De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TE VEEL EN TOCH NOG TE KORT?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TE VEEL EN TOCH NOG TE KORT?

5 minuten leestijd

   De tijd is aangebroken, dat er meer candidaten tot de H. Dienst afkomen dan er worden gevraagd. Volgens een artikel van ds. L. over dit onderwerp komen er per jaar een zestigtal afgestudeerden af, terwijl het aantal predikanten, dat met emeritaat gaat, een dertigtal bedraagt. Andere mutaties buiten beschouwing gelaten, betekent dat alzo, dat er per jaar een dertig candidaten teveel of althans meer afkomen dan gevraagd worden.
   Ds. L. schrijft niets over de situatie bij de verschillende groeperingen, want de kerkelijke berichten wijzen uit, dat er nog wel candidaten afkomen, die als om strijd in meerdere gemeenten worden beroepen. Dit verschijnsel wijst er op, dat er dus enerzijds een teveel, anderzijds een tekort is. Het overschot valt klaarblijkelijk in bepaalde groeperingen, die intussen zeker niet het geringste aantal boeken van de uitbreiding van het getal predikantsplaatsen ten behoeve van algemene of bijzondere diensten.
   Wel merkt ds. L. op, dat in vele gemeenten de pastorale verzorging beneden peil is door een tekort aan predikanten. Hij bedoelt wellicht, dat er vele gemeenten zijn, die gerekend naar het aantal leden of gezinnen, meer predikanten zouden moeten hebben voor een behoorlijke pastorale verzorging.
   Men beseft in sommige gemeenten nog niet goed, zo merkt hij op, dat de kerkedienst en de pastorale zorg niet in stand kunnen worden gehouden als niet ieder naar draagkracht geeft. Wij laten dit nu maar voor wat het is, want dat kerkedienst en pastorale zorg niet in stand kunnen worden gehouden, als er geen geld is, vraagt op zich zelf niet zo veel besef. Er zijn vele dingen, die men niet kan in stand houden, als er geen geld is.
   Maar, hoe zal er gegeven worden voor de instandhouding van de geestelijke arbeid, als er geen behoefte is ?
   En hoe zal er gegeven worden, als de predikantsplaats en de plaatsen der ouderlingen worden ingenomen door mannen, die zover vervreemd zijn van het geloof in de Christus der Schriften, dat zij instede van de gemeente te vergaderen haar uiteendrijven en verstrooien, zodat er van kerkdienst en pastorale zorg nauwelijks sprake kan zijn ?
   Ds. L. spreekt ook over de afgod „kerkegoed". Zeker de kerkceraf is in dit verband berucht geworden. De kerk is immers rijk. Daartegenover zouden wij ook nog wel op voorbeelden van offervaardigheid kunnen wijzen, die beschamend zijn.
   Maar van de afgod kerkegoed gesproken, zijn de voorbeelden weinige, waar de kerkediensten, dank zij het kerkegoed, in stand gehouden worden, alhoewel er slechts enkelen gebruik van maken ?
   Terwijl het kerkegoed bestemd voor de instandhouding van de gereformeerde kerkedienst wordt aangewend tot instandhouding van zulke weinig bezochte diensten, vergaderen zij, die wellicht krachtens hun belijdenis aanspraak mogen fnaken op de waardering „gemeente", in andere kerken, in gezelschappen of evangelisaties.
   Het is dan niet dé „gemeente", welke teert „op de offervaardigheid" van het voorgeslacht, maar integendeel derft zij het rechtmatig gebruik van het kerkegoed en wat nog erger is, de geestelijke verzorging, welke haar toekomt.
   Als de kerkregering weigert de geestelijke goederen te verzorgen, kan zij geen offervaardigheid verwachten.
   Men leze slechts, hoe de apostel Paulus daarover schrijft: Want, indien de heidenen hunner geestelijke goederen deelachtig zijn geworden, zo zijn zij ook schuldig hen van lichamelijke goederen te dienen. (Rom. 15 vers 27).
   Ten slotte adviseert ds. L. de gemeente, om met de leeftijd en maatschappelijke om­ standigheden van de candidaten rekening te houden. En hij meent, dat het de jongeren onder hen het minst zal schaden, om eens een jaar of langer werkzaam te zijn als vicaris of misschien zelfs, zoals dit met een enkele thans reeds het geval is, in een administratieve of industriële werkkring. „Er kan later een grote zegen uitgaan van een predikant, die zelf als jonge man, bijvoorbeeld een tijd lang aan de lopende band heeft gestaan en zijn toekomstige parochianen in hun arbeidsvreugde en arbeidsnood heeft leren kennen en hun lot heeft gedeeld", vindt ds. L.
   Het is inderdaad niet zo heel zeldzaam, dat een student in zijn studiekosten en levensonderhoud geheel of gedeeltelijk tracht te voorzien door bureauwerk of andere arbeid te verrichten. En het ligt voor de hand, dat wij zulken het volle ambt van Herder en Leraar na dikwijls jarenlange inspanning en zorgen, niet misgunnen.
   Wij achten het daarentegen een hachelijk verschijnsel als men afgestudeerde jonge mannen een jaar of langer naar kantoor of fabriek verwijst, omdat er voor hen geen plaats in het ambt is. Als men dan verneemt, dal predikantsplaatsen worden opgeheven, wordt het nog erger. En dat, terwijl er zoveel plaatsen voor bijzondere werkzaamheden werden geformeerd in verband met allerlei kerkewerk, dat men aangreep in afwijking van het gewone gemeentewerk.
   
   Wij noemen het daarom hachelijk, omdat er nevens dat al en desondanks ook nog tal van plaatsen zijn, die op een Herder en Leraar wachten. Wij denken hierbij inzonderheid aan gemeenten, die een prediking begeren in overeenstemming met de belijdenis der Kerk.
   Dit verschijnsel rechtvaardigt de vraag, of men kerkelijk wel op de goede weg is anders en misschien beter gezegd, of men wel op een goede kerkelijke weg is.
   Bezwaart men het kerkelijk leven niet met een overorganisatie, terwijl de allereerste zorg voor de herderlijke bearbeiding der gemeente in overeenstemming met het leven der Kerk, zoals dit ons in de Schrift wordt geopenbaard en door de Heilige Geest wordt gewerkt, tekort schiet?
Op de Kerk als geheel is het Woord van Christus niet minder van toepassing dan op een iegelijk onzer: „Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al het andere zal u worden toegeworpen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TE VEEL EN TOCH NOG TE KORT?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's