OVERDENKING
„En in het midden van de zeven gouden kandelaren Eén, de Zoon des mensen gelijk zijnde Openbaringen 1 : 13a
Men zou onze tijd een sterk verhevigde projectie kunnen noemen van de tijd, waarin de eerste Christelijke Kerk stond. Zoals toen sommige stukken geduld werden en andere vervolgd, zo is het ook nu een tijd, waarin kapitalisme en socialisme de Kerk duldt en communisme haar vervolgt. Toen hevig idealisme aan de ene kant, bitter negativisme aan de andere, evenals nu, vooral in onze na-oorlogse tijd. Toen een wankelen van alle waarden en een uitzien naar „de" Verlosser, evenals nu. Toen, tenslotte, in het algemeen de tragiek, dat de wereld juist De Verlosser verwierp, zoals nu.
Het is eigenlijk het beeld van elke eeuw, soms meer, soms minder duidelijk. Ik meen, dat we in de geschiedenis spreken kunnen van een over het algemeen steeds heviger wordende projectie van hetzelfde beeld, door alle eeuwen heen.
Misschien zit er toch meer waarde dan we vaak denken, in de gedachte van de zich steeds herhalende kringloop der getijden van de oude Perzen, maar dan zonder herhaald gouden begin en een Wereld-Heiland, Die voor alle eeuwen Dezelfde is en tot in eeuwigheid!
In die en deze tijd staat Jezus Christus! Het is daarmee, dat het boek der Openbaringen begint.
Johannes verhaalt, hoe hij op de eerste dag der week, de dag des Heeren, zoals die hier voor 't eerst zo in de Schrift wordt genoemd, „in de geest was". We kunnen deze uitdrukking het beste omschrijven met: „in geestvervoering", waardoor hij losgemaakt werd van deze werkelijkheid en een andere wereld, met andere werkelijkheden te aanschouwen kreeg.
Of moeten we het niet beter zó zeggen, dat hij deze schijnwerkelijkheid van wat onze ogen zien en onze handen tasten, had losgelaten en het ware wezen der dingen, hoe het er werkelijk uitziet, nu aanschouwde?
Immers : „de gedaante dezer wereld gaat voorbij " zegt Gods Woord.
Zo ziet Johannes, ik zou willen spreken van: de echte werkelijkheid. Wat dat is?
Daarvan spreekt de tekst, die hierboven staat : Zeven gouden kandelaren en in het midden daarvan Eén, de Zoon des mensen gelijk zijnde.
We behoeven niet lang te zoeken naar de betekenis van die zeven gouden kandelaren.
Ons teksthoofdstuk verklaart dit zelf in het laatste vers: „De zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven gemeenten".
Deze zeven gemeenten zijn de zeven hoofdgemeenten in Klein-Azië : Efeze, Pergamus, Smyrna, Thyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea. Maar we mogen rustig daarachter zeggen, dat ze niet op zichzelf staande zijn bedoeld, maar hier als vertegenwoordigsters van de ganse wereldkerk zijn genoemd. En niet alleen voor de Kerk van die tijd, maar voor de Kerk van alle tijden en eeuwen, ook dus voor de Kerk in onze tijd en in onze plaatsen.
Wonderlijk is, dat daartussen genoemd wordt: „Eén, de Zoon des mensen gelijk zijnde". Of, zoals het Grieks hier luidt : „een Zoon des mensen-gelijken.". Is dat nu de Zoon des Mensen, Jezus Christus, of is het maar een gelijkenis en afbeelding van Hem? Ik meen, dat we het dichtst bij de oplossing van deze vraag zijn, wanneer we bedenken, dat deze openbaring van Christus na Zijn hemelvaart valt. Dan is Hij, naar Zijn lichaam in de hemel, maar bij Zijn Kerk „naar Zijn Godheid, genade, majesteit en Geest". In deze laatste zijnswijze openbaart Hij Zich nu. Vandaar, dat Johannes niet spreekt van enkel : „De Zoon des mensen", maar: „Een Zoon des mensen-gelijkenis". Het is dus de werkelijke Christus, Die Zich hier in Zijn Godheid, genade, majesteit en Geest, verzichtbaart voor Johannes!
