ONDERWIJS
Het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs is de voorbereiding voor het wetenschappelijk onderwijs, dus in 't algemeen voor de Universitaire studie, maar kan ook gevolgd worden door hen, die later een hogere functie willen gaan vervullen bij de Rijksbelastingsdienst of andere Overheidsdiensten ; tevens zal het ook het aangewezen Onderwijs zijn voor a.s. notarissen, accountants en dgl. Het wordt gegeven op het gymnasium, de hogere burgerschool, het lyceum, het avondlyceum. Het gymnasium en het lyceum houden hun 6 leerjaren, het avond-lyceum krijgt er 4, terwijl de H.B.S., die thans 5 leerjaren lelt, er in de toekomst 6 krijgt. Een verdere wijziging van het bestaande is, dat aan het leerplan eenvoudig Latijn wordt toegevoegd. De Nota motiveert dit, door op te merken, dat dit dient enerzijds tot persoonlijke verrijking van de leerlingen en anderzijds tot beter begrip van in het intellectueel verkeer gebruikelijke termen en uitdrukkingen.
In de afdeling hogere burgerschool A dient de nadruk te vallen op de sociaal-economische vakken (handels- en staatswetenschappen) en de moderne talen. Bij het Onderwijs in de B-afdeling wordt de nadruk gelegd op de exacte vakken (wiskunde en natuurwetenschappen) en minder op de moderne talen. De mogelijkheid worde opengelaten, om nog in andere richtingen te gaan, zoals de opleiding tot administratieve functies, die liggen
tussen de hoofdleiding en de eenv. adm. werkers. Dan dient er Onderwijs te worden gegeven in de leer der maatschappelijke verhoudingen, organisatie en administratie, kennis van openbaar bestuur, comptabiliteit en statistiek. Dit zou ook kunnen gebeuren, door aan een gewone H.B.S. A een kopklasse toe te voegen, waarin deze laatste vakken onderwezen kunnen worden. Voor gymnasium en lyceum komen geen ingrijpende wijzigingen ; alleen is de Minister voorstander van een gemeenschappelijke onderbouw van 1 jaar in plaats van 2 jaar.
Ten slotte behandelt de Nota de opleiding van leerkrachten voor de verschillende soorten van Onderwijs. De opleiding voor de „hogere rangen" wordt echter niet nader aangegeven, gedeeltelijk ligt deze op wetenschappelijk terrein, gedeeltelijk valt ze buiten het schoolonderwijs.
*** Als we het geheel van de Nota nog even overzien, dan moet opgemerkt worden, dat het een knap stuk organisatorisch werk is. Misschien zouden we haast zeggen, dat er te veel in georganiseerd is, ware het niet, dat op tal van plaatsen aanpassing aan de practijk van het leven nadrukkelijk de voorkeur gegeven wordt boven een strak doorgevoerd stelsel. We denken b.v. aan het E.V.O. voor de stad en voor het platte land, aan het technisch onderwijs en aan de school voor eenvoudige administratieve werkkringen; Trouwens ook bij de overige richtingen van Onderwijs wordt veel soepelheid betracht met het oog op omstandigheden buiten het Onderwijs. Dit zal ongetwijfeld, wanneer het tot wetsontwerpen komt, nog wel nader worden aangegeven.
Daarnaast valt het op, dat heel wat wordt gedaan, om het aantal mislukte leerlingen zo gering mogelijk te" doen zijn. Aan de inrichtingen voor voortgezet. onderwijs is het onderwijs in de eerste 2 leerjaren vrijwel gelijk, of in elk geval op gelijke hoogte. Daardoor wordt de overgang van de ene school naar de andere gemakkelijker voor die leerlingen, bij wie een andere opleidings-richting meer gewenst blijkt te zijn. Overigens zal, indien dit alles tot uitvoering-komt, de practijk wel leren, in hoeverre het uitvoerbaar en dus practisch verantwoord is. De onderwijsorganisaties zullen het voorgestelde in ernstige studie moeten nemen ; 't is aan te nemen, dat de Minister met opmerkingen uit onderwijskringen terdege rekening zal houden, mits het geheel en dus ook het beginsel der organisatie onaangetast blijve.
We weten echter allen wel, — daar behoef je geen Onderwijsmens voor te zijn, — dat uiteindelijk de mannen en vrouwen, die het stelsel moeten toepassen en uitvoeren, een zeer belangrijke taak hebben. De geest van het Onderwijs hangt niet in de eerste plaats af van een stelsel, hoe goed ook doordacht en hoe goed ook sluitend gemaakt, maar veel meer van de man en de vrouw voor de klas. Deze Nota is, wat de levensbeschouwing in godsdienstige zin betreft, strikt neutraal gehouden; de toepassing op onze Christelijke School mag en kan niet neutraal zijn. Integendeel: op onze scholen moet plaats zijn en blijven voor het Woord des Heeren. Niet alleen als apart onderwijsvali, maar juist als grondslag, als levensbeginsel, als zuurdeeg, dat het gehele meel doortrekt. Dan gevoelen we nog te meer, hoeveel er afhangt van hem of haar, die voor de klas staat. Daarom hebben we te waken, niet alleen de organisaties, niet alleen de Besturen, maar allen, wie hef Christelijk Onderwijs ter harte gaat. Men hoort veel roepen om vernieuwing. Goed, verstarring is nooit aan te bevelen en leidt op de duur tot geestdodend werk. Men kan natuurlijk verschil van mening hebben over het urgente daarvan, ook over de inhoud van. het woord. Niemand zal echter durven beweren, dat het Onderwijs geen verbetering behoeft. Eén ding moet echter voor ons vast staan; dat op onze scholen niet gewrikt worde aan «het principe, aan het beginsel, dat verankerd ligt in de Openbaring des Heeren in Zijn Woord, Dat Woord heeft voor ons nog altijd de beloften van het tegenwoordige en van het toekomende leven. Kinderen zijn een kostbaar bezit, maar óok een bezit, zwaar van verantwoordelijkheid. Dat : i dringt ons, om het beste voor hen te zoeken op maatschappelijk gebied, om elke werkelijke verbetering op onderwijsgebied te toetsen en dankbaar te aanvaarden, maar méér nog, om hen in de weg der gehoorzaamheid te leren, dat zij vragen naar de oude paden, welke de goede weg zij. Daarom klemme voor ons allen, die leiding hebben te geven, die verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding van de jeugd, in de allereerste plaats de eis en de roeping, waarmee de Heilige Schrift tot ons komt. Wat dan ook vernieuwt of verandert, voor elk terrein, ook voor ons Onderwijs blijft gelden: „Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, en zal geen duimbreed wijken!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's