De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEZWAREN EN BEZWAREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEZWAREN EN BEZWAREN

5 minuten leestijd

   Naar aanleiding van de uitspraak van het Haagse gerechtshof aangaande de ingebrachte bezwaren „tegen de invoering van de kerkorde" maakt ds. L. enige opmerkingen, in de Herv. Kerk d.d. 10 Nov. j.l., welke om verschillende redenen opheldering verdienen. Hij bepaalt zich daarbij, zoals de aangehaalde woorden te kennen geven, bij de bezwaren tegen de invoering. Deze betroffen in de eerste plaats de procedure van invoering in verband met het bepaalde in art. 62 Alg. Regl., zoals men weet, een bezwaar, dat door de classis Bommel reeds eerder was naar voren gebracht.
   Wat ons in het artikel treft, is de argeloze onderstelling, dat de uitspraak van de rechter, tengevolge zou hebben, dat ds. L. in de kerkelijke pers „verandering van gezindheid" zou kunnen bespeuren, n.l. in die zin, dat bezwaarden zich zouden hebben vergist en dat dit „consekwenties" zou hebben „ten aanzien van de weg, die thans zal moeten worden bewandeld".
   Wij willen naar aanleiding hiervan op twee dingen wijzen. Ie. Hoe men ook denkt over het feit, dat deze zaak aan het oordeel van de burgerlijke rechter werd onderworpen, d.w.z. of men dit goed keurt of afkeurt, of men dat in het algemeen of in bijzondere gevallen geoorloofd acht zich op de burgerlijke rechter te beroepen of niet, men moet onderscheid maken tussen bezwaren en bezwaren. Het bezwaar tegen de invoeringsprocedure naar aanleiding van art. 62, is van geheel andere aan! dan de principiële bezwaren, welke een dogmatisch en gereformeerd-kerkrechtelijk karakter dragen.
   2e. Een uitspraak van de burgerlijke rechter omtrent de wettigheid der invoering van de kerkorde is van formele aard en kan op zich zelf genomen niet tot de consequentie voeren, dat men in de kerk zijn dogmatische en kerkrechtelijke bezwaren tegen inhoud eii strekking der kerkorde zou moeten opgeven.
   Om onaangenaam geschrijf te voorkomen, laten wij achterwege nader in te gaan op de achtergrond, welke zich in zulke teleurgestelde verwachtingen verraadt.
   Op één vraag willen wij echter nog de aandacht vestigen. „Moeten wij uit het proces", zo vraagt hij, „dat werd gevoerd, de conclusie trekken, dat er groepen in de Hervormde Kerk zijn, die alleen maar zich zelf willen blijven, omdat zij van en voor de Hervormde Kerk als geheel niets goeds meer verwachten ? "
   Wij dragen geen verantwoordelijkheid voor andere groepen, die zich deze vraag kunnen aantrekken, maar, dat de mannen van gereformeerde overtuiging naar de belijdenis, hier ook worden aangesproken is duidelijk en daar­ op mogen wij een wederwoord niet schuldig blijven.
   Welke conclusie de heer L. zou willen getrokken zien is niet onduidelijk, maar op welk recht hij dat zou willen bepleiten is niet zo duidelijk.
   Wat bedoelt hij b.v. met „de Hervormde Kerk als geheel", waarvan en waarvoor wij geen verwachting zouden hebben ?
   Dat is klaarblijkelijk „de Hervormde Kerk als geheel" volgens hèt patroon van de schrijver, , een Hervormde Kerk als geheel, waarin vrijzinnigheid en Barthianisme als modaliteiten van de gereformeerde religie worden gewaardeerd niet slechts naast degenen, die vasthouden aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis als confessie van persoonlijk en kerkelijk geloof, maar als de meer voortreffelijke, wijl gemoderniseerde vormen van gereformeerdheid.
   De Hervormde Kerk als geheel, waarover de schrijver spreekt, is niet de historische werkelijkheid van die naam met haar antikerkelijke tegenstellingen, maar een idealisering van die werkelijkheid in de harmonie ener hogere eenheid van kerkelijk liberalisme, dat zich wil uitleven ten koste van het meest fundamentele stuk van het kerkelijk geloof, zijnde de belijdenis van het goddelijk gezag der Heilige Schrift.
   Van zulk een Hervormde Kerk als geheel, verwachten wij, naar de mens gesproken, niets, en daarvan kan niemand iets verwachten, die voor de Heilige Schrift als Gods Woord met de apostelen en deigemeente der eeuwen heeft leren buigen.
   Zulk een Hervormde Kerk ondermijnt het fundament der apgitelen en profeten, waarop alleen de kerk kan worden gebouwd. Hoe kan iemand van zulk een kerk verwachting hebben?
   Voor de schrijver schijnt het ganse kerkelijke vraagstuk op te gaan in een wijziging van de verhouding van de richtingen en in die van kerkeraad en kerkvoogdij.
   Zeker, wij zijn ook van oordeel, dat de verhouding der richtingen moet veranderen, en wel zó, dat alle leden der kerk zich voor hun geloofsleven hebben te oriënteren aan de kerkelijke belijdenis, onder beroep op de Heilige Schrift. Het is ook waar, dat de verhouding van kerkeraad en kerkvoogdij wel eens te wensen overlaat, maar de haar toekomende erkenning als zelfstandige openbaring van het lichaam van Christus is voor de plaatselijke kerk van meer gewicht, zowel geestelijk, als wat de kerkelijke goederen aangaat.
   En dan tenslotte de vraag: „Ziet men geen taak voor de Hervormde Kerk in het maatschappelijke en culturele leven? "
   Het is welhaast moeilijk, deze vraag ernstig te nemen.
   Hoe echter zal de Hervormde Kerk haar taak vervullen, als zij de gehoorzaamheid niet brengt, welke Christus van haar vordert, en Zijn Evangelie tracht aan te passen aan leringen en inzettingen van mensen?
   Wij wensen voor niemand onder te doen in het zoeken van die dingen, welke bevorderlijk kunnen zijn aan het geestelijk en stoffelijk welzijn der Hervormde Kerk. Klaarblijkelijk kan ds. L. dat niet waarderen.
   Het is echter wel duidelijk, dat ds. L. gans andere voorstellingen huldigt omtrent de voorwaarden van een gezond kerkelijk leven, dan welke naar onze overtuiging rnet de aard en het wezen der kerk overeenkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BEZWAREN EN BEZWAREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's