De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NOG VLESELIJK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NOG VLESELIJK

7 minuten leestijd

,, Want gij zijt nog vleselijk". 1 Corinthen 3 : 3.

   Als wij ons tezamen een ogenblik zetten tot de overdenking van dit woord van Paulus, of liever (omdat het in de Heilige Schrift staat), van dit woord van God, dan willen wij het op drie verschillende manieren bezien.
   Allereerst willen we het zien als een woord van wijsheid en inzicht. We menen, dat in deze paar woorden „nog vleselijk" een heel stuk te vinden is van een van God gegeven inzicht, dat Paulus bezat. Hij blijkt tegenover elkander te stellen twee krachten, namelijk Geest en vlees. Geest schrijven we met een hoofdletter. Want die kracht, die Paulus ziet als de echte tegenhanger van het vlees is de Geest van God, de Heilige Geest ; dit blijkt op onderscheidene plaatsen in zijn brieven. De Apostel noemt steeds vlees en Geest bij elkaar, als twee tegen elkaar in werkende krachten.
   Dit is, als we 't van dichterbij beschouwen, een voor de mens zeer vernederend inzicht. Want buiten God en Zijn Gee.st is de mens in zichzelf dan vlees ; een wezen waarin werken allerlei tegen God in druisende krachten. En het woordje „vlees" duidt juist aan, dat deze verkeerd arbeidende krachten als aan onze natuur vastgeklonken zitten. Het allen-met- „vlees"-béhept zijn wil twee dingen tegelijk zeggen : we hebben allen een menselijk lichaam, een menselijke natuur, en tegelijk, en daarmede verbonden, een tegen-God-opstaande kracht.
   Met het woord „gij zijt nog vleselijk" aan de Korinthiërs bedoelt Paulus niet, dat ze nooit hadden opengestaan voor de invloed van de Heilige Geest. Maar in bepaalde dingen lieten zij zich weer door het vlees leiden. En daarmee werd hun gedrag in die dingen vanzelf precies gelijk aan dat van mensen, die zich nooit anders dan door het vlees hadden laten regeren.
   En Paulus bedoelt ook niet dat de Korinthiërs mensen zonder enige neiging tot het boze moeten worden. Dat bestaat niet. Ook bij Paulus „begeerde het vlees tegen de Geest". Het is wel waarlijk een diep vernederend feit voor de mens, dat Paulus spreekt van de neiging tot zonde als.aan het menselijk bestaan in de aardse bedeling vastzittende. Een stuk inzicht van de Apostel van sombere aard. Maar in dit inzicht van de Apostel zit tegelijk een diep vertroostend element. Strijdt gij misschien met uw boze neigingen ? Hopelijk is het immers zo, dat u zich er niet rustig bij nederlegt. Want dan legt ge u bij niets minder dan de zonde neder. Maar strijdt ge er mee, en vindt ge ze toch telkens weer, zodat ge er verdrietig onder wordt, en zegt „wordt dit akelige onreine nu nooit anders? " Dan moogt ge weten, dat volgens Paulus' wijsheid vlees en Geest steeds tegenover elkander blijven staan. En dan moogt ge weten, dat Paulus met de vleselijke neiging in hem niet van de Heere wegvlood, maar dat hij er mee tot God kwam, en er mee aan Gods voeten leefde.
   „Ge zijt nog vleselijk" ; dit is ook een woord van ernst, van ernstige waarschuwing. Want wat de Korinthiërs deden was aan het vleselijke zonder mee toegeven, zonder er mee te strijden zich er door laten beheersen. Ze hadden het onderscheid tussen vlees en Geest weer uit het oog laten vallen. O, als wij weten, dat tussen die twee toch een hemelsbreed verschil is, zouden wij dan niet verplicht zijn goed te onderzoeken, wat in onze handelwijze vleselijk is, en wat Geestelijk ? En de toetssteen wordt niet ver van onze hand gelegd. „Gij zult liefhebben de Heere uw God met geheel uw hart en uw naaste als u zelven". Dat dubbele gebod is, als andere Bijbelse waarheden, tegelijk zo eenvoudig en zo wonderdiep. Het vormt een toetssteen, die op alle vormen en uitingen van het leven kan worden toegepast, en waardoor het Geestelijke en het vleselijke kan worden uit elkander gehaald. „Ge zijt nog vleselijk". Waarom past gij, Korinthiërs, de toetssteen, die bij u gelegd is, niet toe ?
