De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zó MOET HET NIET!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zó MOET HET NIET!

4 minuten leestijd

   Ik ben bezorgd over de gang van zaken bij verschillende Evangelisaties van de Gereformeerde Bond. Er zijn Evangelisaties, die al meer dan 40 jaar bestaan. Dat is eigenlijk veel te lang. Maar ik erken, dat het wellicht in vele gevallen niet anders kon. Met de invoering van de nieuwe kerkorde is in elk geval een mogelijkheid geopend voor een gereformeerde minderheidsgroep, om weer contact met de kerk te zoeken. In tal van plaatsen heeft men mijn advies opgevolgd om aan de kerkeraden te verzoeken ook te willen medewerken dat ook voor de groep van de Gereformeerde Bond in de dienst des Woords zal worden voorzien. De onderhandelingen zijn op verscheidene plaatsen aan de gang. Hierbij is echter het volgende op te merken. Er zijn bestuursleden, die al zóvele jaren aan de Evangelisatie verbonden zijn geweest, dat ze er wel vóórstemmen om contact met de kerk te zoeken, doch er zich verder weinig voor interesseren. Men zou haast gaan denken, dat ze liever begeren, dat de onderhandelingen met de kerkeraad zullen mislukken, dan dat die zullen slagen.
   Zo kreeg ik een schrijven van een godsdienstonderwijzer uit een Evangelisatie in een gemeente, waar de onderhandelingen met de kerkeraad mislukt zijn, inhoudende de vraag, of het maar niet beter zou wezen om een Christelijk Gereformeerde gemeente te vormen len de strijd verder maar op te geven.
   Toen ik dat schrijven onder de ogen kreeg, dacht ik bij mezelf : Daar staat weer een godsdienstonderwijzer op sprong om met een groep mensen onze kerk te verlaten. Ik ben er weer voor de zoveelste maal in bevestigd, dat er een groot gevaar in het evangeliseren gelegen is.
   Helaas, bij dit éne geval blijft het niet. We staan telkens weer voor dergelijke teleurstellingen. Er zijn enkele Evangelisaties in den lande, wier bestuursleden voor het merendeel al met één voet in de Oud-Gereformeerde gemeente staan en met de andere voet nog in de Evangelisatie. Van onze kerk willen ze eigenlijk weinig of niets meer weten. Van harte hoop ik, dat de ogen van menig Evangelisatiebestuur nog zullen open gaan voor deze gevaren en dat allen van ganser harte en met alle kracht mogen medewerken om het gereformeerde volk voor onze kerk te behouden.
   Het wachtwoord voor al onze Evangelisaties mag niet anders luiden dan: „Naar de kerk terug!"
   En wanneer dit niet het geval is, laat men dan ten spoedigste de Evangelisatie liquideren en laten degenen, die in hun hart onze kerk de scheidsbrief toch al hebben gegeven, dit dan ook maar doen met de daad.
   Het spijt me, dit advies te moeten geven, maar we moeten komen tot klaarheid.

De moeilijkheden van de goede Godsdienstonderwijzer
   Ik benijd de positie van de goede godsdienstonderwijzer niet. Openlijk erken ik, dat de positie o zo wankelbaar is. En toch zijn er onder deze mannen stoere, trouwe werkers. Laten we echter de moeilijkheden van de goede godsdienstonderwijzer eens een ogenblik onder de ogen zien. En dan denk ik niet in de eerste plaats aan hen, die een vaste aanstelling hebben ontvangen in een gemeente, om aldaar catechetisch werk en huisbezoek te verrichten. Neen, dan denk ik aan die mannen, die hun werk doen op een Evangelisatiepost. Ze zijn gehuwd en hebben een gezin te verzorgen. En nu hebben ze zo te arbeiden met alle macht en kracht, dat die Evangelisatiepost weldra overbodig wordt, omdat de gereformeerde groep door de kerkeraad weer in kerkelijk verband zal opgenomen worden.
   Of ik denk aan een godsdienstonderwijzer, die aan de bloei van de gemeente door zijn huisbezoek zo hard heeft meegewerkt, dat tot tot beroeping van een predikant kan worden overgegaan.
Wat zal er dan met die godsdienstonderwijzer gebeuren?
„Wel, die moet natuurlijk weg!" hoor ik iemand zeggen.
   En ziet, dit is nu voor mij juist niet zo natuurlijk. Zo behoort het eigenlijk niet te geschieden.
   Ik weet dat er godsdienstonderwijzers zijn, die hebben gezegd, dat ze gaarne willen vertrekken, als er in hun plaats een predikant wordt beroepen.
   Echter heb ik ook een keer de volgende opmerking horen maken over een uitnemende godsdienstonderwijzer : „Die man delft zijn eigen graf!" Hier werd dan mee bedoeld, dat deze man zich door zijn trouwe arbeid overbodig zou maken en straks aan de dijk zou worden gezet. Hij moet dan maar zien om elders weer opnieuw aan de slag te komen. Het beste zou zijn, dat zulke arbeiders in aanmerking konden komen voor een bevordering tot predikant. Maar in ieder geval moet gezorgd worden dat die godsdienstonderwijzers, die door hun trouwe arbeid ergens overbodig zijn geworden, aan een nieuwe post geholpen worden. Een goed godsdienstonderwijzer blijft immers ook mens. Acht het gevaar niet denkbeeldig, dat hij uit vrees voor het verlies van zijn post de toenadering tot de kerk eigenlijk bedektelijk in de weg zou staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zó MOET HET NIET!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's