De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE COMMISSIE VOOR HET DIENSTBOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE COMMISSIE VOOR HET DIENSTBOEK

12 minuten leestijd

II

Kan de Voorbereiding worden gegrond op Gods Woord, de belijdenis en de Vaderen ?

   Laten we dan eens de Heilige Schrift en de belijdenisgeschriften doen spreken. Als Paulus in zijn brief aan de gemeente van Corinthe, waar het Heilig Avondmaal op onwaardige wijze gevierd werd de gemeente daarover bestraft en terechtwijst, dan brengt hij de Corinthiërs onder het oog, dat men zichzelf beproeve en alzo ete van het brood en drinke van de drinkbeker. De kanttekeningen, praktisch als steeds, wijzen er op, dat ieder zijn gemoed en geweten onderzoeke of hij in zijn hart gevoelt een recht leedwezen en droefheid over zijn zonden, alsook een vast geloof en vertrouwen op de verdiensten van Jezus Christus en daarenboven een vast voornemen om de zonden meer en meer af te sterven. Deze zaken zijn onder het gedeelte van het Avondmaalsformulier, dat handelt over het zelfonderzoek nader uitgewerkt. Hierin zien we een bewijs, hoe nauw het formulier van het Avondmaal aan de Heilige Schrift aansluit.
   Het Oude Testament geeft eveneens aanwijzingen, hoe de gemeente op de viering van het Heilig Avondmaal moet voorbereid worden. We behoeven dan slechts een parallel te trekken tussen 't Heilig Avondmaal en het Pascha. Volgens bevel des Heeren moest het Paaslam vier dagen te voren afgezonderd en in huis in bewaring gehouden worden. Gedurende deze dagen had men gelegenheid en aanleiding te over om de betekenis van dit plaatsvervangende zoenoffer van het Paaslam te overpeinzen en de genadige verschoning ter wille van het geslachte lam op te merken. Terwijl geheel Egypte door de Heere in de tiende plaag op vreselijke wijze werd bezocht, werd Israël ge- spaard. En dat, terwijl Israël om zijn zonde eveneens de dood verdiend had. Bij de nade-ring van het Pascha werd Israël genoopt om ootmoedig zijn zonde te overdenken en er bij stil te staan, dat het ook des doods schuldig was, doch dat er alleen door de genadige verschoning des Heeren een voorbijgang was in het algemeen oordeel Gods over de zonde. Dezelfde overpeinzingen moeten ons bezig houden bij de nadering van het Heilig Avondmaal. De Heere bereidde onder het Oude Verbond de gezinnen voor op de viering van het Pascha. Evenmin kan voor een gezegende viering van het Heilig Avondmaal een gepaste voorbereiding ontbeerd worden.
   Zowel het Pascha als het Heilig Avondmaal zijn ogenblikken van bijzondere ontmoetingen tussen God en Zijn volk. Als Koning Josia de godsdienst in Israël herstelt, lezen we dan ook, dat hij aan het volk bevel geeft om zich te heiligen. De Jood had bij de nadering van het Pascha zorg te dragen, dat de zuurdesem, die een beeld is van het bederf dér zonde uit zijn woning was verwijderd. Israël kende geen Pascha zonder voorbereiding op de ontmoeting met zijn God. En zou dan de gemeente van het Nieuwe Verbond zonder voorbereiding tot zijn Heere naderen in het Heilig Avondmaal ? Daarom stelle het dienstboek de voorbereiding als eis.
