De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET LICHT DER WERELD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET LICHT DER WERELD

6 minuten leestijd

Jezus dan sprak wederom tot hen, zeggende: „Ik ben het Licht der wereld" Johannes 8 : 12a.

   Deze uitspraak van de Heere Jezus Christus, dat Hij het Licht der wereld is, gaat uit van de gedachte, dat zonder Hem de wereld in donkerheid ligt.
   En zo is het inderdaad. Alles wat die wereld nog kent aan licht op natuurlijk gebied — denk maar aan alle arbeid der barmhartigheid — dankt zij aan de genade Gods in Jezus Christus.
   In deze meditatie wil ik echter alleen wijzen op het licht van Christus in de donkerheid van zonde, van schuld en ellende.
   Daar is een diepe geestelijke duisternis over de aarde gedaald, sinds het eerste mensenhart zich verhief tegen zijn Maker.
   Geen rechte Gods-kennis wordt raeer gevonden, sinds de zonde haar ingang vond in deze wereld.
   Sinds dat rampzalig ogenblik is het verstand van iedere mens door de zonde verduisterd, kiest die mens het kwade, en begeert wat hij moet tegenstaan.
   Sinds dat ogenblik staat een iegelijk mensenkind voor de raadselen van leven en dood, voor de geweldige problemen der eeuwigheid zonder te vinden het antwoord op de bange vragen van zijn kloppend hart.
   Een diepte van ellende is het gevolg van die verduistering van zijn verstand. Die peilloze diepte van ellende kunt ge heel duidelijk zien bij die heidenvolkeren, die buiten alle cultuur zijn gebleven.
   Daar vindt ge de voortdurende vrees voor allerlei dreigende machten. Daar vindt ge de heerlijkheid van de onverderfelijke God — om de woorden van Paulus te gebruiken — veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens en van gevogelte en van viervoetige en kruipende dieren.
   Daar roept het menselijk hart zich moede tot een god van hout of steen, tot een god zonder ziel, die niet horen kan en geen antwoord kan geven op de klacht van de bidder. Maar daar ziet ge ook in waarheid vervuld het woord der Schrift, dat God hen heeft overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid en allerlei gruwelijke zonden.
   Zwelgend in duivelse wellust gaat het de eeuwigheid tegen, ten laatste zelf verzwolgen door de schrikwekkende duisternis van de eeuwige dood.
   Doch diezelfde duisternis treft ge ook aan bij de heidenvolkeren der oudheid, die wel een zekere of zelfs een hoge cultuur hebben gekend. Hoe het cultureel zo hoog staande volk der oude Grieken ook heeft gezocht naar vrede en rust, het heeft — en dit heeft het met de andere volken buiten Christus gemeen — in zijn zangen wel gezongen van een verloren paradijs, maar de troost van een herwonnen paradijs heeft het nimmer gekend.
   Menigeen onder de volkeren der oudheid vond geen vrede in de dienst der goden, geen vrede in de stelsels der wijsbegeerte en heeft, moede van het tasten in de zwarte duisternis, zelf de dood gezocht, om dan, helaas, al evenmin vrede te vinden, maar de donkere eeuwigheid binnen te glijden.
   Diezelfde duisternis is echter ook in onze dagen te zien onder die volken, waar de laatste slagboom van het Christendom door het regerend gezag is verbroken.
   En als ge nu die gehele mensheid onderscheidt in de beide delen, waarin de Heilige Schrift haar verdeelt, in kinderen der wereld en in kinderen Gods, dan ziet ge wel niet bij alle kinderen der wereld dat openlijk zwelgen in allerlei zonden — er zijn zelfs vele hoogstaande ongelovigen —, maar dan ziet ge toch wel datzelfde tasten in de duisternis, datzelfde wandelen in de schaduwen des doods.
   Dan ziet ge toch wel de geestelijke dood van het hart.
   Dan ziet ge een wereld in weeën, naar het woord van de Apostel, en een zuchtende zondaar in diepe nood en ellende.
   Dan ziet ge in ieder oog, dat Christus niet kent, een onbeantwoorde vraag naar de eeuwige toekomst.
   Dan ziet ge boven elk hoofd, dat nog niet door Christus werd verlicht, de zwarte wolk van het onafwendbaar gericht.
   Buiten Christus wandelt een ieder in de duisternis en de schaduw des doods, want zonder Hem is er geen kennis Gods, en zonder de reinigende kracht van Jezus' bloed is ergeen ziel, die voor God kan bestaan.
   Christus alléén is het licht der wereld: Hij heeft door Zijn lijden en sterven het licht van Gods gerechtigheid doen opgaan over de grote problemen van zonde en schuld.
   In de Christus, Die onder de vloek Gods over de zonde der wereld wegstierf aan het kruis, gaat het licht op over de vraag, hoe een heilig en rechtvaardig God staat tegenover de zonde der mensheid. In het lijden der helse smarten of Zijn nederdaling ter helle gaat het licht op over de vraag, wat de toekomst is van een ieder, die niet met God is verzoend.
   In Zijn nederliggen in het graf spreekt Hij van de smaad des doods als bezoldiging der zonde.
   Maar in Zijn of)standing uit het graf en in Zijn hemelvaart doet Hij over de zonde-donkere wereld de tiriumf lichten van de verzoening in Zijn bloed.
   Ja, waarlijk, bij Hem is het antwoord op a! de bange vragen van ons hart. Hij is het antwoord op de vraag: „Is er enig middel om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen? "
   Hij heeft ons verklaard, dat het bloed der rammen niet kan opwegen tegen de eeuwige schuld van de zondaar, maar Zijn dierbaar bloed alleen.
   Maar Hij heeft ons ook laten zien het eeuwig mysterie van de genade Gods, die zich strekt naar een verloren wereld.
   Nu is het de vraag voor een ieder, of dat licht van Christus zijn ziel heeft bestraald en is doorgedrongen in de donkere zonde-hoeken van het hart. Of met andere woorden: hebt ge de kloof gezien tussen de heilige en rechtvaardige God en uw eigen schuldige ziel?
   Dan zal dit het kenmerk zijn van uw leven, dat de valse rust en vrede er uit weg zijn.
   In uw ziel zal de voortdurende vraag zijn: „hoe word ik rechtvaardig voor God? "
   De wereld is dan voor uw hart haar glansen kwijt. Ze wordt zo hol en zo arm. En ge vindt eerst rust, als ge van Christus kunt zingen:
   Gij hebt uit genade mijn ziele bestraald. En zijt uit genade in mijn harte gedaald ; Genade zij 't wachtwoord, genade mijn kracht. Genade het licht in de donkere nacht. Zo reis ik dan verder door de aardse woestijn. Wil Gij, Heer', mijn wolk- en mijn vuurkolom zijn. Uw licht doe mij wandelen met vastere tred. Tot Gij eens in de woning Uws Vaders mij zet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET LICHT DER WERELD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's