De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET MEERDERHEIDSSTANDPUNT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET MEERDERHEIDSSTANDPUNT

6 minuten leestijd

   We zagen, dat de voorbereidende commissie niet geheel tot overeenstemming kon komen in haar advies aan de Staten-Generaal. Het rapport gaf dan ook beide opvattingen naast elkaar weer. Nu bleek na enige tijd, dat Arminius c.s. in een nader schrijven, justificatie genaamd, aan de Staten-Generaal hun standpunt hadden toegelicht en verdedigd. De meerderheid kwam daarop 17 October 1607 in Amsterdam in vergadering bijeen, om een schrijven aan de Staten-Generaal vast te stellen, waarin hun standpunt nader wordt uiteengezet. Dit stuk is te vinden als bijlage bij het boek van Kuyper : Revisie der Revisielegende. Aangezien dit werk voor de meeste lezers niet zo gemakkelijk te verkrijgen is, wil ik hier het belangrijkste er uit weergeven.
   De drie punten van verschil heb ik reeds in het vorige artikel opgesomd.
   Ten aanzien van het eerste punt merken zij nu op:
Altijd hebben de orthodoxe en recht gevoelende leraars der kerken beleden (gelijk ook wij doen) dat het geschreven woord Gods is de enige regel van ons geloof, waaraan alle leringen getoetst en daarna aangenomen zijn.
   Nochtans, dewijl dit woord door de ketters ook werd voorgewend en misbruikt tot een deksel hunner dwalingen, zo zijn door de recht gevoelende leraars der kerk na rijpe deliberatie en gemene toestemming der ganse kerk enige belijdenissen des geloofs te allen tijd gesteld, zoals daar zijn de twaalf artikelen, de geloofsbelijdenis van Nicea en andere daarna. Deze hebben hun grond en vastigheid uit Gods woord, maar zijn niet van gelijke autoriteit met het woord Gods, die zijn gezag van zichzelven heeft, maar die anderen hebben hun gezag niet van zichzelven, maar van het woord Gods.
   Zo is ook het nut er van, dat ze gediend hebben, om de ketters en hare dwalingen te ontdekken, die anders onder de naam van Gods woord gedreven worden.
   Evenzo om de kerken en leraars in eendrachtigheid onder eikanderen te houden, en scheuring te vermijden, alsook om de zuiverheid der leer tot het nageslacht voort te planten, waarom zij ook in zulken zin norma of regels door de ouden genoemd werden, en ook nog genoemd mogen worden als uit Gods Woord genomen en op dezelve gegrond. En is er nooit een wettige Synode gehouden zonder secundario aan enige confessie of symbolum gebonden te zijn.
   Dit hebben ook nagevolgd de evangelische kerken, die van het pausdom afgescheiden zijn in onze tijd in Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Engeland, Schotland enz.
    En alzo God Almachtig ook in de Nederlanden het licht des evangelies heeft laten opgaan, zo is ook met een gemeen consent de belijdenis des geloofs der Nederlandse kerken gesteld, en tot nu toe zonder tegenspreken door alle deze kerken onderhouden geweest.
Daaruit zijn deze nuttigheden gevolgd:
I. Dat daarmede de kerk is gerechtvaardigd geworden van vele beschuldigingen, waarmede zij bij de overheid is beschuldigd geworden.
II. Is ook onderscheiden van de wederdopers en andere secten, die met de hervorming mede zijn opgestaan en zijn de rechtgelovigen daardoor in de gezonde leer bevestigd en voor verleiding der valse leer bewaard.
III. Hierdoor is ook eendrachtigheid onder de leraars en kerken gehouden, als waaraan zij alle verbonden zijn, om scheuring te vermijden, waarom het ook hoognodig is, dat dezelve nog onderhouden wordt.

   Daarentegen, wanneer de predikanten allen te samen van de band van deze belijdenis ontslagen worden (al was het maar voor een tijd), zo moeten daaruit deze zwarigheden volgen.

