ONDERWIJS
DE MIDDELEEUWEN 500-1500
Voordat het Christendom in ons land zijn zegenrijke loop begon, was hier geen sprake van schoolonderwijs en naar algemeen aangenomen wordt, waren lezen en schrijven in die tijd hier telande onbekende zaken. Wanneer wij dan ook enkele grepen willen doen uit de Geschiedenis van het Schoolwezen in de Nederlanden, dan kunnen we niet verder teruggaan dan de tijd, dat moedige mannen, vol van geloof en liefde uit Frankenland en uit Engeland tot ons overkwamen, om ons met de weg der zaligheid bekend te maken. Ge kent ze allen, de namen van de Frankische Zendelingen als Eligius, Ludger, Amandus, Bavo en van de Angelsaksische als Wulfran, Willebrord en Winfried (Bonifacius).
Toen hun arbeid onder de zegen des Heeren vruchten ging dragen en het Christendom steeds meer vaste voet begon te krijgen, werd de behoefte geboren aan onderwijs. Toen waren in de belangrijkste plaatsen reeds kerken gesticht en ook begonnen hier en daar kloosters te verrijzen. Naast het werk der kerstening kwam de sociaal-economische arbeid der kloosterlingen naar voren. Deden zij dit gedeeltelijk om beter het vertrouwen der bevolking te kunnen winnen, anderzijds mogen we gerust aannnemen, dat ook het treurig lot der inwoners en de slechte toestand van het land hun gegronde aanleiding hebben gegeven, om door landontginning en drooglegging van moerassen meer en beter bouwland te verkrijgen en daardoor aan het volk niet alleen een betere bestaansmogelijkheid te geven, maar ook, om hen te gewennen aan geregelde arbeid. Aldus beoefenden zij practisch Christendom en onderwezen de mensen door Woord en daad.
Toen kwamen de scholen aan de beurt. De eerste scholen werden gesticht door de Kerk. In de grotere plaatsen waren grotere kerken gebouwd, waarvan het aantal leden zich steeds uitbreidde. Deze grotere kerken droegen de naam van Kathedraal of Domkerk. De gezamenlijke geestelijkheid van zulk een kerk heette „Kapittel". Men spreekt daarom ook wel van Kapittelkerk. Om te voorzien in de behoefte aan geestelijken en aan andere kerkedienaars, werden bij de Kapittelkerken ook Kapittelscholen opgericht. (Domscholen of Kathedraalscholen). Deze Kapittelscholen werden de kweekplaatsen voor de aanstaande dienaren der kerk. Een van de beroemdste Kapittelscholen van de Frankisch-Duitse kerk was op het einde der 18de eeuw, de door Willebrord gestichte school te Utrecht. Men vond dergelijke scholen ook b.v. te liel, Deventer, Dokkum.
Zij bestonden uit een gedeelte voor voorbereidend en een voor voortgezet onderwijs.
HeT voorbereidend onderwijs omvatte het onderricht in de „Zeven vrije Kunsten", n.l. 1. de grammatica , (de regels voor de Latijnse Taal) ; 2. de redekunst (Rhetorica) ; 3. de dialectica (de kunst van disputeren) ; 4. de musica (muziek); 5. de arithmetica (rekenkunde, waarbij de verklaring van de kalender) ; 6. de geometica (meetkunde, ook landmeten en aardrijkskunde), en 7. astronomia (sterrekunde).
Als men bedenkt, dat het Latijn de taal was der Kerk, is het duidelijk, dat aan deze taal in de voorbereidende afdeling een zeer belangrijke plaats werd ingeruimd.
De voortgezette studie aan de Kapittelschool omvatte de theorie en de practijk van de theologie en de Evangeliebediening.
Het bestuur der Kapittelscholen berustte bij de Bisschop en bij de geestelijken van het Kapittel; deze laatsten gaven aanvankelijk het onderwijs. Later werd dit anders en gaf men de verzorging der school in handen van de „scholaster". Omdat deze meestal nog meer om handen had en nog andere kerkelijke arbeid verrichtte, verpachtte hij de school aan een rector. De rector was de man, die voor het onderwijs was aangewezen; hij kon het echter alleen" niet af en enige der rneestgevorderde leerlingen traden op als z'n assistenten. Niet alle leerlingen van een Kapittelschool hebben het tot het priesterambt gebracht. Er waren er ook, wier bedoeling alleen geweest is, om wat meer kennis op te doen en daarmee het maatschappelijk leven in te gaan. Toch blijft het hoofddoel: Opleiding tot de Kerkediensten; de enkele uitzonderingen hadden daarop weinig invloed. Hetzelfde gold lange tijd van de Kloosterscholen. Deze hadden tot doel, haar kwekelingen op te leiden voor het kloosterleven. Toen het aantal scholieren zich sterk uitbreidde, bleek, dat zeer velen minder op school waren gekomen uit lust tot het geestelijk ambt dan tot meer algemene ontwikkeling voor de practijk van het maatschappelijk leven. Daarom werden ze in twee groepen gescheiden (later soms ook in twee verschillende kloosters), n.l. de „Binnenschool", die opleidde voor het klooster en de „Buitenschool", die voor de maatschappij opleidde.
In de lagere klassen werd onderwezen : godsdienst, lezen, schrijven en psalmgezang ; in de hogere: godsdienst, geschiedenis en de zeven vrije kunsten.
Het onderwijs op deze scholen was zeer werktuigelijk: nazeggen, naspreken. Er heerste een strenge tucht. De Benictijner monniken vooral zijn voor het onderwijs en voor de wetenschap van grote betekenis geweest.
Naast de Kapittel- en Kloosterscholen zijn — eveneens van de kerk uitgaande — de Parochiescholen opgekomen. En dan komt ook het wereldlijk onderwijs.
Deze Parochiescholen waren niet aan een Kapittelkerk of aan een klooster, maar aan een Parochiekerk verbonden en waren dus scholen van een kerkelijke gemeente. Ze waren van kerkelijke oorsprong, maar bedoelden niet de opleiding voor kerkelijke functies. Het aantal dezer scholen heeft zich sinds de 12e eeuw; zeer uitgebreid. Omstreeks 1500 zullen er heel weinig dorpen geweest zijn, waar men niet een Parochieschool aantrof. Sommige Parochiescholen zijn van grote betekenis geweest, groter dan die van de Kapittelscholen. Die van Zwolle was zeer bekend. Telde ± 1400 van 800 tot 1000 leerlingen, onder welke we zeer beroemde namen aantreffen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's