GOEDE BOODSCHAP; VREEMDE BOODSCHAPPERS
Toen zeiden zij de een tot de ander : Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap en wij zwijgen stil. Indien wij vertoeven tot de lichte morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden ; daarom nu, komt laat ons gaan en dit aan het huis des Konings boodschappen. (2 Koningen 7:9).
Samaria is belegerd door Benhadad, de koning van Syrië. Het beleg heeft ontzettende gevolgen voor de bewoners van de stad, waaronder ook Eliza, de profeet. De honger werd schrikbarend, zodat moeders zelfs hun eigen kinderen opaten. En intussen is er een koning van Israël en Samaria, die al deze nameloze ellende wijt aan de Profeet en verklaart onder ede een kind des doods te zijn. Dat geeft ons een blik niet alleen op de lichamelijke, maar ook de geestelijke ellende van die dagen.
En toch vergeet de Heere Samaria niet. Er zal verlossing komen. En wel op korte termijn.
Morgen, zo sprak de profeet, zal er in plaats van dodelijk gebrek gezegende overvloed zijn ; ]iieelbloem en gerst zullen voor een luttel bedrag te koop zijn.
Deze wondere proclamatie vindt niet dan spot bij des konings hoofdman en zal in de stad grotendeels niet anders dan met twijfel en ongeloof ontvangen zijn.
Maar het zal blijken dat ook nu het profetisch woord vast en zeker is. Wijl het Gods Raad verklaart en de wondere daad Gods aankondigt. Samaria zal worden bevrijd en ontzet door de Heere alleen, voor Wien geen ding onmogelijk is.
Diezelfde nacht is het grote leger der Syriërs in de grootste wanorde gevlucht alleen maar op het horen van een geluid van wagens en een geluid van paarden, het geluid ener grote heirkracht.
Hoe sterk de vijand ook moge schijnen, een enkele wenk des Heeren drijft hem op de vlucht. Zo vergaat het alle vijanden van God en Zijn volk. Zij zullen vlieden en Gods kerk zal worden verlost en bevrijd.
Dit kan en vermag alleen de God Israels, die groot is in ontferming en rijk in genadebetoon.
En als de gehele stad in die nacht nog van kommer en honger is vervuld, is de redding en uitredding reeds een feit geworden.
Hoe dikwijls bevestigt de Heere dit in het leven der Zijnen. Terwijl zij nog zuchten en de dood hen voor ogen staat, is de volkomen verlossing reeds teweeggebracht. Wij komen altijd achter de feiten, ook de heilsfeiten aan. De Heere waakt en toeft niet totdat wij rijp zouden zijn voor de ontvangst van de verlossing, maar omgekeerd, maakt al de Zijnen door de ontvangen verlossing rijp tot de volle belijdenis : Gij alleen hebt het gedaan buiten mij om, voor mij uit, goed en volkomen.
God behoudt de volkomen verlossing alleen Zichzelf voor en geeft ook in dit opzicht geen rekenschap van Zijn daden. Hij doet het op goddelijke wijze naar Zijn alvermogen en ter verheerlijking van Zijn Naam.
Nu zijn er vier ongelukkigen, die niet alleen honger lijden maar ook nog melaats zijn, die op ongedachte wijze met deze wondere verlossing in aanraking worden gebracht.
Zij besloten ten einde raad zich maar naar • het kamp der vijanden te begeven en berekenen bij zichzelf, dat het er weinig toe doet, waar zij sterven en zo hopen zij — het is een strohalm — misschen geeft de vijand ons, ongelukkige stakkerds, nog te eten.
Hoe diep-ongelukkig zijn deze stumperds. En hoever zijn zij van de levende God afgedwaald, dat zij in hun binnenste hopen uitkomst te verkrijgen door de vijand van God en Zijn volk.
Lopen er niet velen zo rond, die eerder hulp verwachten van buiten dan van Boven ?
Hoe het ook zij, de melaatsen gaan hun eigen weg — de weg des doods — en zij komen op de weg des levens.
Hoe wonderlijk en wijs zijn des Heeren wegen. Deze ongelukkigen, die met het leven bij zichzelf hebben afgerekend, vinden het leven en levensovervloed.
God zet nooit 'n karige maaltijd voor ; Hij bedeelt en bedient ruim.
In de donkere nacht ontwaren deze, zonder dat zij het weten, door God gezondenen een tafereel, dat hun stoutste verbeelding te boven gaat.
De vijand heeft blijkbaar hals over kop en in de grootste verwarring van alles en allerlei achtergelaten.
Zij — de melaatsen — kunnen het niet op en aan. Gretig graaien zij in de overvloedige buit en doen zich aan alle kanten te goed.
Alleen maar denkend en handelend voor zichzelf. Zelfs de ongedachte en onverwachte verlossing kan niet verhinderen, dat zij alleen en voorshands alleen maar aan hun eigen verzadiging en verrijking denken.
