OORDEELT EEN RECHTVAARDIG OORDEEL
De artikelen, die collega Landsman van week tot week in „De Herv. Kerk" schrijft, maken niet de indruk, dat hij de gereformeerde groep in de Herv. Kerk met dezelfde liefde beschouwt als de andere modaliteiten, zoals het nieuwe woord voor richtingen luidt. In het nummer van 1 December j.l. valt hij de gemeenten, die een gereformeerde prediking begeren, wederom fel aan, nu in verband met de gehouden zesjaarlijkse stemming. De aantijgingen, die hij hierin doet horen, wil ik noch beantwoorden, noch weerleggen, hoewel daarvoor niet veel woorden nodig zouden zijn. Mij trof echter de zinsnede over de houding der gereformeerde gemeenten in de kerk tegenover het jeugdwerk. Daaraan doet men niets van gereformeerde zijde, zo wordt beweerd. Dit wordt met een niet nader aangeduid geval verduidelijkt. Of dat geval ontleend is aan de gemeente Middelharnis, moet ik in het midden laten, aangezien collega Landsman er de voorkeur aan geeft de gevallen naamloos voor te stellen, zodat de beklaagde zich niet verweren kan.
Gezien echter de grote overeenkomst tussen het gesignaleerde geval en de lezing, die door sommigen in de gemeente, die ik dien, van het geval, dat zich hier voordeed, wordt gegeven, meen ik niet te mogen zwijgen. Allereerst geef ik de woorden van ds. Landsman weer :
„Het was daarom ook niet toevallig, dat onlangs juist in een dezer gemeenten van overheidswege alle leidinggevende instanties, de predikanten en onderwijzers incluis, werden opgeroepen tot samenspreking waarin hen onder ogen werd gebracht dat het totaal ontbreken van jeugdzorg en verantwoorde ontspanning een ontstellende groei van de jeugdmisdadigheid, vooral op zedelijk gebied, ten gevolge had gehad.
Het schijnt, dat dit woord van de overheid aanleiding zal geven tot een actie, diedoor het woord van de Kerk niet kon worden bewerkt."
Inderdaad is er in Middelharnis zulk een samenspreking als boven bedoeld, niet onlangs, maar ruim anderhalf jaar geleden gehouden. Inderdaad werden daar alle predikanten uitgenodigd : de Herv., Geref., Chr. Geref., Geref. Gem., de Remonstrantse en de pastoor der R.K. parochie. Inderdaad mochten daar de kerkelijke ambtsdragers uit de mond der overheid vernemen, dat zij in alles te kort waren geschoten, dat inzonderheid de sterk-orthodox-gereformeerde-bekrompen leer de oorzaak dier tekortschieting was. De Burgemeester die deze samenkomst leidde, is lidmaat der Herv. Kerk, en aanhanger van wat ds.. Landsman zelf aanduidt als „de nieuwe koers" ! Het probleem der ontwrichting, voornamelijk onder jeugd, werd door niemand der aanwezigen ontkend, door niemand ook voor het eerst onder ogen gezien op die bewuste samenspreking. Een tweede vergadering werd gehouden, waarop door de gezamenlijke kerken werd geconcludeerd, dat ieder in eigen kring en naar eigen levensovertuiging zou doen, wat er te doen viel. Steun werd echter van de overheid verwacht inzake de bioscoop, waarvan de voorzitter, hoewel niet een principieel tegenstander, toegaf, dat het vertoonde z.i. niet altijd de toets kon doorstaan.
De kerken drongen aan op stappen door de overheid te nemen in deze zaak, maar de overheid, in dit geval B. en W. wenste dat niet en wenst dat nog niet. Mogelijk zou namelijk zijn geweest het stellen van een leeftijdsgrens van 18 jaar voor het bioscoopbezoek, zoals een der wethouders mededeelde, maar hiervoor was het college, zozeer begaan met de verwording der jeugd, niet te vinden. Beperking van vergunning tot het voetballen op Zondag kon evenmin genade vinden, omdat de kerken toch de jeugd niet zouden kunnen opvangen, die thans op en om het voetbalveld vertoeft. Resultaat werd niet bereikt op deze besprekingen. Nu zou de overheid zelf een ontspanningslokaal laten inrichten, via een stichting, waarin verschillende der samengekomen kerken vertegenwoordigd waren en dus financieel bijdroegen. Veel vorderingen hebben deze plannen inmiddels niet gemaakt. Daarom mag het woord „het schijnt" in de laatste zinsnede van ds. L., die wij citeerden wel onderstreept worden : „Het schijnt, dat dit woord van de overheid aanleiding zal geven tot een actie, die door het woord van de Kerk niet kon worden bewerkt".
Dit alles, aangenomen natuurlijk, dat Middelharnis bedoeld is. De enige actie, waarvan Tve tot nog toe iets hebben bemerkt, is dat men enige predikanten heeft uitgenodigd winterlezingen te houden in Middelharnis, waarvan onlangs ds. de Kluis de eerste is geweest.
Maar — wat deden de Herv. Geref. intussen ? Zagen zij geen problemen, omdat ze nu eenmaal te weinig inzicht hadden om nieuwekoers-mensen te wezen ? Integendeel. Verschillende geref. bondspredikanten van ons eiland maakten een excursie naar „Kerk en Wereld", om daar eens adviezen in te winnen. Op de Horst wist men alles al af van de verschrikkelijke zedelijke verwording van het gereformeerde Flakkee. Maar veel raad kon niet gegeven worden. Welke indruk uit Driebergen werd medegenomen, zal ik niet beschrijven, omdat ik zakelijk wil blijven. Na enige tijd ontving ik bezoek van de heer van Diggelen van „Kerk en Wereld", vergezeld van dr. H. Schroten. Het advies, dat toen werd gegeven, luidde : een godsdienstonderwijzer aan te stellen, speciaal voor het jeugdwerk. Dit behoort echter voor een betrekkelijk kleine gemeente tot de onmogelijkheden. Reeds was een godsdienstonderwijzer in dienst voor het gewone gemeentewerk, maar daarnaast een ander te benoemen, zou verre boven de financiële draagkracht der gemeente gaan. Merkwaardig was, dat werd ingezien vanuit „Kerk en Wereld", dat een Wika op Flakkee niet op zijn plaats zou zijn. Dit geeft te denken, maar ook daarop wil ik niet nader ingaan. Inmiddels probeert de Herv. Gemeente te doen wat zij kan.
De vraag, waarmede ik wil besluiten is deze : Is het oordeel, dat ds. Landsman zo in het algemeen geeft over de gereformeerde gemeenten in ons land juist ? Want wij zijn er van overtuigd, dat Middelharnis helemaal geen gunstige uitzondering maakt, maar dat deze dingen overal de gereformeerde mannen bezig houden. Evenzeer als ik er van overtuigd ben, dat de toestanden, ook op zedelijk gebied, op Flakkee niet slechter zijn dan b.v. in de grote steden. Daarom zou ik collega Landsman willen voorhouden : Oordeelt een rechtvaardig oordeel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1951
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's