ONDERWIJS
HOORT DAT ALLES BIJ DE SCHOOL?
Als men spreekt van overlading van het onderwijs, dan denkt men in de eerste plaats aan een teveel van vakken en aan te veel leerstof bij elk vak. Of dit inderdaad het geval is bij het G.L.O., wil er bij mij nog niet helemaal in. Wel moet ik erkennen, dat men elk vak overladen kan. Eisen van voortgezet onderwijs zijn er dikwijls niet vreemd aan, dat zulks inderdaad gebeurt. Of ook liefhebberij van de een of ander. Dat voert soms tot een teveel aan bijvakken, waardoor de hoofdvakken in de knel komen. Wat dan menigmaal door huiswerk moet gecompenseerd worden. Dit voorjaar stond er een „Ingezonden" in „De Vacature", waarin een lesrooster gegeven werd gedurende een normale schoolweek van 26 uren : muziekonderwijs, Esperanto, badhuis, lichamelijke oefening, tekenen, handenarbeid, museumbezoek, enz. U ziet, dat de hoofdvakken ontbreken. „Die gelieven de ouders zelf maar te geven", zo luidde het bijgevoegde recept. Men begrijpt de bedoeling — en men proeft de ironie!
De bijvoeging van „badhuis" en „museumbezoek" wijzen nog op een andere oorzaak. De school wordt ingeschakeld bij een heleboel zaken, op zichzelf soms zeer nuttig en wenselijk, die echter niet in de school thuis behoren.
Een officiële instantie organiseert toneelvoorstellingen voor de jeugd en in klasseverband wordt het „publiek" uitgenodigd er heen te komen. Zelfs voor de kleintjes van het Ie— 3e leerjaar (sprookjes en dergelijke). Doet u er niet aan mee? 't Is toch zo geweldig nuttig en opvoedend om te wennen aan een goed toneel. Komt met uw klassen naar de filmvoorstellingen, waar culturele films worden vertoond. Buitengewoon leerzaam. Schoolsportdagen worden gehouden, wedstrijden in korfbal en voetbal. Hier en daar gaat men in klasseverband zwemles nemen. Lichamelijke oefening in gymnastiekzalen of op sportvelden, op enige afstand van de school gelegen, vorderen heel wat meer tijd, dan beschikbaar is voor een normale gymnastiekles van 3/4 uur. Leer de kinderen een museum bezoeken, in klasseverband.
Zo zouden we nog even kunnen doorgaan.
Dit is echter nog niet alles.
Er wordt gespaard voor het schoolreisje. Het schoolsparen op een spaarbank neemt steeds toe. Kost allemaal tijd. En dan het inschakelen van de schooljeugd — via de school en de onderwijzer — bij allerlei zeer belangrijke en zeer nuttige dingen. Op 'n goeie dag krijg je een zending prikkaarten voor één of andere instelling. Of u de jongens en meisjes maar aan 't werk wil zetten en de opbrengst wil opzenden. Ook kunt u prentbriefkaarten verkopen voor een ander doel. Of sluitzegels. De kinderpostzegelactie roept om de schooljeugd, en dat er heel wat scholen aan mee doen, blijkt wel uit het feit, dat je soms 3 of 4 kinderen op één dag aan de deur krijgt, allen voor hetzelfde doel. Om dit te voorkomen, zouden de scholen nog weer een in onderling overleg vast te stellen plan de campagne moeten opstellen.
Mischien kan men er iets van begrijpen, hoe een schoolhoofd gestemd is, als hij Donder dagmorgen een dikke enveloppe ontvangt, om deze door z'n schooljongens leeg te laten verkopen, en de andere morgen een idem van weer een ander sanatorium of tehuis voor gebrekkige kinderen, de volgende week nog eens zoiets voor zendingsarbeid van een kerk, die soms de zijne niet eens is en ook niet van z'n leerlingen.
Voeg daar nog bij, dat hij vooral niet vergete aan z'n leerlingen duidelijk te maken op bepaalde data de betekenis van de Marshalhulp, van de UNO, van de nationale feestdagen, van het'technisch onderwijs in verband met de industrialisatie, enz. Trouwens een officiële curculaire zal daar wel tijdig aan herinneren.
Als men dit alles — en er is nog veel meer — even bekijkt, dan behoeft men zich toch niet te verbazen, dat de resultaten van het elementaire oiiderwijs, om het zacht uit te drukken, niet altijd tot tevredenheid stemmen. De aandacht der kinderen wordt zó verdeeld, dat men zich heus niet behoeft te verbazen over de telkens terugkerende klacht, dat het zo geweldig moeilijk is de leerlingen bij het werk te houden. Het leven zelf leidt al zo sterk af, vooral in deze tijd. Misschien is het op het platteland niet zo erg, maar in de stad is de tijd bezet met gymnastiek, met volksmuziekschool, met voetballen, met kinderkoor, met 'n filmavondje, met 'n kinder operette, met piano- of orgelles, met schooltuintjes, enz. Ik zou daarom met nadruk willen vragen: „Laat de school nu toch pens rustig aan haar eigen taak!" Leg de school, de onderwijzers, de leerlingen, toch geen werk op van allerlei aard, dat niet op school behoort.
Ik wil gaarne toestemmen, dat bij al wat ik opsomde, zeer veel nuttigs en belangrijks is, — alleen maar: De school heeft bij het meeste daarvan géén taak.
De school heeft vooral rust nodig in deze na-oorlogse jaren. Al onze leerlingen van 6— 11 jaar zijn oorlogskinderen. En wat dit vooral in de geteisterde gebieden, b.v. in een stad als Rotterdam betekent, behoef ik toch niet uiteen te zetten.
Voor onze Scholen met de Bijbel heeft dit alles nog een ander aspect. Dan zijn er beslist gevallen, dat we pertinent „neen" zullen moeten zeggen. Om één voorbeeld tenoemen : Op gevaar af, van hopeloos conservatief te worden genoemd, acht ik het niet onze taak om onze leerlingen de weg te leren naar Colosseum of Schouwburg. Er zijn zeer zeker ouders, die er geen bezwaar tegen hebben, ja, die er sterk vóór zijn. Onze scholen hebben een nogal gemengde bevolking. Willen de ouders zelf met hun kinderen deze weg op, welnu, dan hebben ze daartoe later nog gelegenheid genoeg. Ik draag daarvoor liever geen verantwoordelijkheid. Anderen oordelen, dat we bij niet meedoen eigenlijk een voorsprong geven aan de Gemeentescholen. Het zij zo, maar het is bekend genoeg, dat ook daar niet allen zo enthousiast voor deze dingen zijn. En menig schoolhoofd legt de betreffende circulaire en formulieren naast zich neer en doet heus niet aan alles mee.
Maar laten wij in elk geval onszelf zijn en om des gewetens wil ook „neen" durven zeggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's