Zo is dus de werkelijkheid: De Zoon van God, de Heere Jezus Christus staat midden tussen Zijn Kerk, op deze wereld. Het is verzichtbaard, wat Hij eens heeft gesproken: „En ziet. Ik ben met ulieden, tot aan het einde der wereld".
Dit geeft aanleiding tot geweldige conclusies. Maar eerst : deze conclusies zullen ons pas vermanen en vertroosten, wanneer we van deze werkelijkheid zelf ook iets weten!
De wereld-zonder-God wéét daar niet van. Daarom gaat de ernst er van volkomen aan haar voorbij! Maar de Kerk weet daar óók vaak zo bitter weinig meer van! Daarom gaat ook haar deze werkelijkheid voorbij!
O, neen, daarvoor behoeft men geen gezicht of openbaring te hebben, zoals Johannes. Maar daarvoor is wèl nodig: levend geloof. Want geloof is de enige schakel, die door de ragdunne wand heendringt van de onzichtbaarheid, die Christus van ons scheidt. Door deze verbinding bemerken, ervaren we Hem.
Zonder deze verbinding gaat Zijn aanwezigheid ons ten enenmale voorbij! En waar is bij velen in de Kerk dat geloof? ?
Dit mag ons niet loslaten, voor ons elk apart niet! Daarin zullen we ons te onderzoeken hebben, nauw te onderzoeken, of we in het geloof zijn. En als we er in zijn, of het vermeerdert, of vermindert en de oorzaken er van. Want hoe groter geloof, hoe sterker deze werkelijkheid! En dan pas kunnen we spreken over vermaning en troost!
De Kerk wordt hier getekend als een kandelaar. En met de vele Hebraïsmen, waarmede Openbaringen aansluit (expresselijk) aan het Oude Testament, is het niet te gewaagd, te denken aan de gouden kandelaar in de tabernakel, beeld van het oude Israël. Haar taak was: licht geven. Zo was ook Israels taak: de heidenwereld te verlichten. Maar de kandelaar heeft geen licht uit zichzelf, ze moest dat krijgen via de olie, door de priester er in gegoten. Zo kon Israël ook alleen maar licht geven, als ze dat licht van God kreeg. Zie, zo staat ook de Kerk des Nieuwen Testaments hier als kandelaar, als een schitterende kroonluchter, naar het Grieks. „Gij zijt het licht der wereld". Wat dit is? Projectie te zijn van het Koninkrijk Gods. Hoe dat kan? Door de Wet van het Koninkrijk Gods, die Christus voor deze bedeling heeft samengesmolten in : „God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelven". Kan ze dat? Ja, niet uit zichzelf. Maar dit licht kan ze ontvangen, omdat Het Licht, Jezus Christus, tussen haar in staat. Die de wijsheid, rechtvaardigheid en Heiligheid zelve is. Als er maar is: de verbinding des geloofs.
Is het dan geen hoogste tijd, dat de Kerk, uitgedoofd als ze is, in haar scheuring, twisting, werelddienst en oppervlakkingheid, vol leringen, die van mensen zijn, zich hevig bemoeit met deze binding des geloofs? En dat is géén taak, die allereerst ter Synodes wordt uitgevochten, maar die begint bij u en mij en bij iedereen persoonlijk. Willen we Kerk worden? Best, dan heeft ieder ernst te maken met de verbinding met Hem, Die tussen ons in staat. En Wiens Licht een oordeel zal betekenen, wanneer het schijnen moet op deze uitgedoofde luchters, onze gedegenereerde adeldom!