   Ook onze Nederlandse geloofsbelijdenis art. XXXV brengt onder het oog, dat niemand zich tot het Heilig Avondmaal zal begeven zonder zichzelf eerst wel beproefd te hebben. Wanneer we nu de Redelijke Godsdienst van Brakel er op naslaan in zijn verhandeling over de praktijk van het Heilig Avondmaal dan lezen we daarin, dat ieder gelovige omtrent de tijd van het Heilig Avondmaal bijzonder op zijn hoede moet zijn, dat hij dit sacrament tot zijn nut gebruike. Hiertoe is dan nodig : een goede voorbereiding, betrachting en nabetrachting. Hij legt de nadruk op de grote noodzakelijkheid van de voorbereiding, wijl de gelovigen nog de oude Adam en aardsgezindheid in zich hebben, waardoor ze zich onbekwaam bevinden, als er iets bijzonders verricht moet worden. Geestelijke dingen moeten geestelijk verricht worden. Er wordt op gewezen, dat de Heere onder het Oude Verbond telkens, wanneer Hij tot het volk op buitengewone wijze naderde, beval, dat men zich heiligen zou. Het zal ook de ervaring zijn, dat men meer zegen zal ontvangen, als men zich tevoren heeft voorbereid. Aldus gaat Brakel voort om te betuigen, dat er voorbereiding nodig is voor de viering van het Heilig Avondmaal. Tenslotte beveelt hij zelfs een vasten bededag aan. Brakel laat het niet bij een aankondiging van het Heilig Avondmaal, maar hij stelt de noodzakelijkheid van een voorbereiding en dringt er op aan, dat deze met alle ernst geschiede. Op deze wijze voorbereid zal de viering van het Heilig Avondmaal ook zijn grootste zegen vermogen te geven.
   Om al deze redenen wijke men niet af van de oude paden, die bewandeld zijn vanaf de Reformatie en beproefd en goed zijn gebleken in het kerkelijke en geestelijke leven. Men late aan de viering van het Heilig Avondmaal een voorbereidingspredikatie voofafgaan. Dat zal predikant en gemeente nopen zich te verdiepen in de dingen van het Heilig Avondmaal. Dat zal de prediking ten goede komen en de gemeente zal er zegen door ontvangen. Zo zal het Heilig Avondmaal met hoger ernst gevierd worden. Bij de voorbereiding kan dan ook de noodzakelijke leiding voor de zelfbeproeving-gegeven worden en een opwekking voor het geestelijke leven der gemeente. Zonder voorbereiding schiet de dienst des Woords te kort. Dan zal ook het Heilig Avondmaal niet tot zijn recht komen. Aan de zielen wordt de rijke zegen, die bij de viering van het Heilig Avondmaal geschonken kan worden voor een deel ontroofd. De voorbereiding moet de zielen doen hongeren naar het brood des levens en doen dorsten naar de beker der verlossingen.
Wanneer nu het dienstboek definitief zal worden vastgesteld, stelle men de voorbereiding niet facultatief. Zowel voor predikant als voor gemeente is ze niet slechts gewenst, maar beslist noodzakelijk, opdat des Heeren Avondmaal met zegen gevierd worde. Het al of niet houden van een voorbereidingspredikatie moet niet worden gelegd in de beslissing van de Kerkeraad. Men passe zich in dezen niet aan bij de verslapping, maar kere terug tot de kerkelijke praktijk uit de tijd der Reformatie. Dat zal het geestelijke leven ten goede komen.

