EEN DOMINE VERTELT
5. Lidmatencatechisatie.
De vraag blijft over, of er voor de jonge leden der Kerk verder nog iets kan worden gedaan, opdat de band met de Kerk bestendigd blijve.
Ook hier willen wij weer beginnen met te zeggen, dat de gewone middelen er zijn. De kerk staat des Zondags ook voor de jonge lidmaten open. Bij huisbezoek krijgen ook zij een beurt. De nodiging tot des Heeren Heilig Avondmaal komt toch ook tot hen.
Woord en Sacrament moeten de trekkende banden zijn en blijven.
Was er waarlijk belangstelling, dan mogen wij geloven, dat zij middellijkerwijze blijven zal.
Ook dit mag nu weer niet ietwat weggecijferd of verdoezeld worden, alsof de Kerk weer niets deed, zo zij tot andere arbeid hier niet overging of zo zij niet naar andere middelen greep.
Wat zijn en blijven de kenmerken van de ware Kerk? De rechte prediking des Woords en de bediening der H. Sacramenten naar de instelling van Christus. Dat moet dus ook de kracht der Kerk zijn. Haar grote aantrekkingspunt. Het komt aan op de kern der zaak. Is die in orde en gezond, dan behoeft er verder niet gestreefd te worden naar een kunstmatig bijeenhouden.
Iets anders is het, wanneer men vraagt: maar moet er dan, met het oog op de vele gevaren, waaraan de jonge mensen ten prooi zijn, niet iets voor hen gedaan worden, om hun de hand te reiken op de weg ten leven?
Deze zienswijze heeft zeker wel recht van bestaan, al moet men zich wachten voor onnodige apartigheden.
Er zijn er, die hier alles al weer „in kannen en kruiken" hebben; dat wil zeggen: in hun kannen en in hun kruiken. Commissies voor Nazorg of „Kerkelijke nazorg" zijn er opgericht. Laat ons bedenken, dat „Nazorg" een mooi woord is, dat heel wat in zich moet bevatten, als het dat dan ook maar doet.
En wanneer „nazorg" niet meer betekent dan dat de jonge leden eens of tweemaal per jaar worden uitgenodigd om hier of daar te verschijnen, waar men elkander nog eens weer ontmoeten kan „op 'n gezellig avondje", dan vrees ik toch, dat dit op niets uitloopt.
Wil men de band aanhouden, men blijve in de kerkelijke weg en zou wellicht een lidmaten-catechisatie daartoe het middel zijn, waarop b.v. de Nederlandse Geloofsbelijdenis (de 37 Artikelen) artikel voor artikel behandeld werd. Hier moet dan ook de gelegenheid worden gegeven tot het stellen van vragen. Intussen stelle men zich hiervan niet al te veel voor, want er zijn nogal eens van die lidmaten, die om een vervolgcursus vragen, maar wanneer gij er mee begonnen zijt, schitteren zij het eerst door afwezigheid.
Mogelijk is het, dat nu voor dergelijke cursussen meer gelegenheid komt. Het aantal predikanten in grote plaatsen is nu sterk aan het toenemen. Zij hebben des Zondags minder verplichte beurten dan in de dagen van ouds. En wanneer zij straks hun wijk wat beter dan tevoren kunnen overzien, moet ook dit deel van de arbeid in de wijngaard des Heeren meer onder hun nazorg vallen. Opdat het ook vooral met de kennis der oude Belijdenisschriften in orde kome.
Daarin ligt tegelijk dan opgesloten de bloei der Kerk. Want nogmaals: om uit de Belijdenis te leren leven, moeten wij ze eerst kennen. Niet in verkleinde vorm, maar zoals zij oorspronkelijk was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's