De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE IN DE SYNODE WORDT GEOORDEELD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE IN DE SYNODE WORDT GEOORDEELD

5 minuten leestijd

Het volgende ontlenen wij aan het officieel verslag (Herv. Kerk, of f ie. org. 1 Dec. '51) :

Dinsdag, 13 November.

   Na de morgenwijding opent de Praeses de zitting.
   Er vindt beraad plaats over de benoeming van een assessor-secundus in het Moderamen van de Generale Synode, en een lid van het breed Moderamen in de vacature-Schroten.
   Hierover ontspint zich een discussie, voornamelijk met afgevaardigden, die zich bij de Gereformeerde Bond scharen. In deze discussie wordt opgemerkt, dat deze groep zich niet moet beschouwen als vertegenwoordigers van een bepaalde richting in de Kerk. De Synode heeft blijk gegeven, dat ze ook in het breed Moderamen ruimte wil geven aan de verschillende modaliteiten, maar dat het dikwijls moeilijk is de geschikte persoon daarvoor te vinden. Als een afgevaardigde van bovengenoemde modaliteit zegt, dat de Synode een daad moet stellen, wordt hiertegenover opgemerkt, dat het in de eerste plaats aan de Gereformeerde Bondsgemeenten gevraagd mag worden een daad te stellen door mee te doen aan de Paascollecte. De Synode behoeft zich niet te conformeren aan de een of andere modaliteit. Door onderlinge besprekingen kunnen wij elkander nader komen, vooral waar een afgevaardigde zegt, dat de Gereformeerde Bond in geen geval een secte wil zijn. Zij wil met de gehele Kerk meewerken.
   Nadat over de persoon die benoemd moet worden de kerkelijke situatie duidelijk is gesproken, stelt de Praeses voor de zaken even te laten bezinken en de stemming uit te stellen.
   Er volgen nu bij monde van de Secretaris van de Generale Financiële Raad zeer uitvoerige uiteenzettingen over de stand van de generale financiën der Kerk. Het is geen opwekkend beeld dat ds. Wesseldijk nu schildert. De financiële toestand baart grote zorg, mede door nalatigheid van verschillende gemeenten. De conclusie hiervan is, dat dit jaar, buiten de Oudejaarsavondcollecte om nog ƒ 120.000.- zou moeten binnen komen. Om een goede start voor het nieuwe jaar te geven, moet de Oudejaarsavondcollecte minstens 3 ton opbrengen. Het lopende werk zou dan in stand gehouden kunnen worden, maar een zeer noodzakelijke uitbreiding moet dan nog achterwege blijven.
   De Scriba merkt op, dat de financiële moeilijkheden de vrucht zijn van de zegen van het nieuwe werk van de Hervormde Kerk. Er is nu gelegenheid zich af te vragen, of men bereid is de vernieuwing van de Kerk voort te zetten. Vele vragen worden in dit verband gesteld, die alle weer uitvoerig door ds. Wesseldijk worden beantwoord. Het algemene kerkewerk moet in de gemeenten meer bekendheid krijgen. De afgevaardigden ter Synode hebben de taak om dit werk in de gemeente bekend te maken en de financiële toestand te bespreken. Ds. Wesseldijk zal daartoe aan alle afgevaardigden een overzicht van de financiën der Kerk ter hand stellen.
   Het is een merkwaardig feit, dat juist in de vergadering van de Synode wordt gesproken over „Gereformeerde Bondsgemeenten", hetgeen uit de aard der zaak ook bevorderlijk is aan het gebruik dier spreekwijze buiten de Synode.
   Intussen is zulk een spraakgebruik niet synodaal. (Wij bedoelen dit in de goede, kerkelijke zin des woords). Het treft bovendien, dat men een soortgelijke betiteling niet nodig vindt ten aanzien van anderen, b.v. Vrijzinnig-Hervormde Verenigingsgemeenten pf Confessionele Verenigingsgemeenten.
   Wat dan wèl met een goed kerkelijk spraakgebruik zou overeenkomen?
   Dat is nogal duidelijk. Het is, niet kerkelijk om dergelijke aanduidingen in de officiële vergadering van de Synode te gebruiken of toe te staan, maar de ongezonde toestand van het kerkelijk leven zou nog meer uitkomen, als men sprak van gemeenten, waar de kerkeraad een prediking in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis der Kerk voorstaat, en gemeenten, waar de kerkeraad ^ea. prediking zoekt, die openlijk of bedekt in strijd is met fundamentele stukken der belijdenis.
   Dat doet men echter niet en zo wil men de dingen niet zien. Daarom spreekt men van de Gereformeerde Bond en niet van de Hervormd-gereformeerde gerneenten, die zich op de belijdenis beroepen.
   Men spreekt van „modaliteiten", als werden verschillende groepen niet door fundamentele verschillen onderscheiden en gescheiden.
   Van „modaliteiten" gesproken, gereformeerden en confessionelen •—• in de goede zin des woords confessionelen — zou men met recht „modaliteiten" kunnen noemen, maar de grens der modaliteit is toch zeker wel overschreden, als men aan de vrijzinnigheid komt.
   De vertegenwoordigers van de Gereformeerde Bond (zie verslag), zou dus moeten luiden: de vertegenwoordigers van die gemeenten, die aan de gereformeerde belijdenis willen vasthouden, moeten zich niet beschouwen „als vertegenwoordigers van een bepaalde richting!"
   Wie maakt ze nu tot een richting?
   De Gereformeerde Bond, welke de Synode telkens herinneren wil aan de belijdenis, óf de Synode, die aan de vrijzinnigheid gelijke kerkelijke rechten verleent als aan degenen, die streven naar een gereformeerd en presbyteriaal kerkelijk leven?
   „De Synode behoeft zich niet te conformeren aan de een of andere modaliteit" — zo het verslag.
   Neen, dat behoeft niet, maar het is en blijft een volkomen billijke en kerkelijke eis, dat de Synode zich conformeert aan de gereformeerde belijdenis.
   Zij is zover verwijderd van dat standpunt, dat zij bezwaar maakt in haar moderamen een echte vertegenwoordiger van deze groep te benoemen, en dat onder de schijn, dat het dikwijls zo moeilijk is een geschikte persoon te vinden. Ik herinner mij echter niet, dat de Synode zich om betreffende adviezen heeft gewend tot b.v. het Hoofdbestuur van de Gere­ formeerde Bond. 
   Men laat toe, dat er inde Synode op onwaardige wijze over de Gereformeerde Bond wordt gesproken. En nieri wil aan de gereformeerde gemeenten en leden, der Kerk een stempel van modaliteit opdrukken, terwijl men daarbij toch wel het gevoel moet hebben van onbillijk te zijn, (om een sterker woord te vermijden).
   Als de Synode dat niet gevoelt, dan moet zij toch wel erg ver verwijderd zijn van wat er in deze groep leeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE IN DE SYNODE WORDT GEOORDEELD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's