DE HOFNAR VAN GELRE
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET BEGIN DER ZESTIENDE EEUW
't Verging echter de wrede zoon slecht. Karel de Stoute, de machtige Bourgondische hertog, koos ten laatste, mogelijk wel uit medelijden met de vader, misschien ook uit staatkundige berekening, partij tegen de gewetenloze barbaar ; hij dwong Adolf, de oude man op vrije voeten te stellen, en liet daarop de zoon, die ongenegen bleek om met de grijsaard vrede te sluiten, gevangen zetten. Kort daarop (1472) verpandde de oude, nietswaardige, maar zeker ook door seniele aftakeling en lange opsluiting versufte, Arnold, het hertogdom Gelre en het graafschap Zutfen voor de som van 300.000 gulden aan de machtige Bourgondiër.
In 1477 sneuvelde Karel de Stoute in een gevecht tegen de Zwitsers bij Nancy.
Thans herkreeg hertog Adolf de vrijheid, maar genoot van deze slechts kort; weldra viel hij in een strijd tegen de Fransen bij Doornik, zonder, na zijn gevangenschap, zijn land teruggezien te hebben.
De berooide man liet twee kinderen na: een dochter Filippa en een zoontje, Karel geheten. Beiden waren reeds tijdens Adolf's gevangenschap in handen van de hertog van Bourgondië gekomen. Toen hertog Arnold toch kwam te sterven, zonder de ontvangen pachtsom ingelost te hebben, meende Karel de Stoute gerechtigd te zijn Gelre en Zutfen in bezit te nemen. Dit ging echter niet gemakkelijk: bijna het gehele hertogdom had zich reeds van de oude Arnold afgekeerd en vond het een gruwelijke zaak, verkocht te zijn aan een vreemde ; men wilde vrij en onafhankelijk blijven en met aUe kracht de vreemde indringer weren. Doch men was niet tegen de strijddegen, Karel de Stoute, opgewassen; deze veroverde in korte tijd stad op stad, ook het sterke Nijmegen, waarin zich de jeugdige Gelderse vorstenkinderen bevonden. Hij liet beiden oplichten en naar Gent voeren. Hier ontvingen Filippa en de kleine Karel met Maria, de enige dochter van de Bourgondische hertog, een vorstelijke opvoeding. Filippa groeide op tot een fiere, aanminnige jonkvrouw en haar broer tot „een kloeke, fors gebouwde jongeling, fraai van voorkomen en schrander van gelaat, die ieder op het eerste gezicht voor zich innam".
Maria volgde haar vader in 1477 als hertogin op. Zij trouwde met Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk, later keizer van Duitsland. Toen zij in 1482 op haar sterfbed lag, deed zij haar gemaal beloven, de Gelderse vorstentelgen naar hun vaderland terug te zenden. Aan haar laatste wens werd evenwel niet voldaan: de jonge Karel van Gelre bleef als edelknaap aan het hof van zijn heer, waar hij zich bekwaamde in allerlei ridderlijke oefeningen, en vergezelde daarna Maximiliaan van Oostenrijk op diens krijgstochten. In de voor Maximiliaan ongelukkige slag bij Bethune gevangen genomen, werd de jeugdige Karel op hoog losgeld gesteld. Hoewel de keizer geen lust betoonde, dit losgeld te betalen, liet men de jongeling toch niet aan zijn lot over. De Geldersen, het Bourgondische juk moede, hadden reeds lang het oog geslagen op de enige nakomeling uit hun oud vorstenhuis. Zij koesterden een vurig verlangen om de dappere jongeling als heer in hun midden te zien. Daarom kwamen zij hem nu te hulp. Gesteund door Filippa, die inmiddels gehuwd was met Réné, hertog van Lotharingen, brachten zij 't grootste deel van het reusachtige losgeld van 80 duizend goudguldens bijeen. Karel bekwam de vrijheid, doch moest een jong Gelders edelman, de graaf van Meurs, als gijzelaar achterlaten. De laatste zou in Karel's plaats gevangen blijven tot het ganse losgeld zou voldaan zijn.
De jeugdige Karel, sinds deze tijd Karel van Egmond of Karel van Gelre geheten, kwam nu, na negentienjarige ballingschap, in zijn vaderland terug, met een hart vol wrok tegen keizer Maximiliaan.
Groot was de vreugde en geestdrift, waarmee de kloeke jongeling door zijn Gelderse vrienden werd ontvangen. En weldra bezat hij vele dappere volgelingen, die hem als de rechtmatige erfgenaam van Gelre, Gulik en Zuften trouw zwoeren, en was menig Geldersman bereid, onder zijn aanvoering de Bourgondische benden uit het land te drijven.
Toen ving de jarenlange strijd van de arme vorstenzoon met 't machtige Bourgondië aan. Wel was het voor de jonge man een gewaagd spel, om zonder geld de vijandelijke troepen het hoofd te bieden, doch — hij had niets te verliezen en kon veel winnen, en dat avontuurlijke trok hem aan. Bovendien streed hij voor zijn recht, was overtuigd van de moed en de aanhankelijkheid zijner vrienden en vertrouwde, vurig van zin en overmoedig, op zijn zwaard en zijn aangeboren slimheid.)
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's