niet volgen in het uitleven van zijn razernijen en ergerlijke daden " „De mens, zo zeide hij, moet zuipen, zich uitleven, zich overgeven aan de wellust om de verzoekingen van de duivel te vermijden".

   Hierna volgt een levensbeschrijving van Hendrik VIII als kroongetuige van de Reformatie; Calvijn, die toch altijd ook nog wat tot de Reformatie heeft bijgedragen, wordt niet genoemd, en zonder dat recht wordt gedaan aan de ware bedoeling van de Reformatie, wordt de gevolgtrekking gemaakt : „Het Protestantisme is niet aannemelijk; het is een verdorven zaak, die reeds tot ontbinding is overgegaan. Het kan niet van God komen".
   Dan komt een stuk over de Roomse eenheid en over de versplintering van het Protestantisme in talloze sekten, waarbij allerlei onjuistheden worden gezegd en in het algemeen alles grenzeloos oppervlakkig wordt behandeld; zo worden de verschillende opvattingen over het huwelijk binnen het Protestantisme met de volgende zinnen afgehandeld: „De Mormonen beschouwden de veelwijverij lange tijd als openbaring. Luther erkende de bigamie.
   Velen verdedigen het verbreken van de huwelijksband door overspel of andere oorzaken". Als vruchten van het Protestantisme worden genoemd: de zedelijke verdorvenheid, het verflauwen van de weldadigheid en vóór alles de afval van het geloof. Als voorbeeld hiervoor worden Bayle en
   Voltaire genoemd! In het hoofdstuk over de Bijbel komt de volgende merkwaardige bewering voor: „Men weet maar al te goed, dat de Protestanten een groot aantal heilige boeken uit hun Bijbel geschrapt hebben: Dit zijn de z. g. n. deutero-kanonieke boeken, waaronder zich belangrijke geschriften bevinden als het Boek Tobias, Judith, de boeken van de Maccabeërs in het Oude Testament en in het Nieuwe de brief van de heilige Paulus aan de Hebreërs, de tweede Petrusbrief, de tweede en derde Johannesbrief, de Jacobusbrief, de Judasbrief en de Openbaringen "
Zo wordt waarschijnlijk de titelpagina duidelijk, waarop een Protestant de Bijbel verscheurt! Wij zouden anders kunnen aannemen, dat het de lieden betrof, die in 1939/40 het Protestantse Bijbeldepót in Madrid verwoest hebben
   Aan het slot van dit van kennis van zaken overvloeiende geschrift wordt gezegd, dat de Protestanten, practisch hun godsdienst ontledigd hebben van alle vroomheid en dat daaruit de grote lauwheid en onverschilligheid te verklaren is, die veelal in Protestantse landen heerst. „Daarom is het niet verwonderlijk, dat vele Protestanten zich tot het Katholicisme bekeerd hebben, in Engeland en Duitsland jaarlijks 11 a 12.000, in Amerika 40 a 50.000, waarbij van de 1000 bekeerlingen 372 Protestantse predikanten zijn, van wie er 135 priester worden".
   't Zou wel eens interessant zijn, te weten, waarop deze statistische feiten berusten. Bij de overgang van het Katholicisme tot de Protestantse sekten kan het natuurlijk alleen maar om bedrogredenen gaan of om priesters met een liederlijke levenswandel (blz. 117).
   Daarom worden de Protestanten uitgenodigd Spanje en Latijns Amerika met rust te laten en elders de ongelovigen met hun Bijbels en dollars te bekeren, want „tenslotte is het altijd nog beter Protestant, dan atheist te zijn".
   Het is niet te begrijpen, dat een brochure, die met toestemming van de bisschop verschenen is, zich op een dergelijk niveau beweegt. Het ligt voor de hand, dat de Protestanten in Spanje, temidden van dergelijke lasterpraat, het zwaar te verantwoorden hebben. Het moet echter slecht gesteld zijn met een grote Kerk, wanneer zij een zeer kleine Protestantse minderheid met dergelijke wapenen bestrijdt. Het is verheugend, dat in Frankrijk zich Katholieke stemmen tegen een dergelijke handelwijze hebben doen horen, en wel in het bijzonder pater Paul Couturier uit.Lyon, die in zijn boek „Unite chrétienne et tolerance religieuse", dat in 1950 verschenen is, een dergelijk opruiend geschrift uit het R.K. Spanje als „laster van de minste soort" heeft gebrandmerkt.

In Lake Succes wordt „gemediteerd"

   Uit „Réforme" nemen wij het volgende over : „Het hoofdsecretariaat van de UNO heeft in Lake Succes een „meditatiezaal" ingericht, die bestemd is voor de afgevaardigden, die na de inspannende uren wat tot rust willen komen. Een klein langwerpig vertrek, vlak bij de conferentiezaal, zestien stoelen in vier rijen, daarvoor een soort altaar; het geheel in een gedempt licht gehouden. Op dit „altaar" — een eenvoudige tafel met een wit kleed — zijn de zestig vlaggetjes van de Verenigde Naties óp een verlichte rand geplaatst. Verder ligt ér op de tafel een exemplaar van het Handvest van de Verenigde Naties en een brochure, die tot titel draagt: „Richtlijnen van dé Verenigde Naties". In de hoek van het vertrek staat een palm; aan een der wanden hangt een wereldkaart, terwijl aan de overige wanden de symbolen van de Verenigde Naties zijn aangebracht.
   Ik ben zó ontroerd, dat de tranen mij in de ogen springen; mijn verstand kan dit alles niet bevatten, zo komisch doet het aan. Maar dan maakt de toorn zich van mij meester bij het zien van zoveel domheid — bij alle goede bedoelingen. Tenslotte is het een goede gedachte, de zenuwen van de mensen tot rust te willen brengen en te sterken; want dat is immers hef doel van deze „meditatie".
   De afgevaardigden van de UNO, die zich in dit „meditatievertrek" begeven, hebben voortdurend het altaar met de vlaggetjes voor zich, die hen indirect herinneren aan de vloek van Babel, aan de gescheidenheid van de mensen en het kwaad van het nationalisme.
   Op deze wijze wil men dus mensen, die over het lot van millioenen hebben te beslissen, tot geestelijke oefening brengen en tot bezinning laten komen.
   Maar wanneer men tot bezinning wil komen, moet men toch juist al datgene loslaten wat verband houdt met deze vlaggetjes en stukken papier, om zich open te stellen voor een andere wereld; dan moet men juist het lawaai van de wereld tot zwijgen brengen, luisteren naar de stem, die door een ondoorgrondelijk geheim vanaf het kruis van Christus tot ons komt; men moet door God de mens hervinden, dip zonder deze band miskend, onherkenbaar, vreemd en vijandig is. Dat bewijzen de vlaggetjes en dat evenzeer noodzakelijke als onzekere „handvest".
   Wanneer deze elementaire waarheden, die in iedere catechismus staan, door de vertegenwoordigers, van het Westen, dat de „christelijke" waarden beweert te verdedigen, vergeten worden, twijfel ik aan de waarde van de door-de afgevaardigden gezochte „meditatie" en dan ook aan de ernst van hun beslissingen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VAN HEINDE EN VER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's