Zou dat niet meermalen in het leven van Gods kinderen voorkomen ? Zich te goed te doen aan de verkregen verlossing en daarom nalaten er van te spreken en te getuigen ?
Totdat er een moment aanbreekt, dat het hun te machtig wordt. Zij worden getroffen in hun geweten en spreken elkaar toe, voor elkaar hun doen veroordelend : „Wij doen niet recht, deze dag is een dag van goede boodschap en wij zwijgen stil".
Wanneer de genade doorwerkt, ontwaakt de ijver en de liefde om te spreken van Gods wondere uitredding.
Zij kunnen en mogen nu de lichtende morgen niet afwachten ; zij gingen met haaste uit om het goede te boodschappen.
Eerst in de verwerping van alle eigen baat ook in de verkregen verlossing leert de liefde Gods mededeelzaamheid.
Zo gaan deze vreemde boodschappers uit als boden Gods van een onbegrijpelijke verlossing en uitredding.
Er zijn nog al wat keurmeesters over de goddelijke boodschappers. Het lijkt soms wel of de boodschappers gewichtiger zijn dan de boodschap.
Het heeft Gode behaagd toen van ongelukkige melaatsen zich te bedienen opdat des Konings huis uit hun mond zou horen en aannemen, wat God in Zijn ongehoudene goedheid en vrije genade had vervuld.
Mochten al de predikers maar in de ogen en harten der hoorders zijn of worden als deze melaatsen — onrein in zichzelf — om zich misschien te ergeren aan zulke boodschappers en tevens om zich te Verblijden in zulk een goede boodschap.
Nog altijd blijven de verkondigers aarden vaten, die straks stuk gestoten worden ; de boodschap wordt er zeker niet minder door. Ook in de bediening des Woords is de Heere vrij en almachtig.
Hij is wonderlijk van raad en groot van daad.
Zo komt, niet zonder moeite, het wonderlijk bericht van de verlossing door deze vreemde boodschappers in het huis des Konings.
Maar hoe vreemd zij ook schijnen — het zijn echte boodschappers ; zij brengen over wat zij gehoord en gezien hebben.
Hier denken we onmiddellijk aan het apostolisch : hetgeen we gehoord en gezien hebben en onze handen getast van het Woord des levens, dat verkondigen wij u.
De heilsboodschap draagt het kenmerk van waarachtigheid in zichzelf. Wie met deze boodschappers de goede boodschap Gods mag overbrengen, is gezegend en ten zegen.
Toch vindt deze boodschap in het huis des Konings geen geloof.
Daar verstaat men de taal des hemels niet en is in zijn aards-gezindheid alleen vol van wat op deze aarde gebruikelijk is.
De in zijn ogen wijze vorst veronderstelt een krijgslist. En op advies van een zijner knechten wordt 'n speurtocht ondernomen.
De boodschap wordt niet geloofd ; de boodschappers deugen niet. Zo tast men in 't duister, totdat de volle waarheid en werkelijkheid andermaal aan het licht treedt.
Alle twijfel en ongeloof kan.de onomstotelijke waarheid en werkelijkheid der goddelijke verlossing niet te niet maken.
Ook de door de Koning uitgezonden speurders kunnen niet anders dan de goede boodschap der melaatsen bevestigen en onderstrepen.
Er is geen vijand meer te vinden, tot de Jordaan toe ; en overal is de buit voor het grijpen.
De waarheid van goddelijke verlossing kan alleen op goddelijke wijs een hongerend volk verzadigen. Wat de vijand voor zichzelf had gereserveerd, komt het gehate en vervolgde volk ten goede..
De wegen Gods zijn onnaspeurlijk ; de waarheid van het goddelijke verlossingsplan . ligt nu open. Er is niet alleen stilling van de honger, maar tegelijkertijd een duidelijke onderwijzing, dat God na bang geklag het licht van de verlossende morgen doet opgaan.
Wie zal Gods wijs beleid doorgronden ?
De ware kerk zal, als voorheen, nog altoos op het onverwachts worden uitgered en gezegend, omdat de dag van goede boodschap een jaar van het welbehagen des Heeren aankondigt ; al ontbreekt daarbij de dag der wrake niet, gelijk de spottende hoofdman ondervond, die vertreden werd in de poort, waar het volk spijs ontving.
Is er ook in uw leven een dag van goede boodschap aangebroken, om met vreugde de weg der verlossing der bedrukten en benauwden aan te kondigen en aan te prijzen ?
Dat rechte verkondigen vertrouwt God toe aan in zichzelf onreine boodschappers, opdat de volkomen reinheid en rechtheid van Gods doen in de door Hem gezonden Rechtvaardige naar alle kanten gezegende vrucht zal dragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's