De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDERWIJS

6 minuten leestijd

   Wie in De Waarheidsvriend van 15 Nov. het artikeltje gelezen heeft over Christelijke Jeugdactie, waarin ds. Timmer een stukje overneemt uit het „Eilandennieuws", zal misschien beter begrijpen, waarom wij zo huiverig staan tegenover zoveel nieuwe dingen, die tegenwoordig bij of in de school schijnen te behoren.
   Met name denken we dan aan bioscoop en toneel.
   Niet, alsof dit artikeltje voor ons een openbaring was, waarvan we niet afwisten. Ook niet, alsof zoiets dan toch zeker als grote uitzondering hier of daar sporadisch wel eens voorgekomen kan zijn. Neen, maar juist omdat we maar al te goed weten, dat dit haast regel schijnt te worden, 't Is bekend genoeg, dat de jeugdactie in de grote steden (we bedoelen de jeugdactie, die van de Herv. Kerk uitgaat) leiding geeft in alle soorten sport, in volksdansen, in film en toneel, ja, dat er zelfs bridge-clubs zijn gevormd, en dat er wedstrijden worden georganiseerd. We menen, dat aan de Kerk is toebetrouwd de bediening van Woord en Sacrament en dat daarnaast haar eng-begrensde taak is, om op een wereld-wijd arbeidsveld het Evangelie des Koninkrijks, dat het Evangelie des Kruises is, te verkondigen.
Daaraan heeft ze genoeg en daarvoor komt ze arbeiders tekort.
Nu weten we zeer wel, dat 't met de school enigszins anders staat ; dat de school haar leerlingen ook moet opleiden voor hun taak in staat en maatschappij. Wat echter niet insluit, dat we dan onze kinderen ook hebben te leren de eerste stappen te doen op wegen, die uitlopen op vergulde schijn, op bioscoop en toneel.
   Er zijn een massa ouders, die hiervoor nochtans erg veel voelen. En we zijn helemaal niet zeker, dat onze eigen mensen het gewicht van deze dingen en de consequenties er van zo sterk aanvoelen. Als men de agenda's van de jaarvergaderingen van onze jeugdverenigingen inziet, doet ook daar het toneel al z'n intocht. Misschien met een simpel „Toneel in 1 Bedrijf", maar ja, het is er ; men schijnt niet zonder te kunnen. Of doet het u niet vreemd aan, als een Herv. Zondagsschool op G.G. een toneelavond met een toneelgezelzelschap nodig heeft, om geld bij een te krijgen ten behoeve van het kamperen der leerlingen ?
Evenals in ons vorig artikeltje zeggen we ook hier : „op gevaar af voor hopeloos conservatief door te gaan, we moeten tegen deze gang van zaken „neen" durven zeggen".
   't Is een grote verantwoordelijkheid, die we hebben, als onderwijzers en onderwijzeressen aan de Scholen met de Bijbel. We hebben kinderen uit verschillend milieu, niet alleen wat het maatschappelijke betreft, maar ook niet het minst, wat de geestelijke dingen aangaat. Nu is het heel wat, om deze kinderen in de elementaire vakken van het schoolonderwijs te onderwijzen, in lezen, schrijven, Ned. taal, geschiedenis, enz.
   Maar heel zwaar kun je soms je verantwoordelijkheid gevoelen, als je voor de kinderen staat met het Woord des Heeren. Zeker, we kunnen hun de mooie geschiedenissen uit de Bijbel vertellen en we doen dat ook en dan behoeven we vooral niet te preken — dat woord opgevat in de meest ongunstige betekenis — maar wel hebben we hun te laten zien uit dat Woord : „de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven". De ontzettende waarheid van onze diepe val en algehele verlorenheid moet uit het Woord verkondigd worden, maar ook de genade van God in en door de Heere Jezus Christus. Dal is een geweldige taak, die slechts in diepe afhankelijkheid, biddend verricht kan worden. n dan lenen zich tal van Schriftgedeelten zo bijzonder, om de kinderen er op te wijzen, elke weg een discipel van de Heer^ Jezus, en Christen, heeft te gaan. Leer ze de psalen zingen, leer ze verstaan wat ze zingen :
   Leer mij o Heer' de weg door U bepaald.
   Dan zal ik die ten einde toe bewaren".
   Bespreek met hen de bede van de dichter, als hij ziet op de talloze gevaren, die dreigen, op zoveel, wat van het pad ten leven dreigt af te trekken:
   Wend, wend mijn oog van d' ijdelheden af. Verlevendig mijn hart door Uwe wegen. Dat mij 't betreên dier paden vreugd verschaff'.
   Dat is heel wat anders, dan vóórgaan op het pad der ijdelheden. Of zegt het dan helemaal niets meer, dat het publiek — en zoveel jeugdig publiek — voor de bioscopen reeds lang vóór het aanvangsuur in de rij staat, weer of geen weer, ook op Zondagmorgen ? Terwijl de lege plaatsen in de kerk, ook des morgens, maar vooral des avonds zulk een ernstige taal spreken. Is het dan niet veel beter onze leerlingen, die toch in overgrote meerderheid — zo niet alle — het teken van de Heilige Doop aan hun voorhoofden dragen, de weg te leren gaan naar de kerk, waar het Woord wordt verkondigd en de Sacramenten worden bediend ? Daartoe zij ook het personeel voor de kinderen in belijdenis en wandel een voorbeeld. En de ouders mogen eveneens beseffen, welk een grote verantwoordelijkheid zij in deze dragen voor hun kroost.
   Kleine Jansje van 12 jaar was ziek, maar 't leek uiterlijk niet zo ernstig. Haar moeder evenwel wist, dat de ziekte ongeneeslijk was. En Jansje, altijd een levenslustig kind geweest, was in haar gedachten nog altijd druk bezig met al haar kindergenoegens, met al, wat het leven van een kind kan veraangenamen, op zichzelf niets verkeerds.
   Maar moeder, een trouwe bezoekster van het Heilsleger, voelde diep haar verantwoordelijkheid voor haar kind, dat straks sterven ging. En op 'n avond sprak ze kinderlijk, zoals alleen een moeder dat kan, maar ook diep ernstig, met haar enigste meisje over zonde en schuld, over genade en verlossing in de Heere Jezus Christus. Ach, Jansje wist het allemaal zo goed, maar nu greep het haar aan in de ziel. Een slapeloze nacht maakte ze door en haar hart werd in die nacht uitgedreven tot smeking en gebed aan de troon der genade. De volgende dag mochten we 't uit haar eigen mond horen. Zo echt eenvoudig en toch beslist, vol vertrouwen als 'n kind, vertrouwen op de Heere Jezus Christus, die al haar zonden had vergeven, en haar als een schaapje van Zijn kudde wilde opnemen in heerlijkheid. Nu werd het ons die haar bezochten, zo duidelijk en klaar : Uit de mond der kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid. De Heiland wijst onze kinderen niet heen naar alle mogelijke richtingen, maar : Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's