HEILIG VERLANGEN
„Ik heb mijn mond wijd open gedaan en gehijgd; want ik heb verlangd naar Uw geboden. Psalm 119 vers 131.
Dit woord van de Psalmdichter vertolkt ons het zielsverlangen der kinderen Gods. Er is in de dichter een verlangen naar het Woord. Hij haakt er naar, als het meest begeerlijke.
Ia het een verlangen om dat Woord te horen, om met de gemeente op te gaan naar het huis des Heeren, waar het verkondigd wordt?
Is het een verlangen naar het licht, de kracht, de troost des Woords, om de heilgeheimen daarin te verstaan, om te weten, wat dat Woord belooft voor het heden en voor de toekomst?
Of een verlangen naar God Zelf, om Hem meer en meer te kennen, een verlangen naar Christus, in Wien Hij Zich openbaarde?
Ja, dat is het ook : „Ai! neig mijn hart en vurig zielsverlangen, o Heer! naar Uw getuigenis alleen".
Hoeveel hebben in de loop der eeuwen Gods kinderen gebeden en gestreden, geleden en geofferd, om het Woord te horen verkondigen. Vele martelaren hebben er hun leven voor gegeven. Maar toch, de dichter spreekt hier inzonderheid van zijn verlangen naar Gods geboden, n.l. om die te doen, om daarnaar te leven. Hij verlangt gehoorzaam te zijn, de Heere te eren, gewillig en in liefde. Daar heeft hij lust in, daarnaar dorst hij, als naar het hoogste goed. Zeker, hij begeert wijsheid, die van boven is, maar het is toch meer bepaald een verlangen om onderwezen te worden in de practijk van het geestelijk leven, een verlangen naar Godsvrucht, om in 's Heeren gemeenschap te leven. Een verlangen om des Heeren weg te gaan en in die weg te vinden: vrede, behoudenis, Gods liefde, vergeving en verzoening, blijdschap en hoop. Een verlangen om 's Heeren geboden geschreven te hebben in zijn hart en deze te betrachten in heilige wandel.
Ik heb verlangd naar Uw geboden: naar al de geboden des Heeren, naar liefde dus. Want die is de vervulling der wet.
De dichter was reeds langs in 's Heeren dienst, waarschijnlijk van der jeugd af aan; hij had er veel in geleerd en kon zonder aanmatiging zeggen, dat hij wijzer was dan al zijn leermeesters, en hij had ook veel genoten in de dienst des Heeren.
Hij steunde echter niet op hetgeen hij vroeger ondervond of deed, want hij kende zichzelf, zijn geestelijke behoeften, de gevaren, die hem omringden, de zonden, die hem dagelijks aankleefden; hij kende zijn zwakheid en onbekwaamheid ten goede en hij moest dagelijks gesterkt en bewaard worden.
Dat kon alleen in 's Heeren dienst. Hij had honger en dorst naar de geboden des Heeren, want daarmee gaat het als met het dagelijks brood : ge hebt altijd weer spijze en drank nodig om uw leven te onderhouden.
Zo verlangde hij naar 's Heeren geboden, om daarin geestelijk voedsel te vinden.
Het was een sterk verlangen. Ik heb mijn mond wijd open gedaan en gehijgd.
En waarom? Want ik heb verlangd naar Uw geboden, zo antwoordt hij zelf. Dat was wel een bewijs van leven, van gezond leven, nietwaar ?
Er kan geestelijk leven zijn, terwijl toch dit verlangen zeer zwak.is ; het leven is dan kwijnend. Maar bij de Psalmdichter was dit niet zo. Hij kende God en vertrouwde Hem.
't Is zeer groot, dat iemand tot de Heere zeggen durft: Ik heb verlangd naar Uw geboden. De dichter doet dat, ja, hijgt er naar, want de Heere is zo waardig van hem gediend te worden. En God Zelf heeft immers dat verlangen in hem gewekt; en Hij kan het ook alleen vervullen.
Hij is uit God geboren en daarom is er nu een verlangen naar het Woord, naar zielevoedsel.
Hoe uitnemend is dit voorrecht! Hoe schoon dit zielsverlangen! Is het ook in u, lezer? Een gewichtige vraag, nietwaar? Want van nature heeft de mens dit verlangen niet. Neen, niemand. De wereld is vol van een verlangen naar geld en goed, macht en eer, naar weelde en zingenot; een dorsten naar geweld en heerschappij. Ja, het is zielsverdervend, wat de mens van nature verlangt, want het is een dorsten om te drinken uit de beker, die de wereld inschenkt vol zwijmelwijn, een hongeren naar het leugenbrood, dat de duivel bereidt; een wijd openen van de mond, een hijgen, schreeuwen en grijpen naar wat de mens voor eeuwig ongelukkig maakt.
Hoe angstwekkend is die onverzadigbare begeerte naar het zondige en het verbodene, als wij het bezien in het licht des Woords en der eeuwigheid!
O, bidt dan om de Heilige Geest, Die ook in deze tijd van verwarring leven wekt in de doodsbeenderen.
Maar onderzoekt uzelf nauw, om te weten, waarnaar uw hart uitgaat. Verlangt gij waarlijk naar God, naar Zijn geboden? Velen verwerpen al Gods geboden. Zij zien er niet het minste heil in, er naar te vragen. Er is geen zelfverlochening, geen liefde, maar zelfzucht en begeerlijheid. Vele zogenaamde Christenen willen nog wel Gods beloften horen, maar niet Zijn geboden, wèl getroost, maar niet bekeerd worden, want zij willen hun eigen weg gaan; wèl hopen op Gods barmhartigheid, maar niet rekenen met Zijn rechtvaardigheid; wel heersen in hoogmoed des harten, maar niet God dienen in ootmoed.
Er zijn er, die hun mond wijd open doen over het Woord, maar niet naar het Woord. Anderen hongeren niet naar deze, maar begeren andere spijze ; zij willen niet de Heere, maar zichzelf dienen of de wereld en de zonde.
Hoe bedriegt ge u, als gij tot hen behoort! Niemand kan twee heren dienen. Kiest u heden dan, wie gij dienen zult en kiest de Heere!
Dit zielsverlangen kan in u zijn, maar dat het niet sterk is, dat uw ziel daarnaast nog zoveel anders begeert. Of dat gij geestelijk dor en doods zijt, vol zorgen des levens, waaronder uw zorg voor uw eeuwig heil wordt begraven.
Bidt dan de Heere om verlevendiging, om genezing, dat Hij uw innerlijk leven zuivert en verdiept, opdat ge uzelf moogt verliezen om alles, alles in Hem te vinden. Want die Hem vindt, vindt het leven en trekt een welgevallen van de Heere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's