ONDERWIJS
In verband met een schoolkwestie in het Noorden van ons land, lazen we de uitspraak, die hierop neerkomt, dat geen enkele school het monopolie heeft om de kinderen tot Christus te leiden. De bedoeling was, om uit te drukken, dat ook de Christelijke School dit niet heeft. Het werd hier gebruikt als een argument tegen de School met de Bijbel. Nu vergat men blijkbaar, om daartegenover op te merken, dat waar van Christus gezwegen moet worden, toch wel helemaal de weg niet zal zijn om tot Hem te komen; nog altijd is toch het woord van kracht, dat het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. En dan hebben wij niet anders te doen dan dat Woord uit te dragen ook in en bij ons Schoolonderwijs, niet slechts bij 'n uurtje „Bijbelles" of „Godsdienstonderwijs", maar 't moet het uitgangs- en middelpunt zijn bij alle onderwijs. Niet, alsof wij daarmee het monopolie zouden hebben van het brengen der kinderen tot Jezus. Dat zal wel nooit iemand van ons in alle ernst kunnen beweren. Een mens, oud of jong, tot Jezus brengen, kan alleen de Heilige Geest, maar Hij wil zich daarbij bedienen van het Woord. Ook het Woord, zoals het in alle eenvoud op school en Zondagsschool aan de leerlingen wordt verteld. Dat hebben we ondervonden, meermalen. Dat hierbij ook telkens opnieuw de waarheid van de gelijkenis van de zaaier aan het licht komt, is evenzeer ten volle waar. Echter hebben wij niet naar de uitkomst te zien, maar we hebben getrouw te zijn in het uitzaaien van het Woord en de uitkomst aan God over te laten. Of het dan zal zijn eén val of een opstanding, of een scherp weersproken teken, dat mag ons niet weerhouden om het Evangelie des kruises voor een diep gevallen mensengeslacht ook aan onze kinderen te boodschappen.
Maar het monopolie? Neen. Het monopolie, dat is, dat ik het alléén maar kan, dat mijn school, mijn richting, mijn Kerk alléén daar voor de aangewezen instantie is, met uitsluiting van anderen. Wie onzer zou dat durven zeggen?
Neen, ik kan het niet en mijn school niet en mijn richting niet en mijn Kerk niet, dus is er helemaal geen sprake van dat wij het alléén zouden kunnen.
En als de Heere nochtans ons wil gebruiken om Zijn Woord te brengen onder de massa, onder de heidenen, onder de jeugd, dan is dat Zijn genade.
Vorige week vertelde ik u aan het slot van mijn artikeltje over Jansje. Ook toen waren op het sterfhuis wel bedekte stemmen, die spraken over hun Zondagsschool, over hun Evangelisatie, waar Jansje dit alles had geleerd. De moeder zweeg daarover en wij hebben maar niet over de school gesproken. Misschien heeft God dit alles wel willen gebruiken, maar voor ons stond het vast, dat tenslotte de Heere haar moeder heeft willen gebruiken om de kleine tot de besliste keuze te brengen.
Wat zullen wij dan roemen, alsof wij het monopolie hadden. Al doen wij wat onze taak en roeping is, dan zijn wij nog maar onnutte dienstknechten.
En wij moeten ook de waarheid aandurven, dat er ook is een ploegen op rotsen en een zaaien onder de doornen en bij de weg en op steenachtige plaatsen; maar dat weten wij niet, dat mag ons ook nooit van onze taak afhouden.
En als wij het somswijlen vermoeden en alle arbeid vruchteloos lijkt, dan is er nog de zekerheid, dat door alles heen toch Gods Raad zal bestaan en Hij al Zijn welbehagen zal doen.
Dat ontmoedige ons niet, maar drijve ons, vaders en moeders, leerkrachten aan onze scholen, uit tot de troon der genade. Daar alleen is het monopolie van kracht en wijsheid, van genade en ontferming.
Hij was een jaar of tien, toen z'n moeder hem bij ons op school bracht. Ik zal hem maar Joost noemen (zo heette hij niet). Een kereltje, zindelijk en netjes in de kleren, met heldere, echter wat rusteloze ogen en een glunder gelaat. Toen echter stond hij reeds onder een gezinsvoogd van Pro Juventute wegens diefstal uit een bouwwerk. En 't bleek al gauw, wat we „in huis gehaald" hadden.
Er was niet met hem te eggen of te ploegen. Zijn werk, zijn gedrag, alles liet alles te wensen over. Bij geen enkel onderwijzer kon hij in de klas blijven. Ik heb hem toen bij mij genomen in de klas en als ik niet in de klas was, zat hij bij mij in de spreekkamer.
Totaal onvatbaar bleek" hij voor elk woord van vermaan of waarschuwing en ik hoorde, dat hij thuis met ophef verteld had, dat hij met geen enkele meester kon opschieten, alleen de bovenmeester, daar kon hij nog wel mee overweg. Nota bene!
De laatste schooldag stal hij m'n Zendingsbus nog leeg. En hoe was 't thuis? De moeder verklaarde, dat haar man doodgoed was, zó goed, „als ik zeg tegen hem: ga daar maar liggen, dan zou hij 't doen en dan kan ik wel over hem lopen!" Volgens Joost had z'n vader thuis niets in te brengen. De oudste broer was de baas. Op 'n Zaterdagavond had vader óok wat mee willen praten, maar z'n oudste zoon had hem onder de tafel geslagen en eindelijk in de kelder gegooid en de deur op de knip!
Alle ouderlijk gezag was zoek!
Toen Joost 21 jaar was, was hij reeds huisvader met een vrouw en twee kinderen en zat reeds voor de derde maal in de gevangenis wegens diefstal.
In de oorlogsjaren '40—'45 was hij eerst bij het Duitse leger in Rusland en na gewond te zijn, was hij bij de Sicherheitspolizei terecht gekomen.
Na het sluiten van de vrede heb ik niet meer van hem gehoord. Ik weet niet, wat er verder van hem geworden is.
Tot zover, zou ik zeggen, een verloren leven. Afwijzen van alle moraal niet alleen, maar ook van alle waarschuwing en vermaning. Regelrecht vloeken tegen alles wat hij toch ook, evenals de anderen, op school heeft geleerd.
Verschrikkelijk — zal menigeen zeggen — en dat is ook zo. Maar even verschrikkelijk, dat zovelen, die nog onder het Woord leven, met een uiterlijk goed levensgedrag toch ook verre blijven van het Koninkrijk Gods.
Zullen we dan maar ophouden in de kerk te spreken van zonde en genade?
Zullen we dan in de school maar zwijgen?
Neen, dat zullen we niet.
Al mislukt de oogst, de landman ploegt en zaait voort.
Al is het net telkens leeg, opnieuw werpt de visser het uit.
Al zijn er ook nóg zovele mislukte levens, nochtans zullen wij het niet verbergen voor onze kinderen en hen vertellen de loffelijkheden des Heeren en Zijn sterkte.
Ook op school.
Juist op school, waar de grondslag gelegd wordt voor het leven.
En dan blijft het een wonder, als ook maar één ziel buigt onder het Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's