Lezing van het eerste deel van het formulier hij de voorbereiding.

   Het dienstboek in ontwerp laat het aan de vrije beslissing der gemeenten over om het eerste gedeelte van het formulier, n.l. tot aan de „Gedachtenis van 's Heeren lijden" reeds in de voorbereidingsdienst te lezen. Dit gebruik treft men al in verscheidene gemeenten aan. Zonder twijfel is er een en ander, dat voor deze gewoonte pleit.
   Het formulier voor het Heilig Avondmaal is lang. Om dit tot het einde toe met gespannen aandacht te volgen vergt voor sommigen wat veel van de geestelijke inspanning. En dit formulier is van zulk een hoge ernst, diepe onderwijzing en inzicht in het lijden en sterven van Christus en de vrucht daarvan voor de gelovigen, dat elk gedeelte met volle aandacht behoort gelezen en betracht te worden. Bovendien leert dit eerste gedeelte op grond van zijn inhoud zich er uitnemend toe om in een voorbereidingsdienst te worden gelezen. Het wijst op de inzetting door Christus; dringt aan op zelfonderzoek en waarachtige beproeving, wijst op de genade van God voor allen, die de drie stukken van de waarachtige beproeving beleven en wijst de onboetvaardigen terug. In dit gedeelte van het formulier heeft degene, die zich tot het Heilig Avondmaal wil begeven een zuivere toetssteen. Het is ernstig en teder tegelijk. Wie dit formulier met aandacht leest komt telkens weer onder de machtige indruk van het diepe geestelijke leven onzer vaderen, die in staat bleken zulke schone formulieren te ontwerpen. Dit formulier heeft kerkelijke sanctie en naast Gods Woord kan men geen betere maatstaf aanleggen dan dit, wanneer men zich zelf gaat onderzoeken of men een waardig medegenoot van de tafel van de Heere Jezus Christus mag zijn. Ook de voorbereidingspredikatie moet een ouwekking en toetssteen zijn voor de gemeente bij de nadering van de viering van het Heilig Avondmaal. Nu zal niemand ontkennen, dat iedere prediking een persoonlijke inslag heeft. De prediker legt ook in de voorbereidingsprediking een eigen opvatting omtrent de waardige Avondmaalganger neer, hoe getrouw hij zich ook moge aansluiten aan de Heilige Schrift. Enerzijds nodigt en bemoedigt hij, aan de andere zijde zal hij ook afmanen. Nu zal ieder prediker bij de voorbereiding gevoelen, dat het een zeer teder werk is om de grenzen te trekken, om de ene aan te moedigen en de andere af te manen. Nimmer zal de prediker zijn verantwoordelijkheid tegenover de zielen ook zwaarder op zich voelen drukken dan bij het overdenken van zijn voorbereidingspredikatie. De invloed van een jarenlange prediking op de gemeente in een eenzijdige geest blijkt duidelijk vooral ook in het aantal Avondmaalgangers. Teneinde nu een gemeente te beter te doordringen met een opvatting aangaande de Avondmaalsviering in de geest van ons klassieke formulier is het aan te bevelen eens te overwegen of men het eerste gedeelte van dit formulier niet reeds in de voorbereidingsdienst zal lezen.
   Gemeenten, die reeds zijn overgegaan tot de gewoonte om het eerste gedeelte van het formulier bij een voorbereidingsdienst te lezen, deden dit meestal uit de praktische overweging, dat het Avondmaalsformulier wel erg lang is, als er vele tafels zijn. In grote gemeenten wordt dit wel eens een bezwaar. De Avondmaalsdienst wordt dan bekort door de lezing van het eerste gedeelte van het formulier te verschuiven naar de voorbereidingsdienst.
   In sommige provinciën, vooral in het Noorden des lands had of heeft men wel de gewoonte om bij de voorbereiding aan de gemeente de voorbereidingsvragen voor te lezen voor het uitspreken van de zegen en degenen, die het voornemen hebben om aan het Avondmaal deel te nemen antwoorden daarop met : ja. Sporadisch trof men dit gebruik ook wel aan in gemeenten in het centrum van ons land. Het.schijnt evenwel niet in te burgeren. Het dienstboek laat het in de vrijheid der gemeenten om deze vragen te gebruiken, zo men verkiest ook zonder beantwoording en dan ter biddende overweging aan de gemeente mede te geven.

Prediking, liederen en gebeden in de orde van dienst voor H. Avondmaal.

