IS DAT DE JUISTE WEG ?
Onder mijn papieren vond ik nog een exemplaar van het Zondagsblad van het Fries Dagblad van Mei '51. Daarin vond ik een artikel, hetwelk tot titel droeg: „Zondagsviering in de badplaats. Negotie verdrong kerkgang".
De kerkeraad der Ned. Hervormde Gem. te Zandvoort heeft zich bezonnen op het voor de gemeente zo nijpende probleem van de viering van de Zondag. Hij kwam daarbij tot de overtuiging, dat een voorlichtend, vermanend en richting gevend woord tot de gemeente gesproken moet worden in de vorm van een publicatie in het Kerkblad. In die afkondiging wordt o.m. gezegd:
Zondagsviering in de badplaats. Negotie verdrong kerkgang.
De kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Zandvoort heeft zich bezonnen op het voor de gemeente zo nijpende probleem van de viering van de Zondag. Hij kwam daarbij tot de overtuiging, dat een voorlichtend, vermanend en richting gevend woord tot de gemeente gesproken moet worden in de vorm van een publicatie in het Kerkblad. De kerkeraad heeft de hoop, daarmede een aantal gemeenteleden in hun persoonlijke gewetensmoeilijkheden te helpen en vele anderen, die op dit punt zeer slordig leven, zelfs de weg van het Christelijk leven verlieten, te mogen terugleiden tot een meer verantwoorde Zondagsviering.
In deze afkondiging wordt onder meer gezegd: Allereerst wil de kerkeraad er op wijzen, dat de Zondag beschouwt dient te worden als een geschenk van onze God, waarmede tenminste de gemeente dankbaar en eerbiedig heeft om te gaan. De wettische opvatting van de Zondag, die in deze dag een verbodsdag ziet, waarop alle. nadruk alleen zou vallen op het rusten in de zin van geen enkele activiteit, geen enkele vorm van arbeid verrichten, zij afgewezen.
Deze opvatting heeft onnoemelijk veel kwaad gedaan en de Zondag voor velen gemaakt tot een dag van grenzeloze verveling en gevaarlijke lediggang. Daarentegen komt het de kerkeraad voor, dat de Zondag veeleer een blijde, feestelijke dag is, die een wettige, van God gegeven onderbreking vormt van het dikwijls zo inspannende, afmattende en zorgenvolle leven van elke dag.
De Zondag roept ons op, om met de gemeente en de wereldwijde kerk te staan in het vreugdevolle weten van de Opstanding van onze Heer Jezus Christus; om te luisteren naar de verkondiging van het Evangelie van deze onze Heer; om mede te doen aan en mede te leven in de eredienst, het eerbetoon aan God, die in Christus ónze God wil zijn; om met elkander de heilige (= geheiligde) gemeenschap der gelovigen te vieren en zichtbaar te doen worden; om als gemeente en individueel de barmhartigheid aan de naaste te betonen op nog andere en intensievere wijze dan op de gewone dagen.
Zo wil de Zondag van Godswege ons aan God, aan elkaar en aan de naaste binden. De gemeente mag dan opgaan naar het huis, waar God op zeer bijzondere wijze nabij wil zijn en aan ons handelen wil.
Ontstellend proces van gemeenteontbinding.
Vervolgens moet de kerkeraad tot zijn droef heid constateren, dat in de plaats onzer inwoning deze dankbare aanvaarding en vreugdevolle viering van de Zondag ten zeerste in discrediet is geraakt. Een ontstellend proces van gemeente-ontbinding heeft zich voltrokken, hetgeen duidelijk wordt in het sterk afgenomen kerkbezoek gedurende een periode van enkele tientallen jaren.
Niet moeilijk is het, de oorzaken hiervan te vinden. De invloeden van Zandvoort, als moderne badplaats, ^hebben hun werk gedaan. De gemeente is niet van die innerlijke, geestelijke kracht geweest, dat zij zich tegen deze invloeden heeft kunnen verdedigen.
Het werk, de negotie, het zaken-doen, riep des zomers. Het verdrong in die maanden de kerkgang. Maar men kwam dan toch de wintermaanden. Dat was de eerste stap op de weg bergafwaarts.
De volgende stap was: wie des zomers niet meer meeleefde en mede opging, verzuimde of verleerde dit ook des winters.
En de laatste stap is: dat door de wedstrijden op het circuit en al wat daarmede samenhangt, nu ook de trouwe kerkgangers door ambtelijke verplichtingen niet in de gelegenheid zijn op die dagen de Zondag te vieren gelijk zij het willen.
De kerkeraad wil niemand in deze aanklagen. Slechts wil hij met droefheid en ootmoed op deze dingen wijzen, wetende, dat dit alles slechts gezegd kan worden in gemeenschappelijk schuldbesef.
Een kerkelijk advies.
Anderzijds is de kerkeraad van oordeel, dat men moeilijk het Zandvoortse duin, strand en de zee, op zondag hermetisch zou kunnen of mogen afsluiten voor hen, in hoofdzaak stedelingen, die de zo gewenste en heilzame ontspanning zoeken. Het gebod, dat wij de naaste zullen liefhebben, tetekent ook, dat wij ons in de positie van die naaste zullen indenken. Hieruit komt het besef voort, dat we ook op de Zondag een zekere „service" hebben te bieden als badplaats ; in haar geheel en als neringdoende Christenen.
De kerkeraad zou een algeheel verbod tot winkelsluiting op de Zondag dan ook niet voorstaan. Maar wat dan wèl? Het komt de kerkeraad voor, dat men in overleg en samenwerking met de plaatselijke Overheid en de Zandvoortse ingezetenen wel tot een bepaalde regeling zou kunnen komen, waarbij èn het bijzonder karakter van de Zondag, èn het bereid zijn tot „service" aan de naaste tot zijn recht zou kunnen komen.
Bepaalde zaken zouden in het geheel niet geopend behoeven te zijn, andere zouden geopend kunnen worden op een tijdstip, dat zó gekozen is, dat de winkelier en zijn gezin hun kerkgang konden doen.
Belangrijker echter zou zijn, dal de betrokkenen zelf zich enige beperkingen oplegden en pas openden na hun kerkgang, daarmede het risico bewust riemende, dat hun Christenzijn hen misschien een of twee tientjes minder deden verdienen daii hun concurrerende buurman, die al vanaf 8 uur geopend was.
Het is niet alleen de kerkeraad van Zandvoort, die met dit probleem heeft te worstelen. Ik denk aan de tijd van mijn verblijf op de Veluwe. Ongeveer 27 jaar heb ik er mogen arbeiden. De boten van de Holland-Veluwe-lijn brachten honderden toeristen naar de Veluwe, die daar op Zondag van bos en heide kwamen genieten.
De verleiding wordt groot voor de winkelstand, om de winkels open te zetten en van het vreemdelingenverkeer op Zondag te profiteren. En dan geloof ik, dat de kerk op dit terrein stellig een dure roeping heeft te vervullen. En dan mag ze het maar niet op een accoord werpen'met de wereld, door b.v. voor te stellen, enkele uren de winkels te sluiten, om daarna weer te openen, omdat „het bereid zijn tot „service" aan de naaste tot zijn recht zou kunnen komen".
Door deze weg in te slaan, reiken we toch de hand aan de wereld. Neen, dan moet de kerk de moed hebben om „neen" te zeggen en dan moeten we Gods kinderen, die hun winkel sluiten en daardoor misschien heel wat winst op de Zondag derven, wijzen op de zegen Gods, die- alleen rijk maakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's