   Passen wij de toetssteen toe ? Als de Christelijke godsdienst zulk een fijn en precies onderscheid aangeeft tussen goed en kwaad, dan behoort er ook fijn en nauwkeurig met dat onderscheid gerekend te worden. De kracht, die er van een Christenleven uitgaat is daarmee zo ten nauwste verbonden.
   Laten we dat eens aan een paar voorbeelden uit de practijk navoelen. Hoewel het altijd een teer ding is om over de diepste dingen van mensenlevens te spreken, al is het alleen in fantasie.
   Daar is een man, die van nature begiftigd is met een gevoelige aard, en die door de genade Gods werd bewerkt, zodat die gevoelige natuur met de dingen Gods werkzaam werd. Hij heeft wel eens op een innige wijze met God gesproken, en zijn hart voor de Heere uitgestort met iets van de warmte, die bij zijn aard past. Maar gemoedsbeweging is eenmaal een zaak, die weer wegebt. En als de beweging bij deze man wegebt, dan ebt ook zijn gebed weg. Tot hij zich er weer eens toe aangedaan voelt. En nu zal die man zich misschien zelfs gauw gekrenkt en bezeerd voelen (hij is inderdaad gevoelig van aard), als men iets van zijn geestelijk leven zeggen zou. Maar één ding is zeker : als hij recht bedacht het onderscheid van het Geestelijke en vleselijke, zou hij een schrikkelijke vleselijke traagheid erkennen in dat ongestadig gebed, in het ongeregeld zoeken van de dingen Gods, in dat drijven op gevoel slechts. Ja, in misschien nog meer dingen zou hij het vlees erkennen ; en dat zou zijn levenslijn zo zeer heilzaam kunnen veranderen.
   Een ander man stel ik mij voor. Iemand, die juist opvalt door beslistheid en kracht van wil. Deze man, wiens wil vroeger misschien heel anders gericht was, heeft, door invloed van verschillende soort, leren kiezen voor het Koninkrijk Gods. Het was een hartelijke keuze. Maar het werd een moeilijk Christen. Hij staat bekend om zijn scherp, vaak bepaald vinnig oordeel over andere Christenen, en over z'n predikanten. Vraagt ge hem, of hij een oprechte keus voor de Heere deed, dan zou hij aan de ene kant „ja" kunnen zeggen. Maar waarom onderscheidt hij niet scherper tussen het vleselijke en 't Geestelijke ? Dan zou hij zien, dat die vinnigheid niet te verantwoorden is, en schade rondom hem heen aanricht, en dat, als er een vaste lijn wordt vastgehouden, dat toch ook in liefde moet geschieden.
   „Vleselijk en Geestelijk", groot is de schade in de persoonlijke levens, en de schade voor de voortgang van Gods zaak, doordat deze twee niet met meer ernst uiteen worden gehouden.
   „Ge zijt nog vleselijk" ; het zou tenslotte te noemen zijn een bedroefd woord. Smart van, de Apostel is er zeker aan verbonden. Ach, heeft de verkondiging van het kostelijk Woord van God nu niet méér bij de Korinthiërs uitgewerkt ?
   We hebben geen gelegenheid, om naar aanleiding van deze droefheid, die er bij de Apostel ongetwijfeld was, verder uit te weiden. Gij vindt het misschien ook een voorrecht, het Woord Gods te mogen vernemen in de prediking. Gij vindt het wellicht uitnemend, als er met nadruk wordt gesproken over vlees en Geest. Maar moge het ook zo zijn, dat wij tezamen het met duidelijkheid aanvoelen, dat het een droef en duister feit was toch in Paulus' tijd, en een somber feit is nu, wanneer de Geest Gods geen plek vindt, en als die Geest tegengestaan wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NOG VLESELIJK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's