   Het dienstboek laat het ook aan de beslissing der Kerkeraden of predikanten over of er bij de Avondmaalsdienst ook nog een preek gehouden zal worden. Nu zal er wel geen enkele gemeente zijn, waar men aan de Avondmaalsviering een volledige preek doet voorafgaan. Dat zou te veel tijd en aandacht vragen. Maar een woord tot de gemeente, waarin kort en bondig op de heerlijke betekenis van dit sacrament gewezen wordt is toch zeker op zijn plaats. Men late nog een uitnodiging in naam van Christus tot de gemeente uitgaan. Men hoede zich voor herhaling van de voorbereiding. In deze dienst worde de aandacht der gemeente alleen gericht op Christus en Zijn gebroken lichaam en Zijn vergoten bloed en de troost, die daarin voor Zijn gelovigen is gelegen. Zou men de prediking geheel achterwege laten dan zou dit gevoeld worden als een leemte in de samenkomsten der gemeente rondom het Woord en het Sacrament.
   Uit dit facultatief stellen van de prediking volgt waarschijnlijk ook, dat men aan het begin van deze dienst geen gebed heeft opgenomen. Men stelt slechts een gebed om de verlichting met de Heilige Geest voor, terwijl men achter het Avondmaalsgebed allerlei voorbeden heeft ingelast. Dit inschuiven van allerlei voorbeden leidt de aandacht af van het Sacrament en verbreekt de eenheid van het formulier en van de viering van het Heilig Avondmaal. Daarom verdient het aanbeveling om dit ingelaste gebed uit te liohten en het een plaats te geven aan het begin van de dienst. Het is vrijwel overal gebruik geworden om het zogenaamde lange gebed voor de prediking te doen plaats hebben en het dankgebed dan te doen aansluiten bij de inhoud van de prediking. Zo verkrijgt men ook een goed verlopend geheel en zal de gemeente het gemakkelijkst de dienst kunnen volgen. Het lange nagebed heeft in onze diensten niet kunnen inburgeren.
   Het moet eveneens als verbreking van de eenheid en afleiding van gedachten worden beschouwd, als men telkens zou afbreken bij de lezing van het formulier om een lied te zingen. De verschillende delen van het formulier sluiten nauw bij elkander aan. Een volgend deel vloeit vanzelf uit het voorgaande voort. Als het formulier nu maar niet gehaast, doch met nadruk gelezen wordt zal de aandacht der gemeente vastgehouden worden. Zo doende zal men de gemeente het best voorbereiden tot een viering van het Heilig Avondmaal, die zegen mededeelt.
   De orde van dienst voor de viering van het Heilig Avondmaal biedt evenals andere orden formuliergebeden. Onze vaderen hebben ze eveneens aangeboden aan de Kerk om te gebruiken bij allerlei gelegenheden. Dat wil evenwel niet zeggen, dat ze de voorkeur gaven aan het formuliergebed. Integendeel, ze prefereerden uit reactie tegen Rome het vrije gebed. De Synoden lieten de predikanten aanvankelijk vrij in het gebruik der formuliergebeden. Later hebben de Synoden zich meer voor binding uitgesproken. De praktijk in het kerkelijke leven is geworden, dat formuliergebeden slechts worden gebruikt in de formulieren. Ze strekken ons tot een voorbeeld en dat zijn ze meer dan waard ; want ze zijn ons gegeven door bekwame en godvruchtige mannen. Ze mogen ook bij de schat der Kerk geteld worden en een predikant zal goed doen door deze gebeden telkens weer te lezen en zich te verdiepen in de geest dier gebeden. Dat zal tot vrucht hebben, dat het eigen gebed gaat winnen aan diepte en orde. En zo zouden de gebeden ons aangeboden in het nieuwe dienstboek ons als een voorbeeld aangemerkt kunnen worden. Het is gans niet overbodig, dat er ook voorbereiding is voor het gebed in het openbaar. Formuliergebeden kunnen ons daarbij goede diensten bewijzen. Dan is het natuurlijk geenszins de bedoeling, dat de woorden dier gebeden overgenomen worden, maar dat men de geest, waaruit deze gebeden geboren zijn doet inwerken op eigen geest. Dat zal het eigen gebedsleven kunnen verrijken. En het zal de gemeente ten nutte komen. Ook de prediker zal menigmaal gelijk de discipelen de verzuchting slaken : Heere, leer ons bidden. Door zich te verdiepen in de gebeden der psalmdichters, de gebeden van Christus en van godvruchtige mannen zal de geest der gebeden in ons opwaken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE COMMISSIE VOOR HET DIENSTBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's