De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

6 minuten leestijd

XIV. OP HUISBEZOEK

„Een ouderling gaat mee".
Dit opschrift, dat een tijd lang spraakgebruik verkreeg, is eigenlijk foutief.
   Zó dominocratisch en zo onkerkelijk zijn wij al geworden, dat wij dominees zeggen : „Ik ga op huisbezoek en een ouderling gaat met mij mee !"
   Of : Ik ga op huisbezoek en een ouderling gaat niet met mij mee !"
   Weten wij dan niet meer, dat dit eigenlijk tegen alle Kerkorde naar de Schrift indruist ? Niet de ouderling gaat met de predikant mee, maar de predikant gaat met de ouderling mee, als hij tenminste meegaat.
   Dat klinkt velen als een grap in de oren en dat is het toch absoluut niet.
   Doet domine op eigen houtje huisbezoek ? Dat is het meestal in de practijk geworden ; maar daarom is het nog niet juist. Domine doet niets op eigen houtje. Het huisbezoek gaat uit van de Kerkeraad, dus van de Kerk, bij monde harer dienaren ; in dit geval : de ouderlingen.
   Zó was het schriftuurlijk en naar de Gereformeerde Kerkorde. Zó moest het nog altijd zijn.
   Ik verwijs eenvoudig naar het Formulier ter bevestiging van ouderlingen en waar gezegd wordt, dat in de Apostolische Kerk twee soorten van ouderlingen zijn geweest, waarvan de eersten hebben gearbeid in het woord en de leer en de anderen niet.
   De eersten waren de Dienaars des Woords en de Herders, die het Evangelie verkondig­ den en de Sacramenten bedienden. De anderen echter arbeidden niet in het woord ; preekten dus niet, maar hadden opzicht over de Kerk en regeerden haar met de Dienaren des Woords. Naast hen, opdat tirannie en heerschappij ; wij zouden zeggen : baasspelerij van een enkele, voorkomen zou worden.
   De ouderlingen hebben toe te zien op de Gemeente of een iegelijk zich behoorlijk gedraagt in belijdenis en wandel, met al wat daaraan verbonden is.
   Hierin ligt dus duidelijk hun huisbezoek begrepen als het eerste stuk van het ambt. Domine mag meegaan ; zeker ! Zij regeren en houden samen toezicht. Het is ongewenst, dat een predikant het huisbezoek totaal uit handen geve. Zal hij goed en practisch blijven preken, dan moet hij mee beluisteren de harteklop der Gemeente. Maar vooral de ouderlingen leggen hierin hun kracht. Dan volgt hieruit ook, dat het jaren lang ouderling blijven ook verkeerd is. De Kerk mag niet lijden onder de ouderdom harer Dienaren.
   Wij zien toch wel even vreemd op, wanneer wij er ons aldus op bezinnen hoe het oorspronkelijk was en hoe het in de toekomst weer worden moet.
   Eer dat dit Kerkelijk besef aan de leden weer bijgebracht is ! Intussen moet de weg daarheen toch worden ingeslagen.
   Wij kunnen er nu ook wel over spreken, onder welk „hoofd" het Huisbezoek gerangschikt moet worden, onder het hoofd : „tucht" of onder het hoofd „getuigenis".
   Als gereformeerd voelende mensen zeggen wij dan direct : onder het hoofd : „tucht". Maar als de toestand der Kerk eens zó was, dat het huisbezoek voorlopig toch nog onder het stuk „getuigenis" moest vallen ? Althans grotendeels ? Want het moge waar zijn, wat wij lezen in Bavincks Dogmatiek : „de leraars zaaien het woord, de ouderlingen zoeken de vrucht". En zoals dat wel aldus wordt vertolkt : „Het gaat om de reactie op de christelijke boodschap te controleren in het midden van de christelijke societas". Heel mooi gezegd zelfs. Zeer zeker behoort dit onder het hoofd „tucht". De ouderlingen stellen dan een onderzoek in aangaande de geestelijke welstand der Gemeenteleden, die getrouw opgaan onder het Woord ; of zij er iets van meenamen. Of zij ook in ware zielsbehoefte aanzaten aan des Heeren Tafel.

Maar.... hoe moet het huisbezoek dan plaats hebben in gezinnen, die nog wel bij de Kerk behoren, maar toch van haar vervreemd zijn ? Practisch moet daar toch eerst weer evangeliserend worden begonnen. Van het zoeken van de vrucht der prediking kan daar geen sprake zijn.
    Hier ware het wel nodig, dat de ouderlingen of wie ook op bezoek komen, een klaar getuigenis deden horen.
   Zo zijn er gouden regelen, die vooral in de grote steden, voorlopig nog weinig kunnen worden toegepast. Of men moest het aan de ouderlingen overlaten, alleen de kerkgaande •en uitwendig meelevende leden te bezoeken. Voor de van de Kerk vervreemden moeten •dan andere wegen worden ingeslagen.
   Er zijn ook nog wel enkele kleinere punten van belang in het meegaan van een ouderling. Zo o.a. „de geregelde afspraak".
   Wij weten allen wel, hoe dat nog al eens pleegt toe te gaan, wanneer domine alleen op stap zal gaan. Juist wordt er gebeld. Er komt bezoek. Een collega, die sinds lang niet verscheen, daagt plotseling op. Men wil toch niet het huisbe­ gaarne oncollegiaal zijn en.... zoek gaat niet door.
   Was nu even tevoren juist de broeder ouderling gekomen, om u af te halen, dan kunt gij hem toch niet wegsturen. Zijn stilzwijgende aanwezigheid is een aanmaning, dat plicht gaat vóór genoegen.
   Dan is er nog iets : het gebeurt wel eens op huisbezoek, dat er zich verschil van mening openbaart. Woorden, daar gesproken, worden later wel eens verkeerd weergegeven of uitgelegd. Zelf weet men ook altijd niet precies meer, wat gezegd is. De ouderling was evenwel getuige van alles en dat kan van veel nut zijn.
   Daarom ook blijf ik voor de ouderwetse wijze van bezoeken en het is jammer genoeg, dat er in de stad zoveel dingen zijn, die de gezamenlijke gang van domine en ouderling meestal onmogelijk maken. Ik acht het zeker geen vooruitgang of verlichting, wanneer de stad sinds lang van dat dubbel bezoek werd ontslagen.
   Christus zond Zijne discipelen ook twee aan twee.
   Wanneer ouderlingen op bezoek gaan zonder de predikant, dan is samengaiig van twee evenzeer gewenst. Want met alle respect voor de broeders, maar zij halen wel eens dingen op, die niet aan de orde zijn (dominees trouwens ook wel).
   Ook een ouderling heeft zich van tevoren in te stellen op zijn arbeid ; inzonderheid op het werk van huisbezoek. Men kome in de huisgezinnen met een vastgesteld doel. Want valt men zo lukraak binnen, terwijl men nog niet de flauwste notie heeft van wat men zeg gen zal, dan pleegt het nog al eens mis te lopen.
   't Is waar : men kan en moet wel iets aan de omstandigheden overlaten, maar toch niet alles. Men moet vooral oppassen voor het afwerken van zijn eigen liefhebberijtjes. Men ijvere niet voor partijen ; voor bepaalde predikanten ; voor bepaalde scholen. Beginselquesties liggen altijd wel dieper. Wat nog niet aan de orde is, roert men, als het niet strikt nodig is, ook niet aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's