DE HOFNAR VAN GELRE
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET BEGIN DER ZESTIENDE EEUW
„Gij hier, heer ridder ! Is de vijand afgetrokken ? "
Eilacy, neen, uwe Genade, " is het sombere antwoord. „Op last van heer Herman van der Heel ben ik door de vijandelijke wachtposten heengeslopen, om uwe Genade eigenhandig deze brief te bezorgen."
Karel verbreekt het zegel en leest. Opeens wei pi hij toornig de brief op tafel en roept driftig :
„Nu zal mij Hattem tóch ontnomen worden ! De stad kan het maar hoogstens één dag uithouden, als er geen ontzet komt ! En wij, wij kunnen nog niet helpen! Wij moeten het lijdelijk aanzien!
Aan u, broeder Stefanus, draag ik op, op morgen aan die verwaten Oost-Fries het vonnis te doen voltrekken. Want 't is toch — bij de baard van St.-Christoffel — een spion van graaf Enno. Men bericht mij, dat de graaf van Oost-Friesland zich ook met enige vendels voetknechten en ettelijke ruiters bij de belegeraars, van Hattem bevindt. Laat hem dus niet ontkomen ! Met de jonge, afvallige monnik kunt gij handelen naar believen.
„En gij, jonker, " dus vervolgt hij tot de page : „zeg, dat de drijfjacht tot nader order is uitgesteld, en verzoekt maarschalk Van Kossem terstond bij mij te komen."
Op dit ogenblik toont de hertog zich weder de veldheer met zijn strategische blik, die weet te gebieden en in tijden van gevaar ook weet te handelen. En toch — diep in zijn binnenste beangst hem bijgelovige vrees ; hij moet nu weer aan de voorspelling van zo straks denken, van die Oost-Fries, en aan zijn brallend gezegde, dat die evenmin zou uitkomen, als dat Hattem in handen der vijanden zou vallen.
En nu ......
Een ogenblik later hebben allen de ridderzaal verlaten.
Hoofdstuk V
IN DE GEVANGENIS.
Nog rood van opwinding en met ogen, gloeiende van verontwaardiging, is intussen de moedige Oost-Fries naar zijn gevangenis teruggebracht.
Hoewel deze plaats zich binnen hetzelfde gebouw bevindt, zou het niettemin voor de gehangene, ook al had hij er moeite voor gedaan, stellig onmogelijk geweest zijn, haar zonder gids terug te vinden. Een drietal trappen af en verscheidene brede en nauwe, rechte en kronkelende gangen door, en dan pas staat men voor de deur.
Een der soldeniers ontsluit deze, duwt de Oost-Fries naar binnen, en terstond valt achter deze de deur weer dicht en wordt van buiten gegrendeld.
't Schemert in dit gevangenhok bij heldere dag. Van een bank, in de uiterste hoek, springt iemand op en roept met een stem, die hoop en vrees te kennen geeft : „
O ! al terug, neef ! E n . . . . zijt ge bij de hertog geweest ? Heeft hij u geloofd ? Zal hij ons vrijlaten ?
"Och, beste Siebe, mijn jongen ; vlei je niet al Ie zeer. Ga zitten, dan zal ik je alles vertellen.
" Siebe ? Siebe ? Maar dat is broeder Bernardus, de monnik. Hoe komt die hier ?
Toen, op de bewuste avond onder het ratelend gedonder het alarm-geroep door Arnhems straten weerklonk, werd het in een ommezien vrij levendig op de Grote Markt. Ook uit de taveerne „de blauwe Hen" kwam men naar buiten stormen, enkelen met een soort dievenlantaarn gewapend, evenals sommige nieuwsgierigen van elders, die wel begrepen hadden, dat zulk een verlichting in de heersende duisternis daar buiten alleszins noodzakelijk was.
In het drukke gewoel der menigte, opgewonden door de flakkerende gloed in de lucht bij het heftig knallen des donders en 't naargeestig, verblindend bliksemlicht er opvolgend, heeft in 't eerst niemand de bewusteloze monnik opgemerkt. Opeens stoot iemand met zijn voet tegen hem aan en valt bijna over hem. Even wordt er bijgelicht e n . . .
Wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's