I. Dat deze belijdenis en catechismus en de leer daarin begrepen, die nu veertig jaar lang openbaar in deze Nederlanden is gepredikt, waarop zo vele vrome martelaren hun bloed hebben gestort, waarom vele anderen huis en hof verlaten hebben, en zijn komen wonen in deze Verenigde Nederlanden, en tot hun grote schade de last van de oorlog hebben helpen dragen, in twijfel zal worden getrokken.
II. Hiermede zal ook de band van de enigheid der leer onder de kerkedienaren gebroken, immers in groot perikel van verbreking gtesteld worden.
III. Zal ook hiermede in twijfel getrokken, gekwetst en eindelijk gescheurd worden de enigheid, die tussen de Nederlandse gereformeerde kerken en de uitheemse is, immers zal hen grote aanstoot gegeven worden en namelijk die van de Palts dat men (zonder hen daarvan te waarschuwen) de leer in hun catechismus begrepen, die tot nu toe openbaar in alle de Verenigde Nederlanden gepredikt is geworden, nu in twijfel zou gaan trekken.
IV. Zullen ook de kerken dezer landen hierdoor verdacht gemaakt worden door alle andere gereformeerde kerken in andere landen, door wie de Heidelbergse Catechismus en de belijdenis der Nederlandse kerken tot nu toe voor goed en den woorde Gods overeenkomstig is erkend.
V. En zo nochtans de leer der belijdenis en der catechismus op deze manier in twijfel gesteld wordt, zal boven de voorgaande zwarigheden ook de tegensprekers de mond geopend worden, om de kerken van ongestadigheid en onzekerheid in de leer te lasteren.
VI. Ook zal curieuze geesten daarmede oorzaak gegeven worden allerlei onnodige kwesties en vroeger verworpen ketterijen tegen de leer voort te brengen, wanneer zij horen, dat deze leer alzo in twijfel getrokken wordt, gelijk de ervaring geleerd heeft, dat in Polen en andere landen de Samosateni en andere secten onder zulk voorwendsel nieuwigheid in de leer hebben ingevoerd en met zeer schadelijke ketterijen de kerk Gods verstoord.
VII. Daarmede zullen de kerken zeer ongerust en twijfelachtig gemaakt worden, vele vromen geërgerd en alzo beroerten in particuliere kerken en daarna het gehele land door veroorzaakt worden, gelijk men alreeds verstaat, dat door dit voorstel van op zulk een voet een nationale synode te houden, bij vele vromen grote ongerustheid ontstaat, hetwelk altijd en inzonderheid in deze tijd tot rust des lands wel dient vermeden.
VIII. Hieruit moet ook grote verwarring volgen in de gewone kerkregering, want op gelijke wijze zouden ook elke keer niet alleen alle synodale en classicale vergaderingen, maar ook alle kerker^den metterdaad ontslagen moeten worden van de belijdenis en de catechismus, zo dikwijls zij met een twijfelachtig of afwijkend lidmaat te doen zouden hebben, of ook met andere tegenpartijders, hetwelk als het dikwijls voorvalt, zou zodanig ontslag van de band van enigheid gestadig moeten duren.
Het is gemakkelijk te verstaan, hoe ongerijmd en schadelijk het zou zijn.
   We zullen een volgend maal deze uiteenzetting van de gereformeerde meerderheid der commissie van voorbereiding vervolgen, maar wë willen dit artikel niet besluiten, zonder de lezer de vraag voor te leggen : hebben deze mannen ook goed gezien en zijn de genoemde zwarigheden in de geschiedenis onzer kerk nu ook inderdaad gevolgd na de langzame invoering der leervrijheid ? Voor degene, die iets over de geschiedenis onzer kerk gelezen heeft en die op de hoogte is van de huidige situatie zal het niet zo moeilijk zijn een antwoord te vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET MEERDERHEIDSSTANDPUNT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1951

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's