Christus tussen ons in. Dat is óok: staande in onze huizen, luisterende naar onze gesprekken, ziende naar onze bedoelingen. Vlak bij ons en overal. Wat is dat een geweldige waarschuwing, om in vreze te wandelen de tijd onzer inwoning! Of we nu jong zijn, of oud. Of het nu in onze dagelijkse arbeid is, of in onze kerkelijke handelingen en gesprekken, overal staat Hij en overal proeft Hij onze geheimste gedachten en bedoelingen!
Maar het is niet alleen dit, het is ook zulk een grote troost, wanneer we met Hem verbonden zijn! Geen zorg, of Hij weet het, geen ziekbed, of Hij staat er bij. Geen rouw, of Hij is er, geen aanvechtingen of geestelijke zorgen, ge kunt Hem altijd benaderen en Zijn hulp en troost inroepen en verwachten. Is dat geen heerlijkheid, als we nergens meer enige hulp of uitkomst kunnen vinden?
Toch zijn al déze dingen nog niet de hoofdzaak. Om die op te sporen, moeten we ons de plaats en bedoeling van het boek der Openbaringen duidelijk maken.
Johannes schrijft in een tijd van vervolging en druk. Nero is geweest en de keizer Domitianus, in wien Nero's wreedheid herleefde en overtroffen werd, regeerde het Romeinse rijk. De Kerk leefde in vervolging en verachting. Werd misbruikt voor de politieke bedoelingen der groten. Zou deze verdrukte Kerk stand kunnen houden? En nu komt Johannes en spreekt van Hem, Die ongezien tussen deze verdrukte Kerk in staat. Als de onzichtbare Meester. Hij, die alles in Zijn handen houdt. Die alle druk gebruikt tot Zijn grote doel, waartoe Hij voortschrijdt: De nieuwe hemel en de nieuwe aarde!! De groten der wereld mogen denken, zelf te schuiven in het schaakspel dezer wereld en daarbij de Kerk gebruiken als een waardeloze pion, die opgeofferd wordt voor een sterke stelling, in werkelijkheid worden ze geschoven en alles zó geleid door Christus' Meesterhand, dat die waardeloze Kerk straks dwars door alles heen, met Hem ingaat in Zijn Koninkrijk. Wat een geweldige ontnuchtering voor deze groten. Wat een geweldige troost voor Zijn gemeente!
En het is deze troost, in de heftigheid van de tegenwoordige wereld, die de Kerk maakt en de wereld breekt! Ook nu gebruiken de machten der wereld de Kerk als een waardeloze pion in hun schaakspel, die beurtelings verschoven en opgeofferd wordt. Het lijkt voor Gods kind zo hevig hopeloos. Maar het is het niet!
Boven dit wereldspel staat de Meester. En Hij gebruikt, al verstaan wij het niet, zorg en ellende, vervolging en druk, verachting en het misprijzend dulden der wereld in Zijn plan en schrijdt er mee voort tot de nieuwe hemel en aarde, waarin; met Hem Zijn gcr meente, dwars door alles heen, zal ingaan!
Geweldige ontnuchtering voor allen, groot en klein, die paradijzen en paradijsjes bouwden op het bloed der gemeente. Om straks voor Zijn troon te staan en dan de werkelijkheid pas te zien! Om er van te schrikken, voor wie nog altijd aan de kant der wereld staat
Maar geweldige troost voor die gesmade en verdrukte gemeente, die nu vaak ten onrechte klaagt: „Zou God dan geheel vergeten ? "
O, welk een bezigheid-in-het-geloof moet er dan zijn voor elk kind des Heeren apart en met allen samen, om in deze werkelijkheid te leven! Hij zij onze enige lust en verwachting! Opdat we het, door alles heen, zingen mogen in deze zware tijd:
„Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen. Door U, door ü alleen, om 't eeuwig welbehagen. Want God is ons ten schild, • in 't strijdperk van dit leven. En onze Koning, is van Isrels God gegeven!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's