Uit de Studie-commissie voor het dienstboek (I)
Voor de viering van het Heilig Avondmaal (II)
Volgens de daarboven geplaatste toelichting is de tweede orde van dienst voor de viering van het Heilig Avondmaal in het dienstboek bedoeld als „voortzetting, van een volledige voorafgaande dienst" en is daarom „het formulier hier tot het uiterste beperkt".
De bedoeling der uitdrukking : „een volledige voorafgaande dienst" is niet geheel duidelijk, wijl niet kan worden uitgemaakt, of daaronder een dienst verstaan moet worden volgens één der in het dienstboek voorgestelde orden van dienst voor de Zondagmorgen, dan wel een voorafgaande Avondmaalsdienst, zodat, gelijk in sommige gemeenten geschiedt, des morgens een bediening van het Heilig Avondmaal plaats vindt en deze in de namiddag- of avonddienst wordt voortgezet.
De aanduiding voorkomende in de orden van dienst voor de Zondagmorgen (blz. 2, 5, 8 en 11 van het dienstboek) : „Bij viering van het Heilig Avondmaal volge men van hier af de daartoe bestemde orden II of III" zou er op kunnen wijzen, dat de eerste veronderstelling bedoeld is. Doch een duidelijker omschrijving is niet overbodig.
Is inderdaad deze eerste veronderstelling bedoeld, dan verdient het naar onze mening de voorkeur om niet het formulier „tot het uiterste te beperken", maar om de voorafgaande orde van dienst te beperken, opdat het gehele klassieke formulier kan worden voorgelezen.
Weliswaar wordt toch in de toelichting boven de bedoelde orde van dienst gezegd, dat bij gebruikmaking van deze orde er „rekening mee gehouden (zal) moeten worden, dat de genadeverkondiging èn de terugwijzing der onboetvaardigen, alsmede ook de onderwijzing aangaande de betekenis van het avondmaal met name in het voorafgaande gedeelte van de orde van dienst of in de prediking voldoende geschiedt". Doch het komt ons voor, dat de onderwijzing aangaande het Avondmaal in het oude formulier uitgaat boven die, welke op andere wijze gegeven wordt en dat met name in gemeenten, waar bij de viering van het Heilig Avondmaal slechts één of twee tafels zijn, tegen de voorlezing van het gehele formulier weinig bezwaren bestaan.
Acht men nochtans deze bezwaren wel aanwezig en zoekt men deze dienst te bekorten, dan verdient het naar onze mening aanbeveling om inplaats van het formulier „tot het uiterste te beperken", een gedeelte van het oude formulier in de voorbereidingsdienst voor te lezen, gelijk bij de bespreking van de eerste orde van dienst voor de viering van het Heilig Avondmaal reeds in overweging is gegeven.
Het bezwaar van de uitvoerigheid van het bestaande formulier dat blijkbaar aan de hier voorgestelde beperking ten grondslag ligt, is dan vervallen en het onderwijs aangaande de betekenis van het Avondmaal, dat op zulk een duidelijke en schone wijze in het formulier gegeven wordt en voor de gemeente zo dringend nodig is, blijft onverkort.
Ook wanneer de tweede der bovengenoemde veronderstellingen de juiste zou zijn, dat namelijk reeds een viering van het Heilig Avondmaal vooraf is gegaan, verdient het naar ons oordeel de voorkeur om het gehele formulier te behouden en een gedeelte daarvan in de voorbereidingsdienst voor te lezen, opdat de gemeente het gehele formulier kan horen.
De voorgestelde orde van dienst stelt na de prediking een gebed, dat cursief gedrukt is en derhalve facultatief is bedoeld. Wanneer men, aangezien de dienst anders te lang zou worden, het formulier „tot het uiterste" beperkt, zal dit gebed zeker achterwege kunnen blijven. In het gebed wordt gedankt voor alle zegeningen, door God ons geschonken. Met de prediking, die daaraan vooraf gaat, en met de viering van het Avondmaal, houdt het geen verband dan alleen hierin, dat God geloofd wordt „om de middelen Zijner genade".
Ook daarom verdient naar ons oordeel de opneming van dit gebed hier geen aanbeveling.
In het gebed wordt verder gezegd, dat God „de wereld (heeft) verlost in onze Heere Jezus Christus". Men zal zich daarvoor waarschijnlijk willen beroepen op Joh. 3 vers 17, waar wordt gezegd, dat God Zijn Zoon niet gezonden heeft in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden, en op het daarmee overeen komende getuigenis van Christus in Joh. 12 vers 47. Doch of het geheel juist is om te zeggen, dat God de wereld verlost heeft, kan betwijfeld worden.
Het lijkt ons juister te zeggen, dat God de wereld verlossen zal. Evenzo om in overeenstemming met Joh. 3 vers 17 te zeggen, dat de wereld niet in, maar door Christus verlost zal worden. Tenslotte menen wij, dat de voorkeur gegeven zal moeten worden aan de belijdenis, dat God niet „de wereld", doch „Zijn volk" heeft verlost.
Voor „de middelen Uwer genade" houden wij voor aanbevelenswaardiger om te stellen: „de middelen der genade, die Gij ons geschonken hebt", eventueel met de toevoeging: „in Woord en Sacrament".
Het begin van het voorgestelde formulier is met enige veranderingen gelijk aan het oude formulier. De aanspraak van het oude formulier: „Geliefden in de Heere Jezus Christus", is vervangen door : „Gemeente van Christus". Een verbetering kunnen wij dit niet vinden. De laatstgenoemde aanspraak komt ons formeler en minder innig voor dan de eerste en kan ook niet als Schriftuurlijk beschouwd worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's